Nederlands leraar

Schopflocher Alb

16.08.2015

Blog

Het ‘Naturschutzcentrum Schopflocher Alb’ is een ‘Biosphärenlädle’, een leerzaam museum over biosferen en bevindt zich bij Lenningen-Schopfloch. Midden in een beschermd natuurgebied dus.

Een uitgestrekt heuvelachtig landschap. Kronkelpaadjes tussen wuifend graan.

Wandelen, wandelen, wandelen. En wat duikt daar op aan de horizon? Juist ja, het Otto Hoffmeijer Haus. Een boerderij omgebouwd tot restaurant met een groot terras in de schaduw. Dat is prettig bij temperaturen van 34 graden. Op het bierviltje stond ‘Erholung voor Leib und Seele’. En zo zag de achterkant eruit:

Kaew loopt in het bos voor de grap ineens een steile berg op, ik volg haar maar merk dat het niet zo makkelijk meer gaat. ‘Ouwe man! grapt ze, doet ze wel vaker. Vind ik niet erg, zo jong ben ik niet meer, al voel ik me nog lang niet oud. Vakanties in de natuur, zoals deze, houden me jong….

Burg Hohenneuffen

15.08.2015

Blog

Het op 743 meter liggende kasteel stamt uit 1130. Wellicht interessant om eens de geschiedenis te lezen. Of niet,  maar bekijk in ieder geval de foto’s……

“Die Burg wurde zwischen 1100 und 1120 von Mangold von Sulmetingen, der sich später von Neuffen nannte, erbaut.[4] Zum ersten Mal urkundlich erwähnt wurde sie im Jahre 1198, damals im Besitz der Edelfreien von Neuffen, zu denen der Minnesänger Gottfried von Neifen gehörte. Ende des 13. Jahrhunderts ging die Burg an die Herren von Weinsberg, die sie 1301 an das Haus Württemberg verkauften. Ihre Verteidigungsfähigkeit bewies die Burg in den internen Auseinandersetzungen des Heiligen Römischen Reiches, in denen sie 1312 nicht eingenommen werden konnte.

Der Ausbau des Hohenneuffens zur Landesfestung begann bereits im 15. Jahrhundert. Die entscheidenden Baumaßnahmen zur befestigten Anlage wurden aber erst um die Mitte des 16. Jahrhunderts durchHerzog Ulrich unternommen. Es entstanden die Vorwerke, Rundtürme, Bastionen, eine KommandanturKasemattenStallungen, das Zeughaus, und zwei Zisternen. Die damit geschaffene Fortifikation bestand danach ohne wesentliche Änderungen prinzipiell zwei Jahrhunderte weiter. 1519 musste sie sich dennoch dem Schwäbischen Bund ergeben. In den Deutschen Bauernkriegen ab 1524 war sie wiederum nicht einzunehmen.[5]

Mehr als ein Jahr lang wurde der Hohenneuffen während des Dreißigjährigen Krieges belagert. Im November beschlossen Festungskommandant Hauptmann Johann Philipp Schnurm und die mutlos gewordene Mannschaft, mit den Feinden eine Übergabe auszuhandeln, die einen freien Abzug mit Waffen und aller Habe vorsah. Am 22. November 1635 übergab Schnurm die Festung nach 15-monatiger Belagerung an die kaiserlichen Truppen. Entgegen den Zusagen wurde die Mannschaft zum Dienst im kaiserlichen Heer gezwungen, und Schnurm verlor seinen Besitz.

Eine Legende, die nicht den historischen Ereignissen entspricht, sagt folgendes: Die Leute auf der Burg gaben ihrem Esel das letzte Getreide, das sie noch übrig hatten, schlachteten ihn und warfen den gefüllten Magen des Tieres in das Lager der Feinde. Diese glaubten dadurch, dass die Belagerten noch genug Vorräte hätten, verloren die Geduld und zogen davon. Seitdem ist der Esel das „Maskottchen“ der Stadt Neuffen.

