Nederlands leraar

De pet

8-04-2014

Blog

De pet is een stuk gekleder dan de muts. De pet is voor buiten. De pet is onmisbaar voor de fietser. Met de pet zie je er als oudere veel beter uit dan met een cap. De cap is voor kinderen. Niets zo misplaatst als een cap voor ouderen.
De pet kan een attribuut zijn, een image, maar ook gewoon een middel tegen een koud hoofd. Dat laatste is bij mij de reden van het aanschaffen van een pet. Een capuchon is goed voor de regen, maar bij een koude wind is een pet een must.
De pet als image van Koot en Bie, de alpinopet;

Image van Madonna, de che guevarapet;

Vroeger zag je vaker petten, vooral oude mannen droegen een pet.

Tegenwoordig is de pet weer in opkomst.

Een pet kan goed staan bij heren;

en bij dames;

In München, waar ik jarenlang woonde, schafte ik mijn eerste pet aan, een Kangol. Je kon hem achterstevoren opzetten. Tegenwoordig zet ik hem meestal met de klep naar voren op en met de kangaroo naar achteren. Ik heb als tiener een tijdje de bijnaam ‘skippy’ gehad, zoals de kangaroo uit de gelijknamige australische tv serie van die tijd. Dus ik vind dat kangarootje helemaal niet verkeerd.

Sinds kort heb ik weer net zo een Kangol Pet als in München en ik ben er heel tevreden mee als hij op mijn hoofd zit en ik fiets. Hij moet natuurlijk wel goed zitten zo’n pet en niet afwaaien. Maar dat doet mijn pet niet. Hij zit goed, mijn pet.Ook als ik loop trouwens of op de tram wacht.

Tot slot nog een paar spreekwoorden met petten;

– iets in petto hebben = iets achter de hand hebben
– Jan met de pet = eenvoudige afkomst
– daar neem ik mijn petje voor af= bewondering voor iets hebben
– met zijn pet er niet bij kunnen = iets niet kunnen begrijpen
– daar valt mijn pet van af = daar ben ik erg verbaasd over
– dat gaat boven mijn pet = daar snap ik niets van
– ergens met de pet naar gooien = niet precies en slordig werken