Natuurlijk, Bob Marley, UB40 en Third World. Dan the Specials en Madness. Zie hier mijn 5 reggae en ska platen. Natuurlijk heb ik van Bob Marley and the Wailers ‘the best of’ of en ‘Bus to Babylon’, waarop het onvergetelijke ‘Stir it up’ veel en veel beter klinkt dan in de studio versie op het ‘the best of’ album.
Ik was erbij toen op Pinkpop 1978 Peter Tosh, ex bandlid van the Wailers, optrad en tevergeefs uitkeek naar Mick Jagger, die lekker stond te voetballen met de jongens van Massada. Peter Tosh had een hit aan hem te danken, ‘Don’t look back’, maar ik denk dat Tosh geen goede herinneringen aan dat optreden had. Mick liet hem barsten, Peter zette ‘I don’t look back’ verschillende malen in, maar Mick kwam niet. Naar verluid omdat er camera’s aanwezig waren en daar was Mick niet van gediend. Vreemd hoor, je zou denken als je er toch bent, wat maakt het uit? Ach, Peter Tosh. Daarna had hij nog een hitje met ‘I’m the toughest’ en toen was het gedaan met de roem van Peter Tosh. ‘Legalise it’ kan ik me nog herinneren, op de hoes stond hij op een plantage met marihuana planten.
Nee, dan the Specials. ‘A message to you roadie’ was al een hit en daarna volgde er nog vele, evenals bij Madness en UB40. Feelgood muziek. Bij festivals de ideale stemmingmakers.
Third World was vooral bekend door de hit ‘Now that we found love’ waarvan de remix nog een keer terugkwam in de nineties. Dansplaat, die ik nog wel eens draai op een feestje.

De ideale mix van reggae en lounge wordt gemaakt door de Thievery Cooperation. Deze band heeft een relaxte sound en bestaat ook al meer dan twintig jaar. In München zag ik ze nog optreden, geweldig. Een paar jaar geleden kwam de plaat ‘The Temple of I and I’ uit, opgenomen in en met musici uit Jamaica. Fijne plaat.

Ik ben een fan van soul, goeie soul muziek. Rap kan ik niets mee, weliswaar heb ik wel eens aardige stukjes horen rappen door Kanye West, Kendrick Lamar en The Roots, maar daar houdt het dan mee op. Ik kan geen hele LP met rap muziek aanhoren. Ik vindt het niet te pruimen. Ook de Nederlandse rap niet, onverstaanbaar gemompel is het meestal. Ik kan absoluut niet verstaan wat ze rappen. Maar dat ze veel te klagen hebben is wel duidelijk. Nee, rap is niet aan mij besteed. Evenals techno en house trouwens; hoofdpijn herrie.
Nee, soul. En dan die goeie ouwe soul. Allereerst denk ik dan aan mijn grote favoriet; Al Green. Wat een stem! Die man zingt vanuit zijn tenen. Luister maar eens naar de plaat ‘Al Green gets next to you’, geweldig! Kijk ook eens op youtubehttps://www.youtube.com/watch?v=SOrHdFXfXds&t=1431s
Best live show ever van Al Green. Dit is soul zoals soul bedoeld is, dit is zingen en dansen op het hoogste niveau, dit is kwaliteit.

De ladies of soul, dus niet Candy Dulfer en de andere drie soulmeiden die elk jaar in het Ahoy te zien zijn met oude soul hits, ook erg leuk, maar de echte ladies of soul zijn volgens mij Aretha Franklin en Tina Turner.
Aretha Franklin met het onvergetelijke ‘you make me feel like a natural woman’, ; ‘respect’ en ‘say a little prayer’. The ‘queen of soul’ en terecht een geweldige zangeres. Jammer alleen dat ze na die eerste paar goeie platen nauwelijks meer een consistente plaat meer afgeleverd heeft, haar latere werk viel helaas nogal tegen.

Tina Turner was mijn heldin van de jaren ’80. Geweldig, wat een power vrouw! Als je nu nog eens een live optreden uit die tijd ziet, klinkt het opvallend goed en wat een uitstraling had die vrouw. Nee, daar kan geen Beyonce tegen op.

Verder kan ik Curtis Mayfield – ‘Superfly’ aanbevelen. Ook een geweldige zanger, Curtis Mayfield.