Der württembergische Herzog Karl Alexander wollte den Hohenneuffen im 18. Jahrhundert zu einer Festung nach französischem Vorbild ausbauen; er starb aber vor der Vollendung, sein Nachfolger Carl Eugen gab den Plan angesichts der hohen Kosten und des zweifelhaften militärischen Nutzens bald auf. 1793 wurde die Schleifung der Festung und der Verkauf der Baumaterialien beschlossen. Ab 1795 wurde sie nicht mehr genutzt und 1801 endgültig zum Abbruch freigegeben. Dieser begann dann zwei Jahre später. Die Bewohner der Umgebung waren froh über das günstige Baumaterial. Erst ab 1830 begann man, die Reste zu sichern, in den 1860er Jahren wurde die Ruine zugänglich gemacht. 1862 wurde im Gebäude am oberen Burghof eine Gaststätte eingerichtet.
Wie andere Festungen auch diente der Hohenneuffen stets als Landesgefängnis, in dem wichtige Gefangene festgesetzt und falls notwendig auch gefoltert wurden. Die Schicksale einiger sind bekannt. Ein junger Graf von Helfenstein, Friedrich, stürzte sich 1502 bei einem Fluchtversuch in den Tod. 1512 ließ Herzog Ulrich den Abt des Klosters Zwiefalten, Georg Fischer, hier festhalten. Auch der hochbetagte Tübinger Vogt Konrad Breuning war 1517 der Willkür des Fürsten ausgesetzt und wurde nach Kerker und Folter in Stuttgart enthauptet. Im 17. Jahrhundert ereilte Matthäus Enzlin, den Kanzler Herzog Friedrichs, ein ähnliches Schicksal. Im Jahr 1737 wurde Joseph Süß Oppenheimer, der jüdische Hoffaktor und persönliche Finanzberater des Herzogs Karl Alexanders, einige Wochen auf dem Hohenneuffen eingekerkert, bevor er auf die Festung Hohenasperg verlegt wurde und 1738 als Opfer einesJustizmordes vor den Toren Stuttgarts hingerichtet wurde.

Im Zweiten Weltkrieg war der Hohenneuffen Fliegerwache.” (Wikipedia)

Vervallen en opgeknapt na de oorlog, waar de zgn. Hohenneuffen Schauplatz op 2-8-1948 diende als drielanden conferentieplaats, waar de statelijke vereniging voorbereid werd, die in 1952 leidde tot de stichting van Baden-Württemberg.

Mooi weggetje naar boven door de bossen met haarspeldbochten. Hoge bomen, veel hoge bomen. Nog een stukje omhoog, de burcht in. Magnifiek uitzicht..

Bad Urach

15.08.2015

Blog

Die ‘Uracher Wasserfälle’, een must voor elke wandelaar en natuurliefhebber! Geweldig wat een natuurgebied daar in de bergen van Bad Urach. Een waterval met erboven een biertuin, hoe goed wil je het hebben? Heb je de toch al steile watervalberg beklommen, krijg je als beloning een biertuin met een groot glas koud bier.  Grillwurst erbij! Genieten kan zo simpel zijn…

En daarna weer verder omhoog, de wandelpaden door het prachtige groene bos en dat goed op je in laten werken……..

Groen is een mooie kleur en het bos is een Godsgeschenk; ‘Grüß Gott!’ zeggen wandelaars dan ook als je die tegenkomt.

Het dorpje Bad Urach is ook zeer de moeite waard met haar prachtige vakwerkhuizen….

Baden Baden

12.08.2015

Blog

Een rijke stad, dat Baden Baden. Een van Europa’s mooiste casino’s bevindt zich hier, ik hoorde veel Russich om me heen. Maffia denk je dan met die lage Roebelstand op dit moment, maar mijn vriend wist me te vertellen dat veel Russen ‘in de goede tijd’ onroerend goed hier hebben aangekocht.

