Nederlands leraar

Even, effe, joh, jongen, man, jongeman, hoor, hѐ?, hee.

5-05-2020

Blog

Het zijn van die kleine woordjes die in de spreektaal ertussen gekropen zijn en die het wat smeuïger doen klinken. Wat ze nu eigenlijk betekenen valt soms moeilijk te zeggen, maar als ze weggelaten worden klinkt de Nederlandse taal ineens erg droog en staccato.

‘Even’.
Even denken , Even wachten of Wacht even = momentje, ogenblikje
Ook in andere context; even kijken, even een boodschapje doen, even bellen = het duurt beslist niet lang, maar het duurt maar even. Dat is de strekking van dat ‘even’.

‘Effe’.
In het Amsterdams wordt ook ‘Effe’ gebruikt, wat staat voor iets dat je ‘effe’ doet, maar wat een enorme prestatie is. Bijvoorbeeld: een hele nieuwe woonwijk wordt ‘effe’ uit de grond gestampt.
‘De hele ringweg moet nieuw worden geasfalteerd. Effe’.
‘Effe’ is hier dus iets wat niet eventjes te doen is maar wel een hele klus is.
‘Effe’ in deze context is dus juist het tegenovergestelde van ‘even’.

‘Joh’.
‘Goed gedaan joh’. Hee jongen, hoe gaat-ie?. Nou man, wat een toestand. Als vrienden elkaar begroeten.

‘Jongeman’.
‘Zo jongeman, wat zijn we hier aan het doen?’ Iemand die deze vraag stelde was vaak van hogere afkomst. De persoon in kwestie kon een burgemeester of politie agent zijn. Het klinkt nogal bekakt voor een eenvoudige boerelul (om het maar eens goed duidelijk te maken).
Vreemd genoeg is het meestal het mannelijke geslacht dat joh, jongen of man achter een zin krijgt, bij meisjes of vrouwen helemaal niet. Toch hoor je soms vrouwen onderling dingen zeggen als;
Leuk weekend gehad joh, lekker naar het zwembad geweest met de jongens. Dus ‘joh’ in plaats van ‘meid’. Het woordje ‘meid’ hoor je de laatste jaren trouwens wel weer vaker.

‘Jongen’.
‘Gelachen jongen!’ Nou dat kan ik me wel voorstellen, zoals er dan na een smakelijke anekdote lachend gezegd wordt met vrienden onder mekaar.
‘De jongens’, daarmee worden vaak zowel de dochters als de zonen bedoeld, de kinderen dus. Die worden aldus aangeduid als een vader of een moeder het over de kinderen heeft.
In mijn studententijd had ik een Franse vriendin en gebruikte ik nogal veel het woordje ‘joh’. Dus bijvoorbeeld ‘ik heb nou toch een goeie plaat gekocht joh!’ hetgeen spreektaal was en waarmee ik mijn enthousiasme onderstreep met dat drieletter woordje ‘joh’. Toen zij het onbewust zelf ging gebruiken werd ze daarop geattendeerd door en Nederlands vriendinnetje, die het gebruik van ‘joh’ helemaal niet kon waarderen.

‘Hoor’.
‘leuke vakantie gehad?’ ‘Ja hoor, lekker 3 weken naar Frankrijk geweest, heerlijk!. Hoor betekent eigenlijk niets, je kan het ook weg laten, maar het klinkt gewoon lekkerder. Zo van ‘hoor je me?’. Maar let maar eens op hoe vaak het woordje ‘hoor’ wordt gebruikt, hoor!

Hѐ?
‘Hѐ?’ diende te allen tijde te worden vermeden, al moet ik zeggen dat ik het zelf soms onbewust toch gebruik, bijvoorbeeld; ‘lekker weer hѐ?’ . In deze context geeft het woordje in het kort aan dat verwacht wordt dat de gesprekspartner het er helemaal mee eens is. hѐ? Betekent hier zoiets als; ‘vind je ook niet?’.
Dat is nog acceptabel, lijkt me. Al moet je het niet te vaak horen. Wat echter absoluut niet kon, wat gebruik maken van het woordje ‘hѐ?’in de zin van; ‘wat zeg je?’. Als ik thuis bij het avondeten als kind het woordje gebruikte om te vragen wat iemand zei, kreeg ik steevast te horen dat dat een varkensvloekwoord was dat ik absoluut niet meer mocht gebruiken.

‘Hee’.
Laten we eerlijk zijn, hee is een vreselijk rotwoord om iemand mee aan te spreken die je niet kent.
Ik zal nooit vergeten dat ik na 10 jaar in Duitsland gewoond te hebben, in Amsterdam op het Damrak aangesproken werd met; ‘Hee, waar is het station?’. Ik deed net of ik het niet hoorde, maar ik ergerde me groen en geel. Als daarentegen een vraag begonnen wordt met
‘Dag meneer, mag ik u iets vragen?’ kan degene die dit zegt al mijn aandacht krijgen en zal ik hem of haar zo goed mogelijk informeren of verder helpen.
Als dan de vraag komt waar het station is, ben ik desnoods nog bereid om met hem of haar een stuk mee in de goede richting te lopen.