
Een klein uurtje rijden naar de haven en een kleine 2 uurtjes varen vanaf Koh Samui komen we op het paradijselijke eiland Mo Koh Ang Thong met een verbluffend mooi uitzicht. Daarvoor moet je dan wel de berg op klimmen. De eerste berg ging nog wel, al was het een hele klim.



De tweede berg was echt afzien, hijgend en doorweekt klommen we meer dan een uur het steile pad omhoog en bereikten we uiteindelijk de top, het was de moeite waard, wat een prachtig uitzicht!
Fijn was het om terug beneden een duik in het heldere water van de zee te nemen.

Een uurtje vliegen van Bangkok ligt het eiland Koh Samui. Een klein vliegtuigje en een klein vliegveldje daar in Koh Samui. Ik verbaasde me er wel over dat in het vliegtuig razendsnel een maaltijd geserveerd werd met een ijzeren discipline van de stewardessen van Vietnamese oorsprong, ze wisten wel van wanten. Wat een tempo, nog maar nauwelijks in de lucht begonnen ze al met uitdelen van een prima diner.
Resort´. Een ieder die Koh Samui bezoekt kan ik dit resort van harte aanbevelen. Het ligt vrijwel direct aan het strand, de huisjes zijn voorzien van airco en het beste; het was er rustig! Geen schreeuwende kinderen of harde muziek, nee wat bag pack toeristen en wat rustige echtpaartjes, dat was het wel. OK, de airco maakte veel lawaai, maar we mochten de volgende dag naar een ander huisje met een nieuwere airco die minder lawaai maakte.
Het strand was ook rustig. Heel rustig. En heel warm, tropisch. Het terras van het ressort rechts, wat ligstoelen op het strand en wat hangmatten tussen de bomen in het midden. Links een podium voor massage, waar een stuk of 5 dames wachten op klanten, die af en toe kwamen. Een massage kostte niet veel, 200 Baht. 300 Baht voor een olie massage. Heerlijk! Van mijn vrouw hoorde ik dat de dames allemaal naast hun plaatselijke partner, een ‘falang’ hadden. Een ‘falang’, een man uit het rijke westen, die een paar maanden per jaar kwam logeren en waarvan ze een maandelijkse financiële bijdrage kregen. Zo werkt het dus, een ‘falang’ aan de haak slaan is de hoofdprijs.




De eerste dagen bleven we de hele dag een beetje op de hangmat liggen lezen en zonnen, een beetje zwemmen en een wandelingetje langs het strand maken.
Verderop het strand waren de dure resorts en dat was goed te merken; luxe strandstoelen met matras en schoongewassen opgerolde handdoeken lagen te wachten op de toerist. Uit een professionele muziekinstallatie klonk lounge muziek op stevig volume terwijl obers af en aan liepen met hapjes en drankjes. Daar lagen de verwende Duitsers, Nederlanders en Fransen en Engelsen. Veel dikke witte buiken.
Doorlopend bleven Thaise strandverkopers leuren met petjes, zwembandjes, ballen, sjaals, zwemkleding, slippers en allerlei fruit, ijs en verschillende hapjes.
’s Avonds een bezoekje aan de hoofdstraat van Koh Samui is een ieder af te raden.
Was het ons al in Pattaya opgevallen, hier kon je er niet omheen: coffeeshops. Amsterdam was er niets bij. De hoofdstraat was vooral veel massage salon, restaurant en coffeeshop. De legalisering van de cannabis had de toeristische sector blijkbaar geen windeieren gelegd. Wat was ik blij dat ik allang niet meer rookte, dus ik kon de verleiding makkelijk weerstaan. Een stoep was er nauwelijks, een meter breed en auto’s, veel auto’s en scooters, heel veel scooters. Eigenlijk was het een grote file waar je uitlaatgassen liep in te ademen en waar personeel van de salons, coffeeshops en restaurants je probeerde naar binnen te lokken. Zeer vermoeiend.
Als er nou nog leuke winkels waren, maar nee. Allemaal goedkope troep, vooral veel van hetzelfde; T-shirts, goedkope kleding, schoenen, sieraden en horloges. Namaak merkkleding en Chinese rommel. Nee, gezellig winkelen was er hier niet bij.
Maar daar kwamen we niet voor, we wilden vooral naar Koh Samui om even uit te rusten en van de zee en de zon te genieten.
Wat wel heel erg leuk was, was de foodmarket, waar je goedkoop heerlijk vers klaargemaakt eten kon genieten. Een prima concept, markt met tafels en stoeltjes om lekker te gaan zitten eten. Voor de prijs kon je het niet laten, een complete maaltijd kostte je maar een paar euro. Ik hoorde wel af en toe Duits, Frans en Nederlands praten, maar dat was van mensen die net als wij, niet in een restaurant wilden gaan eten. En terecht, het eten was heerlijk en bestond uit een zeer gevarieerd en ruim aanbod.



