Nederlands leraar

Archive for augustus, 2012

Friedhof

6.08.2012

Blog

Kerkhof. Ik vind het in het Duits mooier, ‘Friedhof’. Ook ‘Bestattung’ klinkt beter dan begrafenis. Ik heb er al wat meegemaakt en er staan me er nog ongetwijfeld genoeg te wachten, maar daar wil ik niet aan denken. Ook schrijf ik er niet graag over, maar aangezien ik vanavond ga condoleren is dit voor mij vandaag een thema. De begrafenis van mijn moeder en vader ligt al enige jaren achter de rug. Eerst de man, de vrouw een paar jaar later, zo gaat het meestal. Vrouwen leven langer.

Adolf Balk, geb. 1938. De voornaam Adolf op het kerkhof in München, een populaire naam in die tijd kon ik vaststellen tijdens een wandeling over het kerkhof, waar ik elke Zondag een bezoek bracht aan het graf van de moeder van mijn vriendin. Ze was na een slopende bloedziekte overleden.

Zij woonde tot haar overlijden nog met haar man in Dessau en wij waren inmiddels naar München verhuisd. Een overvoering met een lijkenauto zou ongeveer 900 DM kosten. Navraag bij de Pakketdienst UPC. Nee, het bezorgen van de as van Lilian’s moeder was geen probleem, deden ze wel vaker. Zou ongeveer 70 DM kosten. Dus deden we dat maar.

Voor de begrafenis was de moeder van de vader van mijn vriendin overgekomen uit Oezbekistan. De vader zelf had een houten kruis gemaakt om op het graf te zetten totdat de steen kwam. Een paar dagen had hij getimmerd, gesneden, geschaafd, geschuurd en gelakt. Prachtkruis. Wel zwaar door het vele ijzerwerk vol krullen dat ij erop geschroefd had, dus ik droeg het kruis samen met hem het kerkhof op.

Van de ceremonie hadden we afgezien. De 600 DM voor een korte rede in de aula van het kerkhof konden we ons uitsparen, want we hadden bekenden noch familie in München. Daar kwam de dikke kerkhofchef op een drafje achter ons aan. Wat of we met dat kruis van plan waren. Nou, we liepen hier op een kerkhof dus ligt het voor de hand om het bij een graf te plaatsen. Nee, dat was verboden, het voldeed niet aan de voorschriften. We konden wel een simpel houten kruis bij hem kopen voor 150 DM van een degelijke houtsoort.
De Oma uit Oezbekistan vond het heel vanzelfsprekend en wist ook meteen een oplossing. Ze stelde voor om de chef een paar flessen Wodka te geven, dan was het in orde, daarvan was ze overtuigd. Het kostte ons grote moeite om haar uit te leggen dat deze praktijken hier niet zo gangbaar waren als in Oezbekistan. Er zat niets anders op dan het kruis mee terug naar huis te nemen.

Ter compensatie legde ik grote witte kiezelstenen rond het graf, het zag er bijna feestelijk uit. Helaas werd het niet gewaardeerd door de toezichthouder op het kerkhof. Door middel van een lange, deftige brief werden we gesommeerd de witte kiezelstenen ‘umgehend’ weg te halen aangezien dit niet volgens de voorschriften was.

Lacoste

5.08.2012

Blog

De eerste Lacoste Polo kocht ik op vliegveld Nice in Zuid Frankrijk, een gele. In de uitverkoop, zoals altijd. Nieuw zijn ze me toch veel te duur. 125 Euro voor een polootje, nee bedankt. Je ziet er altijd goed uit in een Lacoste, tenminste dat vind ik.

Vreemd, daarna nooit meer geel gedragen. Ik had er trouwens al eerder een lichtblauwe, van mijn moeder kado gekregen en vaak gedragen. Maar de gele, net als de bordeauxrode die ik later kocht, stond me niet. Tenminste de kleur. Ik ben toch meer van het blauw en zwart. Niet te vrolijk graag. Jaren later in München, kocht ik weer een Lacoste in de uitverkoop, voor 70 Euro i.p.v. 120, ditmaal een zwarte.

