Alkmaar
5-08-2012
Vanaf station Alkmaar naar het centrum passeerden we de ene kapper na de andere. 12 Euro, 15 Euro, 18 Euro, de prijzen verschilden nogal. Uiteindelijk viel mijn keuze op een kapper met interieur van 100 jaar geleden. Jugendstil. Begin 20e eeuw. Of het nou de Brasseriën en metro-ingangen van Parijs zijn of het prachtige Americain Hotel op het Leidse plein, een betere en mooiere architectonische kunstvorm heeft naar mijn mening nooit bestaan. In Wenen kwam ik wat dat betreft ook goed aan mijn trekken.
In Rotterdam, waar ik een paar jaar gewoond heb, bestond er een dergelijke kapsalon bij het Hotel New York. De inrichting; degelijke leren kapper stoelen met hoofdsteun voor het scheren, wasbakken in oude rechthoekig/ronde vorm, lampen in de vorm van een bol met zacht licht, de typische Jugendstil – letters.
Maar nu dus een kapper in deze stijl van honderd jaar geleden in Alkmaar. Er blijkt een kapperschool in de buurt te zitten, vandaar de vele kappers. Dit was de oudste. De kapper ging enthousiast en rigoureus te werk en knipte een strak maar veel korter kapsel dan ik in vele jaren gehad heb.
Ik heb nogal wat kappers meegemaakt. Lange tijd ging ik naar een Turkse kapper op de Ceintuur baan met de klinkende naam ‘Schaar’. Veertien Euro en goed geknipt, bovendien werd je nek nog uitgeschoren met een scheermes. Toch vond ik het de laatste keer minder, toen ik door een hulpje van de baas werd geknipt. De Syrische kapper op de Zeilweg vroeg 18 Euro, was erg vriendelijk en knipte de eerste keer goed. Maar toen ik er nog een keer terugkwam zag ik achteraf pas hoezeer hij me slecht geknipt had, het leek wel of ik een paraplu- hoofd had, met een kapje erboven op. Mijn haar is nogal stug en heeft de neiging rechtop te gaan staan, de overgang goed knippen is een lastig karweitje wat menig kapper liever over het hoofd ziet, heb ik in de loop der tijden gemerkt. Vooral lastig vond ik het als mijn bovenharen te kort werden geknipt, dan duurde het weer maanden voordat ik het daar weer een paar centimetertjes langer had. Dan weer op zoek naar een kapper die die overgang wel goed knipte zoals ik het hebben wilde.
Tientallen kappers heb ik bezocht in de loop der tijden, van belachelijk dure – 55 gulden – haarverzorgers tot prijzen van 24 euro voor ‘hair-design’ zaken met irritante muziek. Ook in Duitsland bezocht in altijd verschillende kappers, in de tien jaar dat ik er woonde moet ik toch zeker tien verschillende kappers hebben bezocht. Turkse kappers achter het station van Hilversum, voor 6 euro. Die wisten van wanten met het scheerapparaat, ik was in tijden niet zo kaal geknipt. Voordeel is dan wel weer dat je nek uitgeschoren wordt met zo’n groot scheermes en heuse scheerzeep. Eau de cologne in een fris geschoren nek, fijn gevoel is dat.
Toen ik een jaar of vijf was, nam m’n moeder ons op Woensdagmiddag mee naar de kapper, om me, samen met mijn twee broers, een bibob te laten knippen. Dat was bijna een kale kop, net als de amerikaanse straaljagerpiloten van het nabijgelegen vliegveld Soesterberg. Best stoer in die tijd. Totdat we de Monkees op tv zagen. Toen probeerde ik het kapperbezoek al zo lang mogelijk uit te stellen. Als ik merkte dat mijn pony al bij mijn wenkbrauwen kwam, stemde me dat tot tevredenheid, maar al snel stuurde mijn moeder me weer naar de kapper; ‘lekker kort hoor, anders moet je over een paar weken wéér.
Op mijn achttiende, toen ik ging druivenplukken in Frankrijk, had ik prachtige lange haren tot over mijn schouders. Na het druivenplukken had ik toch maar een pony laten knippen, want anders bleef ik mijn ‘gordijnen’ maar achter mijn oren aan het doen en in een staartje had ik nog geen zin. Jarenlang heb ik het lang gehouden en daarna is het nooit meer zo lang geweest. De Punk en vooral de New wave kwamen, waar toch echt een nieuw kapsel bij hoorde. Evenals een nieuw outfit, vooral het zwarte colbertje met smalle stropdas was bij mij favoriet en een nieuw interieur, de zogenaamde ‘witte kamer – periode’, de tijd dat we onze kamers helemaal wit schilderden.
Inmiddels heb ik het weer helemaal kort, ik zie er dan een stuk jonger uit zegt mijn vriendin. Het begint al grijs te worden en de haargrens trekt naar achteren, maar gelukkig heb ik nog geen kaal bovenhoofd. De Jack Nicholson- look, bovenop wat langer en naar achteren en opzij en van achteren kort is vele jaren mijn favoriete kapsel geweest. Wel grote inhammen. Dat zei een leerling uit de vmbo eens tegen me toen ik nog docent Duits was. ‘Meneer, U lijkt veel op meester Jan’. ‘Hoezo?’ vroeg ik. ‘Die heeft ook van zulke inhammen’.











