Een Zondag in Februari. De stad bestond grotendeels uit dezelfde smakeloze betonnen blokkendozenwoningen die ik overal in de ‘Neuen Bundesländer’ had gezien. De meeste steden in Duitsland werden door de geallieerden aan het eind van tweede wereldoorlog voor 90 % platgebombardeerd. In het centrum van Dresden waren nog een paar historische gebouwen bewaard gebleven. Een gids bood me een rondleiding voor 12 DM aan.
Eerste bezichtiging was de indrukwekkende Semper Oper, de opera waarvan het een en ander in historische staat nieuw was opgebouwd. Voor de instandhouding van het nieuwopgebouwde culturele erfgoed kwam de Wende (val van de muur in Berlijn) als geroepen. De laatste twintig jaar is door de DDR niets aan onderhoud gedaan. De Frauenkirche die men in de DDR als herdenking aan de oorlog nog in puin had laten liggen, werd nu zorgvuldig opnieuw opgebouwd, gesponsord door de Dresdner Bank en private giften van in totaal 110 miljoen DM en daarnaast nog tientallen miljoenen van de staat. Een Dresdner die na de oorlog naar Japan was geemigreerd had het benodigde geld voor de klok van de kerktoren geschonken. Het kruis waaromheen de koepel van de kerk wordt gebouwd is door een engelse timmerman gebouwd wiens vader als piloot bij de ‘Royal Airforce’ deelnam aan de bombardering van Dresden. De koepel is in die engelse steden uitgestald die in de oorlog het meest geleden hebben onder de duitse bombardementen.
De gids stopt bij een gedenksteen in de muur;
‘In herinnering aan onze Russische bevrijders die ons het socialisme brachten nadat Engelsen en Amerikanen onze stad in puin hadden geschoten’
stond er geschreven.
Of de mensen zo blij waren met die ‘russische bevrijders’ is een ander verhaal.
Zeker is dat het bommentapijt op Dresden destijds totaal overbodig was. De oorlog was al afgelopen, er waren alleen bejaarden, vrouwen en kinderen in de stad, waaronder vele vluchtelingen uit het oosten, die met fosforbommen werden bestookt. De stad werd met de grond gelijk gemaakt.
Volstrekt zinloos.
Flohmarkt in Berlijn. Ik moest hem hebben; zo’n ouderwetse bakelieten telefoon uit de vijftiger jaren.
Later werden telefoons, evenals auto’s, alleen maar lelijker.
‘Hoeveel?’ vroeg ik de verkoper.
’75 Mark’ was z’n onverbiddelijke antwoord. ‘ 40 Mark?’. Terwijl ik me dat afvroeg kwam Lili, m’n Russische vriendin, naast me staan.
‘Dat meen je toch niet serieus?, zo’n oud ding!’.
Even keek ik haar verbaasd aan, daarna realiseerde ik me dat ze in Rusland nooit met ‘nostalgie’ te maken had gehad. Voor haar was mooi nieuw mooier als mooi oud. Hoe ik ook probeerde haar ervan te overtuigen dat het een uniek exemplaar betrof uit vervlogen tijden, ze vond het maar niks.
Even verder stond een man met speldjes. Na even achteloos te hebben gekeken viel m’n oog op een origineel Leninspeldje, waarvoor ik drie mark betaalde. Ik toonde het Lili. Ze kreeg de slappe lach.
‘Zo’n speldje heb ik ook gedragen, vroeger bij de jonge Pionieren! Samen met een rode das’.
Het speldje toonde Lenins kop in een vlam met een russische tekst eronder.
‘Wat betekent de tekst eronder?’ wilde ik weten.
‘Immer Bereit – Altijd paraat!’ zei Lili. ‘Zeiden we vroeger altijd bij de jonge Pionieren. Dan vroeg de leider ons; ‘Seit Ihr Bereit?’ en wij; ‘Immer Bereit!’.
Als Lenin zou horen dat z’n speldjes op de vlooienmarkt voor een paar mark te koop liggen, zou hij zich in z’n Mausoleum omdraaien.
