Nederlands leraar

Wimpie van de kapper

3-07-2012

Blog

Wimpie van de kapper kwam met een kraai aan. Hij was tam en bleef op je schouder zitten. Hij mocht een tijdje bij mij blijven. Toen ik ermee thuis kwam zei m’ n moeder; ‘nou nog een ooglapje dan ben je een echte piraat’. ‘Nee, piraten die hadden altijd papagaaien’, zei ik. De kraai kraaide soms wat. Meestal keek hij verbaasd om zich heen.

We gingen drie dagen op schoolreisje. De meester vertelde wat we allemaal mee moesten nemen. Daarna mochten we vragen stellen. Ik stak m’ n vinger op en vroeg;
‘Moet je je mes en vork ook meenemen?’. De hele klas moest hard lachen en de meester ook. Het bleek dat ze verstaan hadden; ‘mag je je meisje ook meenemen?’.

Iets dergelijks had ik bij de bijbel- vertelling over Mozes in de woestijn. Mozes trok 10 000 mijlen door de woestijn. Ik begreep altijd dat hij met 10 000 meiden door de woestijn trok.

Bij de bijbelvertellingen vond ik het verhaal van David en Goliath altijd erg mooi, hoe die kleine David met zijn katapult die grote reus een steentje in z’n ogen schoot. Slim mannetje, die David.

Dat had ik trouwens ook bij de verfilming op teevee van Odysseus, die op het eiland van de Cycloop, de eenogige reus, het voor mekaar kreeg de reus uit te schakelen door een speer in zijn ene oog te gooien. Ook niet voor een kleintje vervaard, die Odysseus.