Mijn collega belde of ik vanavond de klas over wilde nemen van een collega, een staatsexamengroep. Hij had geen andere vervanging kunnen regelen. Dus vanavond heb ik twee klassen in buurthuis de Pijp. Een slim plan is nodig om ze allebei bezig te houden. Differentiëren heet dat. Ik denk dat ik de inburgeraars aan de computers zet en de staatsexamengroep een oud examen laat maken. Terwijl ik dat heb uitgedeeld ga ik naar de inburgeraars om met hun even het examen Toets Gesproken Nederlands te oefenen.
Daarna, als ze weer aan de computer zitten, ga ik naar de staatsexamengroep om met hun het examen na te kijken. Dus moet ik zorgen dat ik een goede planning maak voor vanavond, dan is het wel te doen voor een keer. Ik heb het vroeger vaker gedaan, twee groepen. Veel ingevallen ben ik ook voor zieke collega’s. Zelf ben ik nooit ziek geweest, de afgelopen 6 jaar als NT2-docent, dat wil ik graag zo houden. Hoe? Veel beweging, gezond eten, niet te laat naar bed en plezier in m’n werk.
Zie meer en beweeg meer en blijf gezond. Fiets door Amsterdam. Er komt ook nog behoorlijk wat behendigheid en tolerantie bij kijken als je dagelijks in deze stad fietst. Voortdurend wordt je belaagd door nerveuze scooters of auto’s die ineens voor je stil gaan staan, moeders met kinderwagens of pubers die naast elkaar het fietspad versperren. De Ding-Dong fietsbel brengt dan uitkomst. Ding-Dong!

Het duidelijke signaal dat er met jou ook nog rekening dient te worden gehouden. Ding-Dong! Nee, schrik niet ik ben een onschuldige fietser op weg naar mijn bestemming en al wat ik vraag is om niet in de weg te gaan staan, lopen of fietsen.
De Ding-Dong fietsbel is een groot formaat en kost bij de dure ‘zwarte fietswinkel’ bijna acht Euro, op het Waterlooplein de helft.

Hij is verkrijgbaar in verschillende kleuren en onmisbaar als je je dagelijks een weg moet zien te banen door de chaos van de stad. Soms raken mensen geirriteerd, soms schrikken de mensen, maar in de regel neemt men een stapje terug, gaat men opzij en laat men mij passeren op het fietspad.
Gisterenochtend nog, ik belde toen twee jochies samen voor mij naast elkaar fietsten. Ze gingen achter elkaar fietsen en lieten me voorbij gaan. Daarna gingen ze mij weer even inhalen, dachten ze. In zo’n geval laat ik me niet kisten en laat ik de kleintjes merken dat ik nog geen ouwe zak ben. Trappen kan ik nog als de beste en al gauw geven ze het op, het lukt ze niet om me in te halen.
Maar meestal fiets ik rustig aan en relaxed. Ik wacht netjes achter aan de rij voor de stoplichten. Het roekeloze fietsen van vroeger heb ik achter me gelaten. Ik maak me niet zo druk meer en heb gemerkt dat het weinig uitmaakt hoe snel je fietst, want je komt elkaar voor de stoplichten weer tegen.

