Watje
9-02-2012
Hilarisch bericht; parkeercontroleurs in Amsterdam worden op kosten van de belastingbetaler in taxi- busjes naar verschillende plaatsen in de stad gereden. Het is te gevaarlijk om op de scooter te gaan met dit weer. Het vriest een paar dagen en meteen zijn we de kluts kwijt. Wel eens gehoord van fietsen? Ik fiets elke dag, het hele jaar, weer of geen weer, door de stad. Geen enkel probleem. Natuurlijk, het regent wel eens, het sneeuwt wel eens, het vriest wel eens. Logisch toch? Dan fiets ik gewoon lekker door met een regenpak aan en een lange onderbroek. Koud? Nee, ik heb het nooit koud, want ik kleed me goed aan. Ziek? Nooit ziek geweest. De gemeente kweekt watjes, door als het twee dagen vriest de bonnenschrijvers in een taxi te zetten. Ik zou me doodschamen voor een dergelijke vernedering. Leuk interview van ‘Powned’ op tv gisteravond; misschien gaan jullie ook nog de boterhammen smeren voor de mannen? Of voor schone onderbroeken zorgen en frisse zakdoeken?
Nu ken ik het verschijnsel ‘watje’ al heel lang. In Duitsland noemen ze een watje een ‘warmduscher’, iemand die veel te lang onder de warme douche staat. Mannen die in de kracht van hun leven werkeloos zijn en blijven en dan maar het huishouden gaan doen. In mijn groep kwam maanden geleden ook zo’n figuur. Een jonge vent, 23 jaar, een Oeigoer. Vluchteling. Sprak heel gebrekkig en gebroken nederlands. Moest eigenlijk allang klaar zijn en zijn diploma hebben gehaald. Op de vraag wat hij zo deed de hele dag, kwam het antwoord dat hij voor de baby zorgde en het huishouden doet, want zijn vrouw werkt. Waarop ik opmerkte dat hij dus huisman is. ‘Huisman’, nee dat was hij niet. Hij kreeg er een kleur van. ‘Huisman’, nee zeg hij moest er niet aan denken. ‘Nou, als een vrouw de hele dag het huishouden doet, dan is het een huisvrouw. Dus als een man het huishouden doet is het een huisman. Dat kun je niet leuk vinden, maar je bent het wel’.
Als je een kerel bent, heb je allang werk, allang een diploma. Huismannen zijn niet altijd watjes, maar huismannen die geen moeite doen hun positie te verbeteren en zich dan vervolgens schamen, zijn, of ze dat nou leuk vinden of niet, watjes. Niet meer en niet minder. Slappelingen, zachtgekookte eitjes, sukkels, losers, mislukkelingen, profiteurs, beroepswerkelozen, halve zachte figuren.
Om nog maar eens een paar krachttermen van mijn vader uit mijn jeugd erbij te halen; slappe handjes, werkschuw tuig, falderappes, te beroerd om te werken, die hun hand op komen houden en alleen maar van de sociale voorzieningen willen profiteren. En vooral heel boos zijn op iedereen die ze niet zielig vinden. Want ach gossie wat hebben ze het toch moeilijk.