Weer jaren later. In de Burburrey winkel op de Heiligenbergerweg in Amsterdam kocht ik twee Lacostes, een donkerblauwe en een groene. Dat is inmiddels weer 4 jaar geleden. Vandaag was ik in de Bijenkorf en jawel; de Lacostes waren in de aanbieding; 30 % korting. Toch nog een eurootje of 60, maar goed dan heb je ook wat. Een echte Lacoste.

Ik kon de verleiding niet weerstaan en kocht er meteen maar twee. Dit keer een helblauwe en een zwart-wit overdwars gestreepte. Medium ja, ziet er toch het beste uit als het een beetje slim fit is.
Ik heb wat met Lacoste. Net als met Ecco voor schoenen en Falke voor sokken. Geen andere merken en alleen in de uitverkoop.

Alkmaar

5.08.2012

Blog

Vanaf station Alkmaar naar het centrum passeerden we de ene kapper na de andere. 12 Euro, 15 Euro, 18 Euro, de prijzen verschilden nogal. Uiteindelijk viel mijn keuze op een kapper met interieur van 100 jaar geleden. Jugendstil. Begin 20e eeuw. Of het nou de Brasseriën en metro-ingangen van Parijs zijn of het prachtige Americain Hotel op het Leidse plein, een betere en mooiere architectonische kunstvorm heeft naar mijn mening nooit bestaan. In Wenen kwam ik wat dat betreft ook goed aan mijn trekken.

In Rotterdam, waar ik een paar jaar gewoond heb, bestond er een dergelijke kapsalon bij het Hotel New York. De inrichting; degelijke leren kapper stoelen met hoofdsteun voor het scheren, wasbakken in oude rechthoekig/ronde vorm, lampen in de vorm van een bol met zacht licht, de typische Jugendstil – letters.
Maar nu dus een kapper in deze stijl van honderd jaar geleden in Alkmaar. Er blijkt een kapperschool in de buurt te zitten, vandaar de vele kappers. Dit was de oudste. De kapper ging enthousiast en rigoureus te werk en knipte een strak maar veel korter kapsel dan ik in vele jaren gehad heb.

Ik heb nogal wat kappers meegemaakt. Lange tijd ging ik naar een Turkse kapper op de Ceintuur baan met de klinkende naam ‘Schaar’. Veertien Euro en goed geknipt, bovendien werd je nek nog uitgeschoren met een scheermes. Toch vond ik het de laatste keer minder, toen ik door een hulpje van de baas werd geknipt. De Syrische kapper op de Zeilweg vroeg 18 Euro, was erg vriendelijk en knipte de eerste keer goed. Maar toen ik er nog een keer terugkwam zag ik achteraf pas hoezeer hij me slecht geknipt had, het leek wel of ik een paraplu- hoofd had, met een kapje erboven op. Mijn haar is nogal stug en heeft de neiging rechtop te gaan staan, de overgang goed knippen is een lastig karweitje wat menig kapper liever over het hoofd ziet, heb ik in de loop der tijden gemerkt. Vooral lastig vond ik het als mijn bovenharen te kort werden geknipt, dan duurde het weer maanden voordat ik het daar weer een paar centimetertjes langer had. Dan weer op zoek naar een kapper die die overgang wel goed knipte zoals ik het hebben wilde.

Tientallen kappers heb ik bezocht in de loop der tijden, van belachelijk dure – 55 gulden – haarverzorgers tot prijzen van 24 euro voor ‘hair-design’ zaken met irritante muziek. Ook in Duitsland bezocht in altijd verschillende kappers, in de tien jaar dat ik er woonde moet ik toch zeker tien verschillende kappers hebben bezocht. Turkse kappers achter het station van Hilversum, voor 6 euro. Die wisten van wanten met het scheerapparaat, ik was in tijden niet zo kaal geknipt. Voordeel is dan wel weer dat je nek uitgeschoren wordt met zo’n groot scheermes en heuse scheerzeep. Eau de cologne in een fris geschoren nek, fijn gevoel is dat.