Ik help beroepsmatig vaak mensen een CV te maken. Dat is nog een hele opgave, vooral als de kandidaat in kwestie nauwelijks scholing heeft ondergaan of werkervaring heeft. Namen van scholen en jaartallen weet men vaak ook niet. Dan vraag ik of hij of zij naar school geweest is. Veel oudere dames bijvoorbeeld uit Marokko of Turkije hebben vaak alleen maar een paar jaar lagere school gehad. Dan vraag ik altijd wat ze dan hebben gedaan al die tijd. Nou, schoonmaken, eten koken en voor de kinderen zorgen. ‘O, dan heb je daar dus veel ervaring mee, dus heb je kwaliteiten ontwikkeld die je als schoonmaakster, kok of kinderverzorgster heel goed kan gebruiken!’ zeg ik dan en de dames lachen dan een beetje verbaasd.
Vanavond hielp ik Esosa uit Nigeria met zijn CV. Wanneer hij naar school geweest was wilde ik weten. Na enig nadenken zei hij; 1973.
‘Basisschool?’ vroeg ik hem. Tot wanneer? Alweer zo’n moeilijke vraag. Hoe lang duurt de lagere school in Nigeria? 6 jaar? Ja. O dan ben je dus tot 1979 naar de basisschool geweest. En daarna? Middelbare school? Ja.
Tot zover verloopt dit gespek vrijwel identiek met tientallen andere inburgeraars die ik hielp een CV te maken. Men is naar de basisschool geweest, de een wat meer dan de ander. Men is naar de middelbare school geweest, maar moet helaas ontkennend antwoorden op de vraag of hij of zij een diploma heeft gehaald.
‘Heb je een foto?’ vraag ik dan als ik de CV op papier heb. Meestal is dat niet het geval en neem ik met mijn I-Phone een foto van hem of haar. Ik vraag de persoon zijn of haar mail-adres en mail de foto dezelfde avond nog even door. Staat een stuk beter, een foto.
Dankbaar werk heb ik toch..
6 spreekwoorden en uitdrukkingen;
1. die wind zaait zal storm oogsten (=wie kwaad doet, zal er uiteindelijk zelf de gevolgen van dragen)
2. het is dun gezaaid (=het is zeldzaam)
3. wat de mens zaait zal hij maaien (=je moet er iets voor doen, als je wat wil krijgen)
4. wie maaien wil moet zaaien (=je moet er iets voor doen om iets te verkrijgen)
5. wie wind zaait zal storm oogsten (=wie ruzie probeert te verwekken zal zelf ruzie krijgen)
6. zoals men zaait zo zal men oogsten (=men krijgt loon naar werken)


Een kruidentuintje, mijn moeder had er een. Met tomaten, pompoenen, bieslook, selderie en nog het een en ander.

Zelf heb ik helaas niet de beschikking over een tuintje, maar wel over een appartement op negen hoog met veel licht. Ideaal om plantenbakken met kruiden te zaaien;
Groene Basilicum, Dille, Peterselie, Kervel, Groene Munt, Rozemarijn, Tuinkers, Dragon en Maggikruid.

Er gaat niets boven verse kruiden in de salade.
bijkomen werkw. Uitspraak: [‘bɛikomə(n)] Verbuigingen: kwam bij (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen: is bijgekomen (volt.deelw.)
1) herstellen nadat je je hebt ingespannen of nadat je geschrokken bent

Van de drukte van de dag, het werk en de zorgen. Bijkomen is die dingen doen waar je anders geen tijd voor hebt. Zoals bijvoorbeeld het water van de verwarming bijvullen of de planten eens goed te verzorgen , maar ook om eens gewoon niks te doen -‘chillen’, of tot bezinning te komen.
Chillen is de kunst om je bij het nietsdoen niet te vervelen.

Of een goed boek te lezen, een goede film te kijken of naar goede muziek te luisteren.
Ik kom vaak om tien uur thuis van mijn werk. Nadat ik de presentielijst op de computer heb ingevuld en nog even mijn mails gecheckt heb, pak ik mijn tas voor de volgende dag nog in. Maar dan doe ik niets meer. Het is namelijk nodig dagelijks even uit te schakelen, even bij te komen. Ik zet een lekker muziekje op en pak iets te drinken. Ik steek een paar kaarsjes aan, dat vind ik er wel bijhoren. Mijn vrouw komt ook laat van haar werk thuis en dan zitten we nog even samen en drinken we nog een glaasje.

