Nederlands leraar

Oostenrijk.

14-05-2020

Blog

Onze laatste vakantie brachten we door in Oostenrijk, om precies te zijn in Steinbach am Attersee.

Felblauwe meren omringd door bergen met een strakblauwe lucht. Heerlijk eten, zoals de befaamde Kalbschnitzel maar ook de heerlijk gerookte ‘Steckerlfisch’ vers uit de meren. Het viel ons op dat alles schoon en netjes was, dat het verkeer rustig reed, dat iedereen elkaar groette en dat de natuur ongerept mooi was.

Met een groepje van 7 vrienden waren we bij een Gasthaus, een biologische boerderij, waar het goed toeven was. Overdag vermaakten we ons met zwemmen, duiken in het meer, zeilen, wandelen in de bergen, surfen(rechtop staan op een surfplank en dan peddelen), vissen en rodelen. ’S Avonds barbecue en dansen en nachtzwemmen.

Een actieve vakantie met alles erop en eraan. Wat wil je nog meer?

Vroeger gingen we met mijn familie elk jaar naar Oostenrijk om te skiën in de winter, zomers gingen we naar Zell am See. We maakten dan ook lange bergwandelingen.
De eerste keer dat we op wintersportvakantie gingen was in 1967, ik was 7 jaar en ik brak mijn been, in Innsbruck lag ik in een ziekenhuis. Ik kreeg elke dag veel kaarten, die stuurden mijn ouders me.
Ik vond het best interessant om na de vakantie op school te komen met mij been in het gips, vooral als ik dan vertelde dat ik mijn been met skiën gebroken had. Het was in die tijd nog niet zo gebruikelijk om op wintersportvakantie te gaan.

Mijn broer Frans haalde de krant, hij had de eerste prijs gewonnen met een skiwedstrijd. Ik weet nog goed hoe hij op de foto ging, met zijn skimuts op en ski stokken gewoon in onze huiskamer. Maar in de krant leek het net echt. Daar kon ik natuurlijk niet tegenop met mijn gebroken been.