Ook zijn plaat ‘Curtis’ met het onvergetelijke ‘move on up’ is een aanrader. Verdere favorieten van mij zijn Marvin Gaye – ‘What’s going on’, Otis Redding, Joe Tex en natuurlijk James Brown, waarvan de live platen ‘In Dallas’ en ‘Revolution of the Mind’ tot de beste soulplaten aller tijden behoren.
James

Stevie Wonder natuurlijk, vooral ‘Songs in the key of life’ is een geweldige plaat. ‘Talking book’ is ook prachtig. Deze man heeft zoveel goeie platen gemaakt.

Ik ben tevens nog in het bezit van een plaat van de Isley Brothers uit 1966: ‘This ol’ heart of mine’, zwarte muzikanten, maar de voorkant van de plaat laat een witte jongen en meisje op het strand zien. De doelgroep was duidelijk een wit publiek.

Michael Jackson – ‘Thriller’.

Ja, wie heeft die plaat niet. Hij ziet er nog redelijk uit op deze plaat, maar heeft al de nodige plastische chirurgie ondergaan om maar minder zwart te zijn, raar eigenlijk. Maar aan MJ was wel meer raar, zoals we de laatste jaren uitvoerig hebben kunnen horen en zien. Hij hield iets te veel van jongetjes, laten we het daar maar op houden. Maar ‘Thriller’ was een meesterwerk.
Harold Melvin & The Blue Notes, Smokey Robinson and the Miracles, the Four Tops; enfin de hele Motown stal is top. De plaat en de film documentaire getiteld ‘The Funk Brothers’ over de begeleidingsband van alle Motown hits in de jaren ’60 is een eerbetoon aan de muzikanten die meer hits verkochten dan Elvis en de Beatles bij elkaar.

Newspeak
Newspeak is een fictieve taal in George Orwells roman 1984. Het is een taal die wordt gecreëerd en gecontroleerd door de totalitaire staat als een instrument om de vrijheid van gedachten en concepten die een bedreiging voor het regime vormen (zoals vrijheid, zelfexpressie, individualiteit, en vrede) te beperken.
Newspeak komt tegenwoordig steeds vaker voor in de Nederlandse taal. Zoals bijvoorbeeld ‘achterbuurt’ niet meer gebruikt mag worden. Eerst werd het ‘achtergestelde wijk’ en daarna ‘achterstandswijk’. Toen de pvda er zich mee ging bemoeien werden ze naar minister Vogelaar de ‘Vogelaarswijken’ genoemd.
De 40 wijken van Vogelaar betreft een lijst van 40 van de 140 Nederlandse probleemwijken die op 22 maart 2007 door minister Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie bekend werd gemaakt. Voor deze wijken werden voor de zittingsperiode van het kabinet-Balkenende IV extra investeringen voorzien om de stapeling van sociale, fysieke en economische problemen die zich daar voordeden te bestrijden. Vogelaar stelde korte tijd later voor de benaming ‘probleemwijken’ te vervangen door het iets minder negatief klinkende aandachtswijken.
Aandachtswijken dus. Later bleek er in deze wijken weinig tot niets verbeterd te zijn. Later werd de term ‘prachtwijken’ bedacht.
Ander hardnekkig probleem is het lastig vallen van meisjes en jonge vrouwen. Met name in Enschede en Scheveningen speelt dit al jaren. Nu zijn de dames het zat en willen dat er actie ondernomen wordt. Iedereen wist dat het voornamelijk Marokkaanse jongeren waren, maar dat woord mocht in de media niet gebruikt worden, dus zocht men naar allerlei beschrijvingen die eromheen draaien; ‘jongeren van allochtoonse afkomst’, ‘nieuwe nederlanders’ enz. Het nadeel van dit soort benamingen is dat men het probleem niet benoemt en daarmee zeker niet oplost.
In de Newspeak wordt de Nederlandse taal dus eigenlijk ontkent. De negatieve lading van woorden moeten eruit, zodat het geen negatieve klank meer heeft. Als het woord niet bestaat, bestaat het probleem ook niet, is de gedachte. Een gevaarlijke ontwikkeling.
Dit slaat, met de marxistisch-leninistische BLM beweging helemaal door; blanke man mag niet meer, dus witte man. Negerzoenen of Moorkoppen mogen niet meer. Straatnamen moeten veranderd, standbeelden vernield. Doel: chaos, niets is meer heilig.
De gaper deed dienst als uithangbord van apothekers, om klanten te trekken, maar tevens als kwaliteitsaanduiding voor de winkel. Aanvankelijk werd dit uithangteken op de luifel gezet, maar vanaf de 17e eeuw steeds vaker aan de gevel bevestigd, met name in Amsterdam kwam dit veel voor. De mond van de gaper staat niet open om te gapen, maar om een medicijn in te nemen. De grimas van veel gapers is te verklaren doordat het medicijn vies smaakt, althans dat is de heersende opvatting.