Studenten wijs ik altijd op het verschil tussen ‘er bij komen’, wat samenkomen betekent en ‘bijkomen’ was uitrusten en relaxen betekent. Typerend en hierbij behorend is de uitspraak, na een drukke dag;
‘He, he, even bijkomen hoor!’. Of ‘ik moet er even van bijkomen’. Bijkomen van een feest, het werd weer eens te laat. Of van de schrik of bijkomen van een schokkende gebeurtenis zijn varianten hierop. Daar moet je eigenlijk echt van bijkomen en dat gaat niet alleen door even te relaxen. Dan is het bijkomen meer een soort ‘in je oude toestand komen’ en de opgewekte stemming weer terugvinden om door te gaan.
Bijkomen deed je vroeger in de vakanties, tegenwoordig heeft het dagelijkse bijkomen een enorme wellness-industrie doen ontstaan; sauna’s, massages, yoga en transcendente meditatie zijn voor velen in de plaats gekomen van de kerken en de kloosters van weleer. Die deden en doen nog steeds veel mensen ook tot bezinning komen. Ze geven de mensen innerlijke kracht.

Het schiet er door alle werkzaamheden nogal eens bij in; fitness. Vandaag voor het eerst in twee weken weer eens gefitnest. Wie zat er in de kleedkamer toen ik binnenkwam? Michiel Romeyn. Ik zag meteen meneer Storm voor me van Jiskefet, waar ik me destijds slap om gelachen heb. Gezien zijn postuur kan hij wel een beetje fitness gebruiken. Het deed me denken aan lang geleden, toen ik eens in fitnessclub Splash op de Looiersgracht in de stoomsauna een stem hoorde, die ik uit duizenden herkende; Leen Jongewaard. ‘Er komt geen sodemieter uit dat ding’ was zijn commentaar op de weinige stoom die er aanwezig was. Plat Amsterdams accent dat ik nog kende van het ‘Schaep met de vijf poten’. Klein mannetje, maar veel humor. Of ik nog meer bekende nederlanders tegenkom in Amsterdam? Nou, Frits Bolkestein woont aan de Amstel en die zie ik wel eens lopen als ik op de fiets zit, Twan Huys zag ik eens fietsen op de Ceintuurbaan en met Arie Boomsma zat ik wel eens in de trein. Vroeger zag ik er meer; Herman Brood, Simon Vinkenoog, Piet Römer, Adèle Bloemendaal en Ramses Shaffy. Helaas leven die niet meer. Behalve Adèle.Het moet 1972 of zo geweest zijn dat mijn zusje haar op Schiphol om haar handtekening vroeg. Zelf was ik in 1971 in de trein van Amsterdam naar Nice bij Mies Bouwman in de trein.

Ik ging met mijn familie naar Juan les Pins en zij ook. Ik had ontdekt in welke wagon Ze zat. Zenuwachtig stond ik voor de deur, ineens schoof ik hem open; ‘Goedenavond, mag ik misschien uw handtekening?’. ‘Ja hoor!’, zei ze met een stralende glimlach. Ik was behoorlijk onder de indruk dat ze net zo welgemeend lachte als op tv en trots op de handtekening.

Haar programma op de zaterdagavond heette ‘De lopende band’ en we probeerden altijd zoveel mogelijk te onthouden wat er op de lopende band voorbij kwam. Later heeft Rudi Carell nog grote successen met het programma in Duitsland gehad. ‘Am laufenden Band’ heette het daar.

Toen ik in Duitsland woonde zeiden sommigen tegen mij; ‘Sie sprechen wie Rudi Carell!”. Men vond het wel grappig, dat Nederlandse accent.
Na de lunch een tukje doen. Zo tussen een uur of 1 en 3 zijn de meeste mensen die op kantoor werken moe.

Mijn vader deed het vanaf zijn vijftigste, na de lunch even liggen. Jarenlang dronk hij ook nog een jonge borrel na het eten. Mijn moeder vond het trouwens ook heerlijk om s’ middags even te slapen. En ik moet zeggen, ik vind het nu ook een enorme opkikker om na de lunch even plat te liggen en mijn ogen te sluiten. De Spanjaarden noemen dit Siësta.