Laatste dag in Pattaya. Hoewel het bewolkt was, gingen we toch naar het strand. Dat vonden de kinderen geweldig, die waren de hele dag in het water aan het spelen.


De door mij meegebrachte bal deed waarvoor hij bestemd was. We gooiden hem over in het water en schopten hem naar elkaar op het vrijwel verlaten strand. Het ging de hele dag maar door met diensten op het strand; je kon een tattoo laten zetten, speelgoed voor de kinderen kopen of je voeten laten masseren. Hun ouders, de dochters van mijn vrouw en hun mannen, waren het grootste gedeelte van de dag op hun strandstoelen te vinden, alwaar ze zich te goed deden aan de vele hapjes die met regelmaat langs het strand te koop aangeboden werden. Fruit, vis, kippenboutjes, inktvisjes en ook een warme maaltijd met rijst en kip werd al vroeg in de middag genuttigd, begeleid door halve liters bier. Het was me toen al duidelijk wat hun favoriete vrijetijdsbesteding was. Als ik naar ze keek, waren ze meestal bezig met eten en kijken op hun mobieltje. Ik verbaasde me er niet meer over waarom ze ‘olifantjes’ waren geworden in de 6 jaar dat ik ze niet gezien had. Zowel de ouders als de kinderen, dat beloofde wat voor de volgende 6 jaar. ‘Zeur niet’ zei mijn vrouw toen ik dit opmerkte. Inderdaad, dacht ik, ze moeten het zelf maar weten. Wij hebben daar niet mee te maken, het is hun leven. Wij zijn inmiddels opa en oma, die op hun buikje moeten letten, de kinderen zaten daar totaal niet mee.
Ik was veel met de jongens en de bal aan het spelen, in de zee en op het strand en als ik daar genoeg van had, plofte ik neer op mijn strandstoel en verdiepte me in Niccolo Ammaniti – ‘Zo God het wil’.

