Nederlands leraar

Portemonnee van de Ander

7-03-2014

Blog

Zo noemde mijn vader de PvdA altijd. Hij werkte keihard voor zijn bouwbedrijf en had een bloedhekel aan Joop Den Uyl, die maar door bleef gaan met belastingen voor bedrijven te verhogen. ‘Samen delen wat van een ander is’ , zo vatte hij het programma van de socialisten samen en; ’ Leuke dingen gaan doen van andermans geld’.

Aan hippies had hij ook een hekel, dat was ‘langharig werkschuw tuig, te beroerd en te lui om te werken’.
Op 25 augustus 1970 verjoeg een groep mariniers eigenmachtig hippies die dag en nacht rond het Monument op de Dam verbleven. Mijn vader vond het geweldig en stuurde de mariniers een paar grote taarten uit waardering.

Suriname na de onafhankelijkheid (uit: Wikipedia)

Tussen 1970 en 1980 verhuisde een grote groep Surinamers, inmiddels ook Hindoestanen, naar Nederland. Het grootste aantal kwam naar Nederland rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, de vluchten van Suriname naar Nederland zaten volgeboekt en er moesten extra vluchten worden ingezet. In 1975 kwamen er 40.000 Surinamers naar Nederland. Voor de Nederlanders kwam dit totaal onverwacht, men ging ervan uit dat de Surinamers gelukkig zouden zijn met de onafhankelijkheid. Het journaal toonde beelden van een bontgekleurde, zomers geklede mensenmassa met grote dozen en koffers op een winters Schiphol. Vaak waren de emigranten halsoverkop en onvoorbereid vertrokken. Nu of nooit, dachten velen. Ook was er angst voor de oplopende spanning tussen Hindoestanen en Creolen. Nog afgezien van het grote aantal Surinamers dat naar Nederland trok, was het voor de Nederlanders ook even wennen aan deze groep. Men was vooral gewend aan hoogopgeleide Surinamers en nu kwam een zeer divers gezelschap het land binnen.
De grote toestroom van Surinamers zorgde voor problemen, Nederland had geen rekening gehouden met deze toestroom en er was aanvankelijk onvoldoende opvang/huisvesting. Dit leidde vanaf 1974 tot felle protesten van Surinaamse zijde. Een groot aantal Surinamers werd tijdelijk opgevangen, onder andere in kazernes. Met de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 wilde de Nederlandse regering meteen een einde maken aan het staatsburgerschap van Surinamers, om extra migratie te voorkomen. De nieuwe Surinaamse regering ging hier niet mee akkoord. Uiteindelijk werd een overgangsregeling van vijf jaar overeengekomen. Van 1975 tot 1980 bleef vrij verkeer van personen tussen Nederland en Suriname bestaan. Deze overgangsregeling leidde tot waar Nederland zo bang voor was: een grote stroom migranten. Surinamers hadden de indruk dat Nederland zijn deuren voorgoed voor hen zou sluiten. Dit deed velen besluiten van de ‘laatste mogelijkheid’ gebruik te maken, eerst vlak voor de onafhankelijkheid in 1975 en daarna vlak voor het aflopen van de overgangsregeling in 1980. In totaal zouden tussen 1970 en 1980 zo’n 300.000 Surinamers emigreren naar Nederland – dat was bijna de helft van de Surinaamse bevolking. Een relatief groot aantal vooral Creolen kwam in de jaren zeventig terecht in de Bijlmermeer, een vanaf 1966 gebouwde ‘modelwijk’ naar een concept van Le Corbusier. Op dit moment wonen er ook veel Creolen in Almere. De Hindoestanen werden meer verspreid over het land gehuisvest, later zouden deze Hindoestanen vaak naar de grote steden trekken, vooral naar Den Haag waar zich een grote Hindoestaanse gemeenschap heeft gevormd.

De Bijlmer 1980;

Ik hoorde destijds mijn vader en mijn oom vaak hierover praten, in de trant van;
‘Die kiezen eieren voor hun geld. Ze komen hier alleen ‘om hun hand op te houden’.

Ik was in 1975 zestien jaar en rebels. Ik liep weg van huis en ging in een kraakpand wonen. Voerde actie tegen de ‘anti-kraakwet’ van Van Agt; ‘kraak de anti-kraakwet!’ en stemde PSP, niet in de laatste plaats door de geweldige en ongeëvenaarde verkiezingsposter van die partij.

Ik had lange haren en een speldje op met de tekst; ‘stop de neutronenbom’. Toen mijn vader hoorde dat ik naar de anti-kernenergie demonstratie ging zei hij; ‘wie denk je dat er in Rusland gaat demonstreren?’


Bijna dezelfde tekst las ik tijdens de demonstratie achter een vliegtuigje door de lucht vliegen;
‘Demonstreer eens in Moskou’/ OSL. Dat betekende het ‘Oud Strijders Legioen’, een club van veteranen uit de tweede wereldoorlog die er net zo over dachten.