Het hoeft niet lang te duren, een half uurtje is al genoeg om nieuwe krachten te genereren voor de rest van de dag. Als je al een drukke en lange ochtend achter de rug hebt, wat bij mij het geval is als ik uit Almere kom, dan is het bijzonder prettig om een dutje te doen. Vooral als je, net als ik, s’ avonds ook werkt.

Het is trouwens wetenschappelijk bewezen dat een middagdutje heel gezond is. Toen ik in Duitsland bij de ADAC werkte, kwam ik erachter dat ze daar een ruimte met speciale ligstoelen hadden, om in de middagpauze even een kwartiertje plat te gaan liggen. Dat kwam de productiviteit van het personeel ten goede, aldus mijn collega. Wel moest je je inloggen en uitloggen en hadden de stoelen een weksysteem, anders zouden er teveel mensen in een te diepe slaap vallen en dat was natuurlijk niet de bedoeling.
Op parkeerplaatsen in Duitsland en Frankrijk zag ik het ook; stenen ligstoelen bij parkeerplaatsen om even te relaxen, chillen zoals dat tegenwoordig heet. Je hoeft ook niet meteen te slapen, al ga je maar gewoon even lekker liggen. Daarna heb je weer volop nieuwe energie.
Wat was er mis met de cassettebandjes? Op de design en de praktische bruikbaarheid viel weinig aan te merken. OK, het cassettebandje raakte soms in de knoop in je cassetterecorder, maar dan kon je hem weer met een potlood of met je vinger opwinden. Ik moet toch zeker een paar kilometer cassettebandjes opgewonden hebben in de jaren ’70, want ik bezat vele cassettebandjes en er ging er vaak eentje in de knoop. De C90 was mijn favoriet, daar konden meestal precies twee elpees op.

BASF was mijn merk, later TDK.


Een paar jaar geleden heb ik een doos vol cassettebandjes bij de vuilnis gezet, na mijn zoveelste verhuizing. Het werd teveel allemaal, naast de elpees en cd’s.
Mijn eerste cassettebandje was trouwens een C60, mijn eerste cassetterecorder een Nordmende. Die had ik bij muziekwinkel Buddingh in Scherpenzeel, waar ik als tiener woonde, gekocht voor een heel bedrag, 120 Gulden. Meneer Buddingh zei met een ernstig gezicht; ‘ik verkoop dit graag, maar als er iets mee is moet je er meteen mee komen’. Met een microfoontje zat ik op Maandagavond voor Avro’s Toppop te wachten tot Ad Visser zijn mond hield en het liedje uit de top 10 begon. Soms kwam mijn vader thuis en hoorde ik bij het beluisteren van de hits achtergrondgeluiden als het dichtslaan van deuren, gehuil van mijn kleine zusje of vrienden of geblaf van honden. De diode-kabel kende ik toen nog niet. Dat was een enorme vooruitgang, die diodekabel. Je kon hem in je cassetterecorder doen en in een pick up en dan direct opnemen, waarbij je er gewoon doorheen kon praten. Mijn broer had een bandrecorder, dat vond ik een enorm onhandig ding. Een gevaarte met grote banden. Ook hij nam in het begin met een microfoon muziek op. Daarvoor zette hij een kartonnen doos op zijn kamer waarin hij de speakers van de pick up en de microfoon plaatste. Zijn vriend nam stapels elpees mee die hij opnam. Golden Earring, Earth & Fire, Creedence Clearwater Revival, de Doors, Rare Earth, dat werk. Hij zette dan de plaat op en de recorder aan en verliet stilletjes zijn kamer.
Later toen ik studeerde heb ik veel plezier gehad van cassettes bij colleges. Ik nam dan zo’n college op en luisterde het thuis af, zodat ik in alle rust alles netjes op kon schrijven.
Bijna nergens kan je zo lekker muziek luisteren als in de auto, daar had ik ook steevast een koffer onder mijn stoel met een twintigtal cassette erin. Van alles wat, maar ook veel compilaties; verschillende nummers die alle favoriet waren. Ik vond het nogal vervelend dat er op bijna alle elpees een aantal sterke nummers staan, soms minder, soms meer. En een aantal zwakke nummers. ‘Opvullers’, om de elpee vol te krijgen. Ik vroeg me toen af en doe dat nog steeds, waarom een artiest een album maakt met een aantal slechte nummers erop. Soms een dubbelelpee met een aantal slechte nummers erop. Maak dan een enkele elpee met alleen maar goede nummers dacht ik dan. En dat denk ik nog steeds eigenlijk. Was de druk van de platenmaatschappij zo groot dat de artiest niet kon wachten tot hij een hele plaat met uitsluiten goede nummers kon maken?
Er zijn uitzonderingen natuurlijk, elpees die van begin tot eind geweldige nummers hadden;
Rubber Soul van the Beatles, Dark Side of the Moon van Pink Floyd
De beste dubbel elpee aller tijden is naar mijn mening Blonde on Blonde van Bob Dylan
De beste dubbel live elpee aller tijden is wel ‘Made in Japan’ van Deep Purple
De cassettes, ik schreef de nummers op de buitenkant en de titel op de rug van het cassettedoosje. Later ging ik zo’n doosje nog beplakken met plaatjes uit de Popfoto of de Muziek Express.