Waar ik totaal niet aan gedacht had, was om me in te smeren met zonnebrandcrème, er was immers geen zon, dacht ik naïef.
´s middags bleek dat een van haar kleinkinderen jeuk had, ze ging met hem naar de aanwezige strandwacht-EHBO op het strand, alwaar hij in gesmeerd werd met azijn en alcohol om de jeuk te stoppen. Toen ze eens naar mijn buik keek, vond ze dat ik dat ook moest doen.
Ik had inderdaad wat jeuk op mijn buik en het azijn hielp wel. Eerst de azijn en daarna met een pasje afschrapen tegen de tentakels, bleek de beste remedie. De strandwacht legde uit, dat in het seizoen van April tot Oktober de aanlandige wind en regen de ´jellyfish´, kwallen dus, richting strand kwamen. Die kwallen konden zeer gevaarlijk zijn, dus de behandeling was wel noodzakelijk.
Inderdaad had ik wel wat jeuk, dat merkte ik die avond nog eens. Nadat we bij de 7/11 supermarkt azijn gehaald hadden en mijn dit over mijn buik en rug sprenkelde, voelde het alsof ik in brand stond.
Die nacht sliep ik slecht. Ik had de avond tevoren allerlei symptomen van de ‘kwallenbeet’ gelezen en dacht ’s ochtends iets aan mijn hart te voelen. Kon inbeelding geweest zijn, maar mijn vrouw stond erop om meteen naar het ziekenhuis te gaan voor controle, om 7 uur ’s ochtends. In de stromende regen werden we door Bank, de schoonzoon van mijn vrouw, naar het ziekenhuis gereden. Het bleek het verkeerde ziekenhuis te zijn. We moesten naar een particulier ziekenhuis, wat voor ‘Falang – buitenlanders’ was.
Bij binnenkomst zag het er heel anders uit; schoner, duurder en beter. Al snel werden we, na het maken van een kopie van mijn paspoort, geholpen. Ik mocht op een bed mijn bovenlijf ontbloten en na tien minuten kwam de dienstdoende arts kijken.
‘Sun Burn’ luidde al snel zijn conclusie. Bij een ‘yellyfish bite’ krijg je meteen een sterke pijn nadat je bent gebeten, dat was bij mij niet het geval. Ik had gewoon een tweedegraads verbranding opgelopen. Nadat ik de factuur van 1500 Baht (zo’n 45 euro) had voldaan, kreeg ik nog een paar zalfjes mee om op mijn buik en rug te smeren.
Na bellen met mijn reisverzekering bleek dat ik mijn declaratie eerst bij mijn ziektekostenverzekering in moest dienen en als die het afgewezen hadden mocht ik me weer bij hun vervoegen. Een typisch geval van ‘het eerst proberen af te schuiven systeem’. Zelfs de benzinekilometers voor het transport kon ik niet declareren, want geen factuur.
Enfin, de dagen na het incident heeft mijn vrouw lieftallig 2 x per dag mijn rug ingesmeerd met aftersun crème en hield ik op het strand mijn t-shirt aan, ook als ik ging zwemmen.
Ik had op die bewolkte stranddag in Pattaya mezelf niet ingesmeerd met zonnebrandcrème vanuit de naïeve gedachte dat ik niet verbranden kan als er geen zon is. Dat kan dus wel degelijk, vooral als je veel in de zee zwemt. Ik heb mijn lesje nu wel geleerd.
———————————————–
De eerste dag was een fijne dag aan het strand, voetballen met de kinderen, veel zwemmen en een boek lezen in de zon. Kortom, vakantie zoals het hoort!

Het strand was op loopafstand, natuurlijk wordt er enorm gezeuld met allerlei koopwaar als kinderspeelgoed, zwembrillen, zwembanden, etenswaar, drank en fruit. Dat is standaard, overal waar toeristen zijn.

´s avonds eten op de markt, street-food is lekker en goedkoop en er staan tafels en stoelen waar je het ter plekke kan consumeren.



De tweede dag bezochten we de ‘sanctuary tempel’, een compleet houten tempel met ongelofelijk knap en veel houtsnijwerk. De gids sprak engels met een zwaar accent met veel te veel tekst, waardoor het tempo veel te hoog lag, dus af en toe ving ik flarden op maar ik heb er weinig van onthouden. Wel konden we zien dat er nog volop gewerkt werd aan de tempel, vandaar ook dat we een bouwhelm moesten dragen.




Vervolgens stond een bezoek aan het Nong Nooch Tropical Garden op het programma.
Bezoekers van Nong Nooch kunnen wandelen door een verscheidenheid aan prachtig ontworpen thematuinen. De Franse tuin heeft majestueuze gouden pagodes en gemanicuurde gazons die doen denken aan de Europese grandeur, terwijl de Bromelia showt met levendige tropische bloemen. De Flamingotuin biedt een schilderachtige omgeving met felroze flamingo’s en de Bonsaituin herbergt een verzameling zorgvuldig gekweekte bonsaibomen, een van precisie en schoonheid in tuinieren.






Ook waren er enorme nagemaakte dino’s en allerlei grote dieren te zien, we hebben een rondje gereden met een treintje, gelopen over een lange brug met prachtig uitzicht en door tropische tuinen. De cactussen waren ook bijzonder en het was leuk voor kinderen want ze konden op dieren gaan zitten, die ook nog eens geluid maakten.