Toen ik een jaar of vijf was, nam m’n moeder ons op Woensdagmiddag mee naar de kapper, om me, samen met mijn twee broers, een bibob te laten knippen. Dat was bijna een kale kop, net als de amerikaanse straaljagerpiloten van het nabijgelegen vliegveld Soesterberg. Best stoer in die tijd. Totdat we de Monkees op tv zagen. Toen probeerde ik het kapperbezoek al zo lang mogelijk uit te stellen. Als ik merkte dat mijn pony al bij mijn wenkbrauwen kwam, stemde me dat tot tevredenheid, maar al snel stuurde mijn moeder me weer naar de kapper; ‘lekker kort hoor, anders moet je over een paar weken wéér.

Op mijn achttiende, toen ik ging druivenplukken in Frankrijk, had ik prachtige lange haren tot over mijn schouders. Na het druivenplukken had ik toch maar een pony laten knippen, want anders bleef ik mijn ‘gordijnen’ maar achter mijn oren aan het doen en in een staartje had ik nog geen zin. Jarenlang heb ik het lang gehouden en daarna is het nooit meer zo lang geweest. De Punk en vooral de New wave kwamen, waar toch echt een nieuw kapsel bij hoorde. Evenals een nieuw outfit, vooral het zwarte colbertje met smalle stropdas was bij mij favoriet en een nieuw interieur, de zogenaamde ‘witte kamer – periode’, de tijd dat we onze kamers helemaal wit schilderden.

Inmiddels heb ik het weer helemaal kort, ik zie er dan een stuk jonger uit zegt mijn vriendin. Het begint al grijs te worden en de haargrens trekt naar achteren, maar gelukkig heb ik nog geen kaal bovenhoofd. De Jack Nicholson- look, bovenop wat langer en naar achteren en opzij en van achteren kort is vele jaren mijn favoriete kapsel geweest. Wel grote inhammen. Dat zei een leerling uit de vmbo eens tegen me toen ik nog docent Duits was. ‘Meneer, U lijkt veel op meester Jan’. ‘Hoezo?’ vroeg ik. ‘Die heeft ook van zulke inhammen’.

Boekenkasten

1.08.2012

Blog

Zondagavond naar het programma ‘Zomergasten’ gekeken. Henny Vrienten had het over dozen met boeken van bekende en onbekende Nederlanders die op het Waterloo plein te koop werden aangeboden. Als hij dan in zo’n doos keek zag hij een heel leven voor zich. Ik kan me daar wel wat bij voorstellen. Ik kijk ook altijd graag in de boekenkasten van anderen. Dat deed ik al toen ik nog huisschilder was en veel bij mensen thuis over de vloer kwam. Stonden er wat kookboeken, Readest Digest, een encyclopedie en de volledige serie Snoecks, dan kon ik zo’n type aardig inschatten. Zodra er Mulisch, Reve, Hermans en andere min of meer klinkende namen uit de 20e eeuw in de kast stonden, kreeg ik interesse in zo’n persoon en ging ik met andere ogen naar hem of haar kijken.

Een klant van me, Maher uit Egypte, is wasmachinereparateur en komt in die hoedanigheid bij 10 Nederlanders per dag over de vloer. Veel van zijn oudere klanten lezen nog de gouden gids en hebben meestal ook een grote boekenkast vol boeken staan. Maher is er van onder de indruk dat zoveel ouderen een boekenkast hebben staan. En dat ze dan al die dikke boeken nog gelezen hebben ook. De mensen weten hier veel, heel veel. Kijk maar eens wat een boekenkasten.