Een regenachtige Zondag in München. Mooie tijd voor een bezoek aan het ‘Haus der Kunst’. Het monumentale gebouw aan de Prinzregentenstrasse met als blikvanger aan de voorkant een imposante rij hoge zuilen met gekrulde ornamenten bovenaan de traptreden. Een ontwerp van architekt Troost, die eerst gewone pilaren had bedacht. Zijn opdrachtgever Adolf Hitler veranderde de pilaren in zuilen om het geheel wat pathetischer te doen voorkomen. Immers, een tempel van kunst moest het zijn, het hoogste van het hoogste wat kunst te bieden had. Dus niet de ‘entartete Kunst’ van Kandinsky en consorten. München was niet alleen de hoofdstad der Beweging, maar ook de hoofdstad der kunst en cultuur. Bij de opening van dit Haus der Kunst in 1934 moest Adolf met een hamer op een spijker slaan. Ongelukkigerwijs brak het hamertje, hetgeen natuurlijk niet openbaar werd gemaakt.
Adolf was hier twintig jaar eerder als arm kunstschildertje gekomen. Eerst woonde hij in de Schleißheimerstrasse, later in Lehel, niet ver van dit museum. Ook niet ver van dit museum, op de Odeonsplatz bij de Feldherrenhalle, pleegde hij in 1923 z’n eerste coup, waarna hij in de gevangenis in Landsberg belandde, waar hij zeer goed verzorgd werd en ‘Mein Kampf’ schreef.
De ‘Hochschule für Musik’ is sinds 1946 gevestigd in de Arcisstraße 12, direkt aan de Königsplatz, de meest imposante plaats van München. Een ‘Führerbau’, evenals Meiserstraße 10, waar de Parteizentrale was gevestigd. Een studente in de hal speelt cello.
In duistere tijden had Adolf hier z’n kantoor. Drie onderverdiepingen heeft het neo-klassisistische gebouw. Ik neem deel aan een ‘Führung’. Doel van deze rondleidingen is, aldus onze gids: ‘Entmythologisierung und Entmystifizierung der Bauten am Königsplatz, die im Dritten reich verherrlicht wurden und deren zweifelhafter Ruhm bis Heute nachwirkt’. Samen met 25 andere geinterresseerden loop ik achter de gids aan. Na een rondgang door de bibliotheek van het voormalige bestuursgebouw van de NSDAP gaan we onder de grond. De 105 meter lange tunnel die de beide belangrijkste Nazi-gebouwen op de Königsplatz met elkaar verbond en die tegenwoordig in het midden dichtgemetselt is, werd destijds als ‘Gehweg’ of ‘Diplomatengang’ genoemd. ‘Met droge voeten en zonder lijfwachten kon Hitler zich hierdoor van het ene huis naar het andere bewegen’ verteld onze gids.
Graffiti van amerikaanse soldaten op de wanden. Naast tekeningen van naakte vrouwen staan namen, zoals bijvoorbeeld Donald Harvey, die zich hier op 3 Juli ’45 vereeuwigd heeft.
Een jongen naast me met een kaalgeschoren achterhoofd fluistert zijn vriendin grijnzend toe, dat veel uit deze tijd legende geworden is. ‘Waarom doe je aan de rondleiding mee?’ vraag ik hem. ‘Ik wil m’n schuldcomplex dat ik als Duitser heb, vergroten’ zegt hij cynisch. ‘De man die deze gebouwen bouwen liet, was gewoon goed’. Hij bedoelt Hitler. We lopen door de gangen en passeren een aantal Versorgungskammern: ‘Gemüse und Obst’ staat op een deur geschreven, op andere deuren ‘Wild und Geflügel’, ‘Rotweinkeller’, ‘Kartoffelkeller’.In een andere kamer staat nog een machine ter ijstoebereiding. Het ‘Führerhaus’ was het representatie-gebouw van de partij. Voor ontvangsten was de voorraadskelder volgestopt met delikatessen.