Veel Chinezen bleven, bang voor zonnestralen op hun huid, in het binnenbad van het thermisch bad Caracella.  Oliesjeiks liepen in de chique winkels van de binnenstad te shoppen totdat het Casino openging,  meestal gevolgd door drie, vier vrouwen in boerka’s met wat kinderen eromheen.

Vanaf de berg Merkuy hadden we een schitterend uitzicht over Baden Baden.  Paragliders vlogen de lucht in van de berg. Het was warm, 34 graden.

We zaten op een terras met uitzicht tussen veel toeristen, de oliesjeiks deden zich te goed aan kip en cola. De rest hield het op bier en worst. De meeste gasten lieten zich, na goed  te hebben gegeten, met de lift weer naar beneden brengen. Wij hadden maar een enkeltje naar boven, want we wilden naar beneden wandelen. Lekker dat wandelen in de bergen, al is naar beneden gek genoeg zwaarder dan naar boven lopen, merkten we.

Het thermisch bad Caracalla ligt er niet ver vandaan, op de berg. De entree was nogal prijzig, maar het zwemmen en de sauna waren bijzonder prettig op deze benauwde dag.

Karlsruhe

4.08.2015

Blog

Het was heet, 34 graden en al een maand lang droog. Niettemin reden we rustig Stutensee in, het deel van Karlsruhe waar mijn vriend Georgie en zijn vrouw Franzeska wonen. Het weerzien was hartelijk, Franzeska’s vader uit Zwitserland was er ook nog. Interessante man. Professor specialisatie in de geschiedenis van Nederlands- Indië. Natuurlijk toonde ik interesse in zijn verhalen, die hij uit zijn mouw schudde alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Het tempo lag hoog en de uitweidingen waren groot. Ik kon niet alles volgen, daarvoor ging het te snel en ook in een Duits met Zwitsers accent. Wel wist ik het een en ander over de Indo-Nederlanders, dankzij Buurthuis de Brug in Amsterdam-West, waar ik vele maaltijden met hun gedeeld heb en vele verhalen hoorde. Ik vertelde de professor dan ook van de erbarmelijke omstandigheden waarmee de Indo’s (In Nederland Door Omstandigheden) te maken hadden in de jaren vijftig in Nederland. Ze moesten vanaf dag 1 werken, het pensioen waar ze verbleven werd in rekening gebracht en van hun loon ingehouden. De bootreis van Indonesië naar Nederland moesten ze zelfs terugbetalen! Tsja.

Maar nu zaten we in Karlsruhe en de professor ging weer terug naar Zwitserland. Wij gingen die avond naar de ‘Stadtgeburtstag Karlsruhe 2015’. Ter gelegenheid van het 300 jarig bestaan van de stad waren er tal van activiteiten georganiseerd rond het Slot, in het centrum van de stad.

Markgraaf Karel III Willem van Baden-Durlach (16791738) stichtte de stad op 17 juni 1715 met het leggen van de eerste steen van het Slot Karlsruhe, dit slot is nu nog het centrum van de stad met een mooi park eromheen.

Op het slot werd s’avonds een lichtshow geprojecteerd, dat was op z’n Duits, groots aangepakt. Het slot leende zich er geweldig voor en het geluid en de beelden waren indrukwekkend. Natuurlijk ontbraken de mobiele bierunits van de plaatselijke brouwerijen ook niet, we lieten ons het goed smaken!

Tevens bevond zich in het park een ‘Pavillon’, een bühne met optredens. Wij mochten getuige zijn van een groep die heel redelijk het geluid van Pearl Jam wist te maken en daarna werd het nog beter met een groep met zangeres die ‘Smooth operator’ van Sade zong. Tot slot nog een spetterende uitvoering van de hit ‘Uptown Funk’ van Mark Ronson. Ja, leuk hoor.

