Nederlands leraar

Thaise

4-02-2012

Blog

Bij een thaise denk je vanzelf aan twee dingen; eten en massage. Logisch, want vrijwel alle thaise vrouwen (in Amsterdam leven zo’n 7000 thais, het merendeel vrouwen) werken in een van deze branches van dienstverlening. Ze zijn er dus heel goed in, vrijwel ieder thais meisje kan uitstekend koken en masseren. Ze verzorgt, ze werkt en weet een man te pleasen, te behagen. Als je een thaise vrouw hebt mag je je gelukkig prijzen. Ik kan erover meepraten want in het bezit van een thaise vriendin sinds bijna twee jaar.

Ook geef ik taalles aan thaise dames, die meestal in een keuken of salon werkzaam zijn, kind(eren) in Thailand hebben en van hun verdiende loon een aanzienlijk deel naar familie in Thailand overmaken. 

Harde werkers die er alles voor over hebben een Nederlands paspoort te bemachtigen en een diploma Inburgering op A2 niveau te behalen, die naast het hebben van werk en een onbepaalde verblijfsvergunning als voorwaarde voor naturalisatie gesteld wordt. Als docent moet ik vaak even door die eeuwige glimlach “big smile” heen prikken om erachter te komen hoeveel jaar basisonderwijs de betreffende cursist genoten heeft in thuisland. Meestal blijft het bij basisonderwijs, hetgeen het moeilijk maakt om op latere leeftijd de draad weer op te pakken. Een aantal thema’s aan gebruiken, procedures en praktijken dienen cursisten te beheersen die voor ons vanzelfsprekend zijn, maar voor een Thaise iets totaal nieuws en onbekends. Zo kan het gebeuren, vanmiddag ook weer, dat ik met een Thaise voor het Elektronisch Praktijk Examen aan het oefenen ben en ik merk dat ze geen idee heeft wat woorden als solliciteren en administratie betekenen. Ik geef dan uitleg en zeg dat ze de woorden moet opschrijven met de vertaling erbij en dat ze thuis een tiental woorden per dag uit haar hoofd moet leren. Wat de uitspraak betreft; langzaam praten is het beste in het begin om vooral duidelijk verstaanbaar te zijn. Als ik Thaise onder elkaar hoor vallen me naast het vele gegiechel, de grappige toontjes, kort en met veel klemtonen op. Dat laatste is ook belangrijk bij het oefenen; in het NL gaat de melodie van de vraag met de zin omhoog; ‘mag ik U wat vragen?’ Intonatie en klemtoon zijn doorslaggevend in contact, naast de juiste woordenschat. Voor het inburgeringsexamen dient de kandidaat zo’n 5000 woorden te beheersen, die van het meest alledaags taalgebruik. Het moeilijke van het examen zit hem vaak in de abstracte begrippen waarbij de kandidaat eigenlijk zelf dingen moet gaan opzoeken in woordenboeken en internet om de exacte betekenis te achterhalen. Dit wordt meestal niet gedaan waardoor veel kennis niet blijft hangen. Daarom had deze vrouw vanmiddag geen idee waar het over ging toen op het filmpje een sollicitatiegesprek werd vertoond waarover vragen gesteld werden. Administratie, dat betekent ‘papierwerk’ zeg ik dan, en laat ook een rekenmachine zien en pen en papier of computer en telefoon. ‘tie-woorden’, zeker moeilijk voor een thaise: administratie, sollicitatie, naturalisatie, identificatie, kwalificatie.

En dan de snelheid terugdraaien naar verstaanbaarheid van twee kanten, want ik heb ook al eens gemerkt dat ik weliswaar begreep wat ze zei, maar dat ze zelf niet wist wat ze precies zei. De kennis zit niet verankerd. Het merendeel van de hersenactiviteit is gedurende het verblijf in Nederland gericht op werken met handen en niet met de hersenen. Dit moet geoefend en in sommige gevallen opnieuw aangeleerd worden. Ik zeg dan meestal dat ze naast de tien woorden ook elke dag een stuk Nederlandse tekst moeten lezen; stripboeken, kinderfilms, straatnamen, mededelingen etc. en naar Nederlands moeten luisteren: reclames, liedjes etc. 

Korte briefjes en lijstjes schrijven. En zoveel mogelijk nederlands praten, elke dag.