Als het er alleen maar op lijkt is het genoeg om het racistisch te maken. De volkskrant journaliste Sylvia Witteman begon in haar column te klagen over de Gaper. De kop was racistisch, punt uit. Naar tegenargumenten luisterde deze politiek correcte mevrouw niet.
Kan iemand een land noemen waar minder racisme is dan in Nederland? Heb ik wel eens aan een groepje Ghanezen in mijn klas gevraagd. Niemand kon daar postitief op antwoorden.
Natuurlijk, racisme is fout, daar zijn de meeste mensen het wel over eens. Maar dit soort betutteling en deze radicalisatie hebben een averechts effect. Zo is er al onderzoek naar gedaan en vind 80% van de NL bevolking dat anti-racisme van BLM en KOZP de polarisatie alleen maar versterkt. Ook in Amerika wordt al gewaarschuwd voor een averechts effect. De herverkiezing van Trump zou veilig gesteld zijn door de afkeer van het totaal uit de hand gelopen chaos die de anti-racisten (als echte marxisten eerst chaos, dan verandering) teweeg hebben gebracht.
De gemeente Amsterdam is met een campagne tegen racisme begonnen. Het mocht wat kosten;
€ 1.180.000 voor 2020, € 1.360.000 voor 2021, € 1.083.000 voor 2022 en € 1.083.000 voor 2023″.
Meer dan 3 miljoen naar de gedachtenpolitie, hoeveel betutteling had u gehad willen hebben? En wat levert het op? Niemand die daar een concreet antwoord op kan geven. Zeer waarschijnlijk gewoon helemaal niets.
En dat alles aan het begin van de grootste economische crisis na de 2e wereldoorlog en met een nu snel oplopend begrotingstekort van 275 miljoen Euro. Terwijl bruggen en kades op instorten staan en bedrijven massaal mensen moeten ontslaan. Redenen te over voor snelle verandering van prioriteiten. ‘Pyongyeng aan de Amstel’ wordt de gemeenteraad al langere tijd genoemd en niet zonder redenen.
Je zou verwachten dat je voor dat geld wel een goed reclamebureau kan inhuren, niets bleek minder waar;

Uitgescholen? Waar is de d?
Gelukkig is de website Geen Stijl er nog die kan zorgen voor de broodnodige relativering.
Dit noem je satire. Een satire die de spot drijft met een bestaand kunstwerk of maatregel heet een parodie of persiflage. Van de naiviteit en de vooringenomenheid van de extreemlinkse Gemeenteraad die verantwoordelijk is voor deze overbodige geldsmijterij maakt deze site dankbaar gebruik;