Interessant ook dat het Pavillon alleen voor dit festival tijdelijk gebouwd is met materiaal dat na afbraak weer gebruikt gaat worden voor andere bouwprojekten in de streek, zoals kinderdagverblijven en banken in parken.

De volgende dag maakten we nog een wandeling door het centrum en bezochten we Durlach, waar we met een kabelbaan omhoog gingen en een mooi uitzicht hadden over de stad.

Heidelberg

29.07.2015

Blog

De stad werd niet gebombardeerd door de Amerikanen, omdat teveel diplomatenkinderen er gestudeerd hadden, waardoor als een van de weinige Duitse steden het historische centrum behouden kon blijven. De prachtige ligging aan de Neckar, met aan de overkant de zgn. Filosofenweg, een wandelweg op de oeverhelling met uitzicht op Heidelberg is een attractie van jewelste.

Romantische oude huizen, gebouwen en straatjes. De vele terrassen nodigen uit voor het genieten van een heerlijk bier, dat hier niet in kleine flesjes en tuutjes wordt geschonken, maar in flinke halve liter glazen.

De universiteitsstad is ook bekend vanwege het prachtige Schloss Heidelberg;

Schloss Heidelberg is een van de beroemdste ruïnes in Duitsland en het symbool van de stad Heidelberg. Totdat het werd vernietigd in deNegenjarige Oorlog was het de residentie van de keurvorsten van dePalts. Nadat het zwaar werd beschadigd door de soldaten van Lodewijk XIV in 1689, werd het kasteel in 1693 slechts gedeeltelijk hersteld. De ruïne van rood Neckartäler zandsteen rijst tachtig meter boven de vallei aan de noordkant van de Königstuhl en domineert vanaf daar het stadsgezicht van Heidelberg. De Ottheinrichsbau, een van de paleizen van het kasteel, is een van de belangrijkste gebouwen van de Duitse renaissance.

Vorige week waren we al naar de Parade in Den Haag geweest en hadden we afgesproken een week later weer te gaan. Het was nogal dreigend weer toen ik uit Amsterdam wegreed in mijn Fiat 500. Een genot om erin te rijden, pittig karretje. De kleinste en de beste maar ook de duurste auto die ik ooit had. In 40 minuten stond ik bij Fred in Den Haag voor de deur, sinds meer dan 40 jaar mijn vriend. Eerst even zijn nieuwe installatie bewonderen en luisteren. De Cambridge versterker van 120 Watt met Digital Audio Converter en de Fis(?) boxen, hoog, smal en van hout, maakten indruk. De laatste cd van ‘Hallo Venray’ klonk ineens nog beter. ‘ik ben opnieuw naar mijn muziek gaan luisteren’ zei hij. ‘Ik ontdek het opnieuw’.

Zo goed, dat de pizza in de oven stond te verbranden. Het was inmiddels acht uur, tijd om naar De Parade te gaan. We waren nog op tijd voor de doorlopende show van Loes Luca. Ik had haar twee jaar geleden nog samen met Frederique Spigt in het openluchttheater in Bloemendaal zien optreden met het Metropool Orkest als begeleiding gaven ze een aantal popklassikers ten gehore die er mochten wezen. Vooral  ‘Eloise’ van one-hit wonder Barry Ryan was onvergetelijk.

Maar nu dus hier op een regenachtige Paradetent. Het was een doorlopende voorstelling dus zat ze gezellig te kletsen met Olga Zuiderhoek, evenals Loes is Olga ook al een aantal jaren weduwe. Maar zielig doen ze er niet over hoor. Nee, meer van hoe ze eigenlijk maar het beste ervan proberen te maken.

Een operette koor dat de volgende avond een optreden zou gaan verzorgen in de Rijswijkse Schouwburg was ook op bezoek bij Loes. Ze zongen een paar stukken uit ‘die Lustige Witwe’, met veel triptrap en tralala. Het was een vrolijke aangelegenheid, was wel paste in het huis van Loes. Daarna mochten we nog kijken naar een stukje film op haar scherm met beelden van Gene Wilder, die als soldaat oneindig lang op zijn toeter bleef blazen toen hij al neergeschoten was. Hilarisch. Dan mochten we ook nog getuige zijn van een skype gesprek met dochterlief, die in Engeland zit en daar een leuk vriendje gevonden heeft. Schattig allemaal, niks bijzonders,  gezellig gewoon was het.