Laatste attractie van de rondleiding: Hitlers werkkamer op de eerste verdieping, waar het ‘Verdrag van München’ ondertekend is. De ondertekening van het verdrag 60 jaar geleden was het dieptepunt van de engelse Appeasement-politiek en maakte het Hitler mogelijk het Sudetenland te bezetten. Vandaag de dag is Hitlers Büro oefenplaats voor muziekstudenten. Teleurstelling op het gezicht van het kaalgeschoren achterhoofd, want hij staat er niet, de schrijftafel van Hitler. Elk spoor van het meubilär is verloren sinds de overgave aan de Amerikanen in 1945. Ondanks de geweldige hoogte van de kamer, die de mensen daarin klein en nietig doen zijn en die duidelijk toont, wat voor filosofie achter de overdimensionale proporties steekt, is het kaalgeschoren achterhoofd gedesillusioneerd. Te weinig authentieke sensaties: geen Reichsadler aan de wand, zelfs geen Globe die op oude foto’s van Hitler op z’n buro te zien is.
Het was s’morgens half zeven en zoals gewoonlijk liep ik naar de bedrijfsbus toe. Maar wat was dat? De plaats waar ik hem gisterenavond geparkeerd had was leeg. Had ik hem dan toch ergens anders geparkeerd? Nee, dit was toch de plek geweest. Voor de zekerheid liep ik nog eens de straat heen en weer, geen bus te bekennen. Als huismeester had ik sleutels van een twintigtal objecten in München onder m’n hoede. Gemakshalve liet ik het bakje met sleutels altijd in de auto staan. Ik moest het m’ n chef toch maar zeggen, er zat niks anders op. Ik drukte het bekende nummer in m’n Handy. Z’n vrouw nam op.
‘Hallo. Ich habe ein Problem, der Bus ist weg’.
‘Was sagen Sie?’ ‘Der Bus ist weg’. ‘Sind Sie sicher?’ ‘Ja er ist nicht mehr da’.
Nu kwam de chef zelf aan de telefoon. ‘Was ist los? Der Bus ist weg? Und die Schlüssel?’. ‘Die waren drin’. Mijn chef zei dat ik, als de sleutels weg waren, minstens twintigduizend DM betalen moest omdat alle sloten omgebouwd moesten worden. Ik zei hem dat ik eerst de politie maar op de hoogte zou gaan stellen.
Ik meldde de verdwijning bij de politie. Wat of het kenteken was. Ik gaf het door.
‘O ja die is vannacht in beslag genomen’.
‘Wat? Waarom?’
‘Verdacht auf Fahrerflucht. Een bewoner heeft opgebeld en beweerde dat U met de bus zijn auto beschadigd heeft. Daarna is de bus veiliggesteld om op sporen onderzocht te worden’.
Ik kon m’n oren niet geloven. ‘Waarom wordt me dat niet medegedeeld?’
‘Ach foutje van m’n collega. Soms is er geen tijd voor of wordt het vergeten.’
Ik mocht de bus twee dagen later weer ophalen, nadat een uitgebreid politierapport was opgesteld met m’n verklaring dat ik niks gemerkt had en dat ik volgens mij niets geraakt had en dat als ik wat geraakt zou hebben en dat gemerkt zou hebben, ik het met zekerheid gemeld zou hebben.
Hij viel met de neus in de boter – er hat Schwein gehabt
Zij krijgen het voor elkaar – Sie kriegen es hin
Unieke tulpenbollen – einmalige Tulpenzwiebeln
Speciaal gekweekt in de kas – Eine Spezialzüchtung aus dem Treibhaus
Hoe een koe een haas vangt – Ein blindes Huhn findet auch mal ein Korn
De Verenigde Naties is niet; ‘Die Vereinigten Nazis’
maar ‘Die Vereinten Nationen’
‘Dat is andere koek’ is niet; ‘Das ist andere Kuchen’
Maar ‘Das ist ganz was Anderes’