Rapporteren
20-03-2014
Is het verslag schrijven over de gebeurtenissen die je hebt meegemaakt. Dit is niet zo makkelijk als het lijkt. Vooral als het door mensen geschreven wordt die het Nederlands niet goed geleerd hebben. Natuurlijk valt hiertegen iets te doen. Niet dat ik als docent Nederlands er in een keer voor kan zorgen dat alles nu 100% correct geschreven gaat worden, wel kan ik goeie tips geven waarvan notitities gemaakt kunnen worden zodat men in ieder geval de meest voorkomende spellings- en grammaticafouten niet meer maakt.
Eerder dit jaar gaf ik les aan juffen van kleuterscholen in Amsterdam Zuid-Oost.
Vanmorgen heb ik les gegeven in rapportage- of verslag schrijven aan een groep veiligheidsmedewerkers in Amsterdam-Noord.
Daarbij is aandacht besteed aan
Adequaatheid/begrijpelijkheid – veel te lange zinnen maken verslagen vaak hopeloos ingewikkeld
Grammaticale correctheid – Bijv. uitgangen van werkwoorden met d of t ‘- een verslag schrijf je natuurlijk altijd in de verleden tijd.
Spelling – hoe de woorden te schrijven, lastige lange woorden die je aan elkaar schrijft zijn bijv. Veiligheidsmedewerker, probleemgeval of legitimatiebewijs
Samenhang – heeft de tekst samenhang, dus zijn de woorden, de zinnen relevant voor de tekst, er worden nogal eens wat bijzaken beschreven die voor de informatie niet relevant zijn
Woordgebruik – ‘toen vertelde zij’ ipv ‘toen zei zij’
‘Zo gauw als het kan’ ipv ‘zo snel mogelijk’
‘vroeg haar of mevrouw haar adres gegevens ook in de tas zit’ ipv
‘vroeg mevrouw of haar adresgegevens ook in haar tas zaten’
‘hier werd aan de voorzijden van de wijk vuurwerk afgestoken maar niet op ons’ – ipv
‘aan het begin van onze ronde door de wijk werd vuurwerk afgestoken’ – geen schokkend nieuws op oudjaarsdag valt het te verwachten. Maar beveiligingsmedewerkers hebben ook een observatiefunctie, dus dienen bestaande situaties te beschrijven.
‘uit eigen veiligheid zijn we maar teruggegaan’ – het woordje ‘maar’ versterkt hier het vertrek en geeft een nogal vernederende en desolate indruk, zo van ‘toen zijn we maar weggegaan’ (we hadden niets beters te doen, we gaven alle hoop op)
ipv
‘voor onze veiligheid zijn we vertrokken’
‘het is redelijk druk op straat vooral met jeugd dat vuurwerk afsteekt’- ipv
‘het is druk met jongeren die vuurwerk afstak’
‘In het winkelcentrum komt een mevrouw van ongeveer 65 jaar naar ons toe met de schrik in haar ogen’- ipv
‘Een angstige 65-jarige vrouw kwam naar ons toe’
Beschrijvingen zijn vaak ook niet duidelijk. Bijv.
‘het was een witkatoenen tas met lange schouderbanden met Egyptische opdruk’ ipv
‘een katoenen schoudertas’ is duidelijk, Egyptische opdruk niet. Was het een Piramide of een egyptische tekst? Dat wordt niet duidelijk uit de omschrijving ‘Egyptische opdruk’.