Rotterdamse krant;
Loes Luca gaat verhuizen. Vanaf 18 juni neemt ze – na een stop van veertien jaar – haar intrek in het speciaal oor haar gebouwde huis op De Parade. Iedereen mag langskomen.In haar huis -met zelfs slaapkamers en een badkamer- kun je zien hoe Luca leeft. Wat ze doet, wie ze ziet en waar ze van houdt. “Het is een doorlopende, theatrale realitysoap. Life on stage”, verduidelijkt Loes. “Het publiek zit niet, maar loopt via een soort knikkerbaan langs. Als je niks wil missen, kun je na twintig minuten héél hard omlopen en opnieuw beginnen.”

Al jaren een begrip, sterker nog; ik was als 16-jarige de buurman van de directeur, Terts Brinkhoff, in het Amersfoortse kraakpand op de Langegracht. In het kraakpand organiseerde hij al grote festiviteiten. Het plan van de rondtrekkende theatercaravan heeft hij toen al bedacht. Op zijn kamer had hij een drumstel staan, aan de muur hingen tientallen voorkanten van de Nieuwe Revu, toen steevast voorzien van een mooi dame met een rijke voorgevel. In de jaren 80 zag ik de Parade nog op het Museumplein, meer dan een paar circustenten waren het niet. Maar ik zag er Drs. P, Johnny van Doorn en Paolo Passionato en de Pennies from Heaven. En Jango Edwards niet te vergeten. De eerste twee zijn al overleden, van Paolo heb ik nooit meer iets gehoord of gezien en Jango? Ach, ik zag hem vorig jaar in een soort reunie-show in de Melkweg, maar het was maar een slap aftreksel van weleer.

Gisteren maar even naar mijn vriend in  Den Haag om met hem het rondtrekkende theaterfestival met een bezoek te vereren. Meteen viel het op dat de Parade wat kleiner van opzet is dan in Amsterdam, ook was het vrij rustig. Prima, hoef je nergens lang in de rij te staan.

Heerlijk gegeten ook bij ‘Hot mama Hot’, waar we op aanraden van een bekende van mijn vriend, ons tegoed deden aan een Lamsburger met zoete patat. Dat ging er goed in. Nu de voorstellingen.

Als eerste werd een bezoek afgelegd aan ‘Die Geräuschmacher’, een stuk over, de naam zegt het al; een geluidenmaker. De man die zorgde voor de geluiden tijdens een film. Gespeeld door een drummer, een gitarist en natuurlijk de geluidenmaker, die gewapend met bakken chips, een ketting, een krop sla en overige attributen de geluiden verzorgde tijdens de stomme film. Hilarisch, want natuurlijk gaat alles fout en worden we aan het eind nog getrakteerd op een heuse 3D scene, waarbij de geluidenmaker himself aan een touw door het scherm heenvliegt. Lachen, leuke voorstelling van een half uurtje en uitstekend gecast.

Trio Eddie – Kees – Beppe

‘Bingo’ – was de naam voor de best wel prijzige voorstelling. Ik had geluk dat er een mevrouw was die voor de voorstelling haar kaartje voor de helft van de prijs wilde verkopen. De entree was nogal aan de hoge kant, 17,50. Voor 8,50 kreeg ik een kaartje.

