Nederlands leraar

Archive for mei, 2014

Publieke werken

1.05.2014

Blog

Het eerste wat ik me herinner toen ik voor de eerste keer in Amsterdam kwam, was een vieze man bij het Centraal Station die vroeg; ‘heb je een gulden voor me?’. Niet eens ‘alstublieft’ of ‘Dag meneer’, nee domweg, ‘heb je een gulden voor me?’. Ik piekerde er niet over.

Vanmiddag reed ik weer op mijn fiets voor het Victoria Hotel langs, tegenover het Centraal Station, met het ingebouwde huisje in het midden wiens ontstaansgeschiedenis zo treffend is omschreven in Thomas Roosenbooms “Publieke Werken’. Maar dat is een ander verhaal.

Bussen die touristen uitbraken komen terecht op een smalle strook direct naast het fietspad en die de benen willen strekken, zorgen nog steeds voor levensgevaarlijke situaties door passerende scooters en fietsers. Men is na een aantal ongelukken overgegaan tot het schilderen van witte fietsen op het pad, ter waarschuwing dat er zich hier een fietspad bevindt.

Of deze maatregel afdoende is valt te betwijfelen, ik moet mijn fietsbel altijd flink moet laten rinkelen om ze te laten merken dat ik eraan kom op mijn fiets.

Paar keer zo’n busreis gemaakt, maar voor mij nooit meer. De kwelling van urenlang in de bus zitten waarbij je je benen niet kan strekken ken ik maar al te goed. Als je jong bent maakt je dat niet zoveel uit, zo ben ik tientallen keren voor 55 gulden met de nachtbus van Amsterdam naar Parijs gereisd. Kwam je om zeven uur s’ochtends op Place de la Bastille aan. Tientallen jaren later ben ik nog een paar keer met de nachtbus vanuit München naar Napels gegaan. Daar namen we de boot naar Ischia, het bloemeneiland. Niet confortabel, 13 uur in de bus, wel lekker voordelig. En wat voor een droomeiland is het, Ischia. We konden er geen genoeg van krijgen en kwamen elke zomer terug.



Ik moest even denken aan de busreis die ik meemaakte in 1987. Mijn zusje las voor uit een advertentie uit ‘De Telegraaf’: Voor 120 Gulden, een weekend Parijs! Inclusief busreis, hotel met ontbijt! ‘Doen we!’, zei m’n vader meteen. ‘Leuk!’ zei mijn moeder en een paar weken later zaten we s’ochtends om half vijf in de auto naar Utrecht, alwaar de bus zou vertrekken. Aanvankelijk dachten we dat hij vandaar uit in een keer door naar Parijs zou rijden. Dat bleek niet het geval; eerst reden we naar Den Bosch, daarna Eindhoven. Voordat we het land uit waren, was het al half negen. Zevenenhalf uur later, om vier uur s’middags in Parijs, mochten we eruit. Het was Mei en het was warm, we hadden dorst. Na bijna de hele Champs Elysee te hebben doorlopen, zagen we een terrasje en wisten niet hoe snel we plaats moesten nemen. ‘Bier, graag!’. Even later kwam de ober terug met twee halve liter glazen vol met bier. Mijn zusje en moeder namen een Bitter Lemon. Bij het afrekenen bleek dat we een fout hadden gemaakt door aan de dure winkelstraat op een terras te gaan zitten. Een paar straatjes achteraf is het al snel de helft goedkoper. Natuurlijk moest de Eiffeltoren beklommen worden, terwijl we op de tweede verdieping waren stond er een kartonnen eiffeltoren op een houten wandje geschilderd waar je je hoofd door kon steken en een foto kon maken. ‘Grappig, zo’n foto!’. Stom natuurlijk, hadden we niet moeten doen, want ook hier stond al snel iemand klaar om tien gulden te vragen.

De volgende fout was de keuze van het restaurant s’avonds. In Quartier Latin liepen we langs de vele restaurantjes, waaronder veel dure en weinig goedkope. We hadden trek en stapten al snel het eerste maar dus niet het beste restaurantje binnen. Een beetje schrale patat met droge sla naast een lullig schnitseltje, dat was het wel voor 12 gulden. ‘Bij Mac Donalds is het beter’, zei m’n zusje nog maar het was al te laat. Natuurlijk, ook hier hadden we naar een rustig achteraf straatje moeten gaan waar je de echte gezellige en typisch franse restaurants vindt. Maar dat zou ik pas later, mijn Franse vriendin ontdekken. Een stad leer je toch altijd het best kennen met iemand die er de weg weet.

Ik heb het een beetje te doen met de arme toeristen die bij het Centraal Station uit de bus stappen. Of op de Dam. Om dan met massa’s door de walmen van frituur en gebrand vlees en langs souvenirwinkels vol Cannabis- en Ajax- t- shirts, in de Wallen door smalle straatjes te schuifelen in de hoop iets van schaars geklede dames op te vangen.