– ze waren met 3 man, de schilders. Herkenbaar aan hun witte broek en gemeente auto met de drie rode kruizen erop.
– drie man, nou dan hadden ze zeker veel te schilderen, een groot huis of zo?
– nee hoor, gewoon een bank
– een bankgebouw?
– nee een bank om op te zitten! Dus geen bank om je geld op te zetten? Bedoel je een zitbank die overal in het park staan?
– juist ja, die!
– wacht even, dus als ik je goed begrijp waren 3 schilders van de gemeente Amsterdam bezig met het schilderen van 1 bankje?
– nou, er keken 2 man toe hoe de derde schilderde..
– heeft de gemeente geld teveel of zo? dat kan een schildertje toch wel alleen, je loopt elkaar dan toch alleen maar in de weg?
– dat dacht ik nou ook. De gemeente moet voor miljoenen bezuinigen maar heeft blijkbaar nog een flinke pot geld te besteden aan schilderwerk.
– doet me denken aan Tunesie, ik was daar eens op vakantie en viel het me op dat er 3 personen werk deden dat makkelijk door 1 persoon gedaan kon worden. Of aan Oost-Duitsland waar ik een aantal jaren gewoond heb na de val van de Muur. Daar gaven ze baantjes weg die eigenlijk overbodig waren, Arbeits Beschäftigungs Maßnahme noemden ze dat, een mooi woord voor werkverschaffingsmaatregelen.
– ja, maar die mensen deden dat voor een appel en een ei. Hier moet je toch al snel zo’n 40 Euro bruto per uur betalen voor een schilder. Laten we zeggen dat ze een bankje per uur doen. Plus de kosten van de auto en het materiaal.
– 3 x 40 maakt dan 120 Euro voor een kwastje verf per bankje? Duur bankje!
– geen kwastje maar een rolletje met een bakje, is makkelijker en gaat sneller..alleen wel een dun laagje ja.
– Ik doe het graag op de fiets, en dan met de kwast voor een mooie dikke laag verf. Beter en meer dan 3 keer goedkoper; 40 euro per bankje.
– er staan honderden van die banken in Amsterdam Osdorp. Dat noem ik geld over de balk smijten!
– geld over de bank smijten zul je bedoelen!
Nog eentje dan, van de weledelgeboren dichter uit Groningen, Jean Pierre Rawie;
Moment
Soms hoor ik onverwacht weer achter
gewone woorden die je uit
een zoveel zuiverder en zachter
adembenemender geluid.
dat ik opnieuw naar je moet kijken
of ik je nooit tevoren zag.
Laat al die jaren maar verstrijken;
zolang ik dit bewaren mag
kan jou en mij de tijd niet deren:
weer voor het eerst met je alleen
hoor ik de harmonie der sferen
door alle alledaagsheid heen.
Uitersten – Jean Pierre Rawie
Wat ik in deze bijna veertig jaren
in alles wat ik deed en onderging
aan onverzoenlijkheden mocht ervaren,
geeft mij geen grond meer voor verwondering.
Verdriet was nooit te scheiden van extase,
in liefde school verbittering en rouw.
Het zal mij straks niet wezenlijk verbazen
wanneer tegen het einde blijken zou,
dat wat elkaar in alles heeft bestreden
ten slotte met elkander samenviel,
de onrust van mijn sterfelijke leden,
de hang van mijn onsterfelijke ziel.
rook – Jean Pierre Rawie
Wij zitten en roken en praten alsof
dit leven niet ons maar een ander betrof.
alsof wat de wereld zo vreselijk maakt,
de dood en de liefde, ons beiden niet raakt.
De rook vult de kamer, het regent gestaag,
en morgen en gisteren zijn als vandaag.
Wij zitten en roken en zeggen niet veel,
wij hebben geen deel aan het grote geheel,
wij hebben geen weet van het reddeloos leed
dat eindeloos omgaat op deze planeet.
Wij zien langs het venster de tijd die verglijdt.
Men is ons daar buiten al eeuwenlang kwijt.
Andrea Bajani – ‘de belofte’. Goeie schrijvers komen uit Italie tegenwoordig; Niccolo Ammaniti, Fabio Genovesi. En dus ook Andrea Bajani. De belofte is een mooi boek, met soms juweeltjes van zinnen. Het is Bajeni’s vierde roman en werd onlangs bekroond met de Premio Bagutta, de oudste en meest prestigieuze literaire prijs in Italië. Een paar regels – de ik-figuur zit in een vliegtuig en observeert een man die naast hem zit;
‘Naast me zat een man met een snor die tijdens het opstijgende hele tijd had zitten zweten en daarmee was gestopt zodra het vliegtuig weer horizontaal vloog. Eerst had hij strak naar de rugleuning voor zich gekeken, alsof zijn hele leven daarin voorbij kwam en hij alle fases nog een de revue liet passeren. Je zag hoe de zweetdruppels zich een voor een van zijn slaap losmaakten en naar beneden rolden, steeds hetzelfde traject, de man die, als de druppel zijn wangen bereikte, zijn vinger ertegenaan drukte, hem opving en zijn vinger daarna afveegde aan zijn broek. Er ging er een, daarna volgde meteen een tweede, als schansspringers, hard afzetten en jezelf omlaag storten, de man spieste de druppels instinctmatig altijd op hetzelfde punt, smoorde ze op zijn dij, zijn blik nog steeds strak op de hoofdsteun voor hem gericht. En toen was het opstijgen voorbij en schoten we het blauw in, het lichtje van de veiligheidsgordels ging uit, zijn gezicht was op slag droog. Daarna had hij zijn das losgeknoopt, alsof zijn werk, het vliegtuig de lucht in begeleiden, erop zat, en had hij met zijn ogen de stewardess gezocht, een zoute streep op zijn wang.’
Drie variaties op een thema -Jean Pierre Rawie
I
Ik ga, ofschoon de mensen en de drank er
bedroevend zijn, in een cafe voor anker;
wat maakt het immers uit waar of ik wacht
op wereldoorlog, dood of kanker?
II
Wij zijn niet dan bedroefd en stervenskrank
en gaan aan velerlei gebreken mank;
wie heeft er nog het lef ons te verwijten
dat wij onszelf verliezen in de drank?
III
Ik wis de wijn en tranen uit mijn baard.
Was zulk een avond wel zo’n ochtend waard?
Ik heb mij zo te zien met open ogen
opnieuw op mijn illusies blindgestaard.
Pluk de dag – C. Buddingh’
vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje heinz sandwich spread
natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich spread-dekseltje
ook op het marmite-potje paste
en jawel hoor, het paste eveneens
Een van de meest romantische gedichten vind ik ‘voor een dag van morgen’ van Hans Andreus;
Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.
Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
aleen maar een man alleen maar een vrouw,
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.
Een van mijn favoriete gedichten is ‘De mus’ van Jan Hanlo;
Tjielp tjielp – tjiel tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp – tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp
Tjielp
etc.
J.A.Deelder – Beknopte topografie van de Rijnmond
Rotterdam
Schiedam
Vlaardingen
Maassluis
hoekie om
trappie af
gekkenhuis