Het programma was veelbelovend;

“een hilarische voorstelling vol slapstick, muziek en dans”

Treed binnen in het betoverende Bingopaleis van Anna Feodorowa en Ricardo Spagnoli. Hier speelt u bingo zoals u het nooit eerder heeft gedaan. Vanzelfsprekend zijn er prachtige prijzen te winnen en veel geld! BINGO is een hilarische voorstelling vol slapstick, muziek en dans. Een bonte stoet aan personages passeert de revue: van de gepassioneerde Italiaanse uitbater tot de Poolse transgender die stiekem wodka probeert te verkopen. En van een beeldschone Turkse buikdanseres tot de verlegen ober die alles laat vallen. Wat er ook gebeurt, vergeet vooral niet uw nummers te checken.

Inderdaad was het een zaal met tafels en stoelen en een catwalk door de zaal. Het begon met het nummertjes opnoemen en aankruisen als je een nummer op je bingo velletjes, bij de ingang uitgereikt, had staan. Net een bejaardenhuis zoals iedereen ijverig op zijn papiertje met nummers zat te staren. Gelukkig werd het al snel onderbroken; de directeur werd geblackmaild en moest de zaal hals over kop verlaten, evenals Anna die hem achterna ging. De Egyptenaar nam het over en maakte er meteen een show van; dansen met het ontdoen van zijn bovenkleding, totdat hij aan zijn broek wilde beginnen. Daar werd ingegrepen door moslima Fatima, die het niet kon waarderen. Dan een gay achtige ‘I want to break free’ van de Poolse meneer, die zwaar verliefd scheen te zijn op de Egyptenaar. Die er overigens niets van moest hebben. Leuk was ook de geweldige, van lange zwarte krullen voorziene buikdanseres die af en toe over het podium en de catwalk danste.  Genoeg amusementswaarde, al ging het bingo spelen op den duur vervelen. Vooral omdat er ook al werd gevraagd een bingo mee te spelen a 5 euro, iets waar wij niets voor voelden. Maar dat is een kleinigheidje, ik vond het vooral erg gezellig en grappig.

Strandweer, tropische temperaturen! De keuze voor het strand is snel gemaakt. ‘Op de fiets van Haarlem naar Bloemendaal aan Zee kun je prachtig door de duinen rijden’ vertelde ik mijn vriend, ‘mooie heuvelachtige fietspaden’ en dan nog langs het strand naar Zandvoort fietsen. Dat wist ik, want ik had de tocht al eens gemaakt met mijn zusje en haar man, een jaar of tien geleden. Op het station Haarlem hadden we een fiets gehuurd en het was heel goed bevallen. ‘Waarom gaan we niet gewoon helemaal op de fiets?’ stelde mijn vriend voor. Daar was weinig tegenin te brengen, die tien kilometer naar Haarlem pakken we er gewoon bij, dan heb je al dat gedoe met de trein ook niet. Want dat wist ik nog goed van de voorgaande jaren; in een veel te warme en veel te volle trein zitten is ook geen pretje. Afgesproken, niet meer over praten, gewoon doen. Dat is het beste en dat bleek ook zo. Er zijn natuurlijk allerlei bedenkingen die je van te voren kunt hebben; heb ik nog wel bandenplakspullen en een fietspompje? Of is het niet te zwaar tegen de wind in? Maar voor de plakspullen werd gezorgd en die wind, kom op zeg; we zijn toch geen watjes? Hoe ver is het nou helemaal? 23 kilometer volgens Google Maps. Jarenlang 15 km per dag op en neer naar school gefietst en nog fiets ik bijna dagelijks door heel Amsterdam. Kortom, om negen uur zouden we met onze eerste vrije vakantiedag de zomervakantie openen. Nou, om een lang verhaal kort te maken; het was geweldig! Ongelofelijk dat je zo dicht bij huis de mooiste landschappen met weilanden hebt. Nauwelijks auto’s op de landweggetjes. Boven ons vlogen de zilveren vliegtuigen van Schiphol met opeengepakte groepen vakantiegangers naar verre bestemmingen. En hier, naast de deur: verre uitzichten, rust en stilte. De omgeving van Zwanenburg en Spaarnwoude was prachtig; dijkjes, weggetjes en weilanden met koeien.

