Wat zit je te doen?
3-05-2020
Meester, waarom ZIT in Nederlands zoveel? Goede vraag van een student; waarom zit in het Nederlands eigenlijk zoveel?
PLAATS –
Spullen zitten vaak; Je geld zit in je portemonnee, je boeken zitten in je tas. Je sleutels zitten in je jaszak en je telefoon zit in je broekzak.
Winkels zitten ook; ‘ken je Concerto, die platenzaak?’ ‘Eh ja, waar zit die precies?’ ‘Die zit in de Utrechtsestraat. O, zit die daar’.
Je zit op sport; ‘ik zit op voetbal en jij?’ ‘Ik zit op volleybal’. Dit betekent dat je lid bent van een voetbalclub of volleybalvereniging.
Je zit op school; ‘Mijn zoon zit op de Havo’. ‘O goed zeg, mijn dochter zit op de VmbO’.
‘In de zomer zitten wij altijd in Frankrijk’. ‘Waar zitten jullie precies?’ ‘O, in de Dordogne, daar zitten we elke zomer’.
Je zit en doet tegelijk iets;
je zit te bellen, je zit te eten, je zit naar een film te kijken, je zit muziek te luisteren of je zit te praten of bier te drinken.
In plaats van wat BEN je aan het doen? Dat in de meeste talen gebruikt wordt, ZIT je in het Nederlands heel veel te doen.
Uitdrukkingen met zitten;
Zie je het nog zitten? – heb je er nog zin in?
Ik zie het wel zitten! – ik heb er wel zin in!
Hij ziet het helemaal niet meer zitten – hij is er helemaal klaar mee en wil er niets meer mee te maken hebben.











