Nederlands leraar

‘Münchener Freiheit’

11-05-2012

Blog

‘Münchener Freiheit’ heette het plein waar ik bij een uitzendburo een job als schilder vond. Dankzij mijn schildersdiploma en ervaring had ik altijd werk als ik het echt nodig had.
Ik werkte de eerste dag met Haki, een Kosovo-Albaan, aan een kantoorpand in Eching. Toen hij hoorde dat ik uit Amsterdam kwam, leek hij aangenaam verrast. Vijf minuten later kwam hij terug en hield een joint voor mijn neus, hij ging uit van de gedachte dat iedere Amsterdammer hasj rookt. Haki was namelijk een paar jaar geleden een week in Amsterdam geweest met vrienden. De meeste tijd had hij in coffeeshops doorgebracht.

Later werkte ik met Emmanuel, een Peruaan aan een woning in Fürstenfeldbruck. Hij woonde sinds vier jaar met vrouw en kind in München. In het weekend deed hij ook meestal nog een schildersklus. Het Duits dat ik van hem hoorde bestond voornamelijk uit twee woorden;
‘Scheisse’, wanneer hem iets tegenzat, herhaalde hij het woord drie, vier maal.
‘Logisch’. Als ik hem bijvoorbeeld vroeg; ‘Emmanuel, gaan we eerst alles schoonmaken?’ was zijn antwoord; ‘Logisch’ of ‘Emmanuel, werk je Zaterdag?’. ‘Logisch’.
Emmanuel had last van zijn rug. Bezocht een arts, kreeg dan een stuk of tien injecties in z’n rug en kon er dan weer even tegen. De arts had hem dringend een paar weken rust aangeraden om z’n uitgerekte rugspieren kans e geven weer spanning te krijgen, maar dat zat er niet in. Er moest poen verdiend worden om twee keer per jaar naar Peru te kunnen vliegen.
S’ morgens als we samen in de bus naar ons werk reden, merkte ik dat- ie een zenuwtik had. Als ik de andere kant uit keer, schudde hij een paar maal heftig met z’n hoofd. Een heftig ja- knikken, alsof hij zichzelf moed in sprak door te gaan.

Weer later werkte ik met een paar Grieken. De ene woonde al tien jaar in Dachau met vrouw en kinderen. In Beieren wonen zo’n vierhonderdduizend Grieken, zo kwam ik van mijn collega’s te weten. Zijn kinderen gingen ook naar een Griekse school om naast Duits Grieks te leren. Hij had in Griekenland z’n eigen smederijtje achtergelaten, want hij was eigenlijk smid. Maar in Griekenland was ‘geen droog brood te verdienen’. Schilderen had hij hij nooit geleerd, alles ervaring zei hij. Eens in de twee jaar reed hij naar Griekenland om zijn ouders te bezoeken.
De andere Griek kwam uit Oezbekistan. Ik vertelde hem dat ik een vriendin had die ook uit dat land kwam, een zogenaamde ‘continent-flüchtlinge’ . Dat was hij dus ook. Wat tevens inhield dat hij van joodse afkomst was en daarmee (dankzij Gorbatsjov) vanzelf de mogelijkheid naar Duitsland te komen. Hij vertelde me hoe Griekenland in 1973 een staatsgreep werd gepleegd en griekse socialisten, bijna een half miljoen, naar Rusland gebracht werden, de meesten naar Oezbekistan in Centraal- Azië.

Duitse collega’s had ik ook. Albert, een indrukwekkende verschijning met z’n 135 kilo. Vroeger was hij bierdrinker, op het Oktoberfeest had hij met een groep vrienden een wedstrijd in bier drinken gedaan en 20 liter bier gedronken, vervolgens in een vechtpartij geraakt en iemand het ziekenhuis in geslagen. Hij kon zich er weinig van herinneren, maar moest nog jaren schadevergoeding betalen. Sindsdien raakt hij geen druppel bier meer aan, behalve Cola, met gemak 3 liter per dag. Daarbij rookte hij 3 pakjes Marlborough per dag.
Hermann, mijn andere collega, was eveneens een ex-alcoholist. Bracht al z’n geld naar de kroeg. Zelfde verhaal als Albert voor de rest. Hermann had de mooiste tijd van zijn leven in militaire dienst meegemaakt, zo vertelde hij me. Hij was gestationeerd in de Alpen waar hij met een ezel de berg omhoog liep om de hutten daar te bevoorraden. S’morgens de ezel opzadelen en bepakken met voorraad en dan de bergen hoog. In een berghut afladen, een paar uur later terug naar beneden. Beneden de ezel borstelen en voeren. ‘Das Militär’ – hè? Mooie tijd man’.

Het groepje collega’s die ik meemaakte, elf man, bestond uit een blowende Albaan, een Peruaan met rugklachten, een paar Grieken, een paar Turken, een Italiaan en dus ook een paar Duitse ex-alcoholisten.
De andere Duitser van het gezelschap was trouwens ook alcoholist. Bovendien was hij ‘Vorarbeiter’. Schoonzoon van de chef, werkte al twintig jaar voor hem. Stond de meeste tijd te ouwehoeren.

Als we om negen uur pauze hadden en koffie dronken, ging het eerste halve liter bierblik bij de ‘Vorarbeiter’ al open. Meestal had hij tegen de middagpauze het eerste six- pack bierblikken geconsumeerd. Dan was het van: ‘Joh, ga jij even een six-pack halen bij die benzinepomp daar, anders zit ik vanmiddag op een droogje. Doe maar Becks’.