Het Zuid-Kennemerland van Bloemendaal, dat eigen tegen Haarlem aan ligt, naar Bloemendaal aan zee, is een mooi duinlandschap, gedeeltelijk met bossen en ruimschoots van fietspaden voorzien, met de zo vertrouwde witte paddenstoelen van de ANWB:

Op het strand van Bloemendaal aangekomen, wat uitstekende, door Kaew meegenomen nassi en meloen gegeten en lekker een uurtje in de schaduw geslapen op het strand, wat hier nog lekker stil en rustig was. Vervolgens doorgefietst naar Zandvoort, waar het krioelde van de mensen op het strand, gek toch, dat de hele meute op een kluitje bij elkaar gaat zitten. Leuk om daar dan op de fiets langs te rijden. Even op bezoek bij Ban Thai, het thaise restaurant waar Kaew ook nog gewerkt heeft, een praatje maken met de baas, een koud alcoholvrij biertje ging er goed in, een tweede ook. Daarna weer op pad, door verschillende landschappen. Veel dieren gezien; ganzen, konijnen, eenden, buffels, koeien, pony’s en vogels.

Het duinkonijn.

De duinkoeien.

Om even later op het strand naar de zee te kijken; en dat allemaal op fietsafstand!

Het strand van Bloemendaal.

Van Zandvoort naar Haarlem, dat we besloten met een bezoek te vereren, het blijft een mooie stad zonder die drukte en dat platte massatoerisme van Amsterdam. Rustig en in de juiste proporties, ja Haarlem bevalt ons goed. Tijd voor een terrasje. Dan het laatste stuk naar huis. Zadelpijn? Nauwelijks. Spierpijn? Geen, ja Kaew een beetje. Maar fietsen is leuk, je hebt een tempo waarbij je echt veel kan zien om je heen. Zeker voor herhaling vatbaar, er valt nog genoeg te ontdekken in ons eigen land, om ons heen.

Jurassic World

20.06.2015

Blog

In de marketing van Jurassic World zit een grapje van producer Steven Spielberg verwerkt: een Mosasaurus schrokt een haai op alsof het een sardientje betreft. Een verwijzing naar zijn eigen Jaws uit 1975, Hollywoods eerste echte blockbuster: spektakelfilms die na massieve marketing gelanceerd worden in zoveel mogelijk zalen tegelijk – en zo in de eerste week hun geld al terugverdienen.

Jaws, die omgerekend in huidige dollars 1,7 miljard opbracht, zou ontbijt zijn voor de dino’s van Jurassic World: die als eerste film ooit opende boven een half miljard dollar in het eerste weekend. In Nederland verdiende de film gemiddeld 15.000 euro per scherm dit weekeind – de helft daarvan is al voortreffelijk. De schatting is inmiddels nog naar boven bijgesteld naar 524,4 miljoen dollar: 208,8 in de VS, 315,6 wereldwijd. Waarmee Universal ook de studio is die het vroegst in het seizoen de drempel van 1 miljard dollar passeert in de VS en 3 miljard dollar mondiaal.

Door Coen van Zool, NRC

Nou, spannend was hij zeker. ‘never a dull moment’, al wordt het sentiment wel breed uitgesmeerd met de 2 pubers en een strenge dame, die in de loop van de film, als ze zelf actie gaat ondernemen, sexier en stoerder wordt. En niet te vergeten de held, een stoere ‘bad-ass’ als dinotemmer. Ook de 3d effecten waren geweldig. De vechtende dino’s en prehistorische monsters die een spoor van vernieling achterlaten op het dino eiland gaan alle voorstellingen te boven.  Natuurlijk overwint uiteindelijk het goede en overleven de pubers na tal van hachelijke avonturen alles, maar zo’n  typisch ‘happy end’ mag de pret van het kijken naar deze blockbuster niet drukken. Gewoon een avondje genieten, geen ingewikkelde scenario’s.