Leuk boek, dat van Harold Hamersma; ‘Onder de rook van de Heineken – een jeugd in de Pijp’. Naast dat de man al een fantastisch beroep heeft als wijnproever, kan hij ook nog goed schrijven. Heel herkenbaar. Zoals hij de spelletjes beschrijft die hij als jongen speelde. De Bazooka kauwgum met het stripverhaaltje erin, die hij in ene boekje plakte. De Bazooka kauwgum was een nationale aangelegenheid, ook in Soest, waar ik mijn jeugd doorbracht, was de Bazooka kauwgum populair. Knalroze was-ie en het was een flinke hap waarmee je bellen kon blazen. Voor een stuiver bij het winkeltje in het zwembad, naast de salmiakstaaf en de veterdrop. Ik kom dan weer meteen terug in die tijd dat je zomers de hele dag in het Soester Natuurbad doorbracht. Het raketijsje en de spekkies maakten, naast vele andere lekkernijen, ook deel uit van het assortiment. Het was meestal warm en zonnig en je werd gedurende tien minuten bijna platgedrukt voordat je aan de beurt was. Van tevoren had je al beslist, anders duurde het te lang. Andere kinderen stonden vaak lang te twijfelen, waardoor de wachttijd nog langer werd. Had je hem dan eindelijk bemachtigd en was het je gelukt om uit het gedrang weer tevoorschijn te komen, dan wachten je vriendjes op je om te kijken wat je had. Ja, Bazooka’s waren er ook vaak bij.
Daarmee gepaard kwam de jaarlijkse controle van de tandarts en ja hoor, daar waren de eerste gaatjes. Over het verband tussen al dat zoete snoepgoed en de kwaliteit van je gebit werd in die tijd niet gerept.
Wat ik ook erg mooi vond, was Harold Hamersma’s beschrijving van het pijltjes schieten met een plastic elektriciteitsbuisje. Precies zoals wij deden, repen papier uit een tijdschrift die je half onder je broeksriem stak en waarmee je de pijltjes draaide, de punt met tuf in je mond vastplakken. Mikken op dameskapsels, zoals Hamersma dat beschrijft, deden we niet, want die waren er bij ons niet genoeg voorhanden. We mikten wel op openstaande ramen van huizen en vooral die van de fabriek Heugavelt tapijttegels, onze buurman. Daar stonden genoeg ramen open om er lekker op te mikken, totdat een of andere kantoorpief boos tegen ons begon te schreeuwen. Vonden we lachen. Nog meer lachen werd het met het witte bessen schieten, je kon ze zo plukken van de vele struiken, meestal plukten we eerst een emmertje vol om dan een geschikt mikpunt te vinden. Het leuke van de witte bessen was dat ze zo mooi op het raam uit elkaar konden spatten. Je kon ze ook lekker hard schieten en het maakte een mooi ‘plop’geluid.
Spannend werd het als we, brutaal geworden, over het hek heen klommen en pontificaal, voor de ramen staand, begonnen te schieten, grote hoeveelheden, zodat het voor diegene aan de andere kant van het raam steeds moeilijker werd om naar buiten te kijken. Hoogtepunt was altijd, wanneer iemand met een stofjas aan en een knalrood hoofd van de woede, naar buiten stormde om ons weg te jagen. ‘Goh, wat was jij snel over dat hek heen!, zei een vriendje me eens. Je vloog er gewoon overheen!’.
2020 is het jaar van het thuisblijven, ook in de vakantie. Nou komt me dat helemaal niet zo slecht uit, om verschillende redenen. Zo ben ik net begonnen op een nieuwe school en moet ik daarvoor nog veel leren. Zoals een nieuw computerprogramma, nieuw lesmateriaal en het maken van een planning.
Dan is er dit jaar wat minder verdiend, zodat de tering naar de nering gezet moet worden. Wie de tering naar de nering zet, past zijn uitgaven aan aan zijn inkomsten. Meestal wordt er iets mee bedoeld als ‘we moeten even de broekriem aanhalen’, en wordt het dus gebruikt in situaties waarin er om wat voor reden dan ook (tijdelijk) minder geld in kas is. De tering is hier dus geen ziekte, maar het ‘verteren’ van je geld.
Dat leren daar heb ik nu de tijd voor. Het computerprogramma met een gebruiksaanwijzing van 120 bladzijden is al een flinke kluif, maar dan ook nog in het Engels, dus tijd om mijn Engels op te halen. Dat doe ik met Duo Lingo, op mijn telefoon, elke dag een half uurtje. Daarnaast schrijf ik de moeilijke woorden op. Een blik op de laatste woorden in mijn Engelse woordenschrift:
Thoroughly – nauwkeurig. Persuasion – overtuiging. Allegiance – trouw. Thoughtfully – bedachtzaam. Perseverence – volharding, doorzettingsvermogen.
Mooie woorden.
Bovendien is mijn vrouw druk bezig voor het inburgeringsexamen te leren en komt het ons beiden goed uit om deze vakantie eens goed te gebruiken voor het nuttige. Dat daarbij het aangename niet geheel wordt vergeten, is niet alleen gezellig, maar ook heel belangrijk om onze studie met plezier voort te zetten. We eten bijvoorbeeld erg lekker en luisteren naar goeie muziek s’avonds. Ik lees een goed boek.
We kijken soms naar elkaar en dan zijn woorden overbodig.