De pet is een stuk gekleder dan de muts. De pet is voor buiten. De pet is onmisbaar voor de fietser. Met de pet zie je er als oudere veel beter uit dan met een cap. De cap is voor kinderen. Niets zo misplaatst als een cap voor ouderen.
De pet kan een attribuut zijn, een image, maar ook gewoon een middel tegen een koud hoofd. Dat laatste is bij mij de reden van het aanschaffen van een pet. Een capuchon is goed voor de regen, maar bij een koude wind is een pet een must.
De pet als image van Koot en Bie, de alpinopet;

Image van Madonna, de che guevarapet;

Vroeger zag je vaker petten, vooral oude mannen droegen een pet.

Tegenwoordig is de pet weer in opkomst.
Een pet kan goed staan bij heren;

en bij dames;

In München, waar ik jarenlang woonde, schafte ik mijn eerste pet aan, een Kangol. Je kon hem achterstevoren opzetten. Tegenwoordig zet ik hem meestal met de klep naar voren op en met de kangaroo naar achteren. Ik heb als tiener een tijdje de bijnaam ‘skippy’ gehad, zoals de kangaroo uit de gelijknamige australische tv serie van die tijd. Dus ik vind dat kangarootje helemaal niet verkeerd.

Sinds kort heb ik weer net zo een Kangol Pet als in München en ik ben er heel tevreden mee als hij op mijn hoofd zit en ik fiets. Hij moet natuurlijk wel goed zitten zo’n pet en niet afwaaien. Maar dat doet mijn pet niet. Hij zit goed, mijn pet.Ook als ik loop trouwens of op de tram wacht.

Tot slot nog een paar spreekwoorden met petten;
– iets in petto hebben = iets achter de hand hebben
– Jan met de pet = eenvoudige afkomst
– daar neem ik mijn petje voor af= bewondering voor iets hebben
– met zijn pet er niet bij kunnen = iets niet kunnen begrijpen
– daar valt mijn pet van af = daar ben ik erg verbaasd over
– dat gaat boven mijn pet = daar snap ik niets van
– ergens met de pet naar gooien = niet precies en slordig werken
Het duurde even voordat de trein kwam naar Almere vandaag. Op Lelylaan simpelweg de mededeling: er rijdt geen trein naar Lelystad. Als je drie keer per week, zoals ik naar Almere rijdt, weet je dat er dus ook geen trein naar Almere-centrum rijdt, want daar komt hij altijd langs. Meteen de telefoon erbij, tegenwoordig kun je dan gaan googelen op ‘ov9292 reist met je mee’. Niks bijzonders te zien, normale dienstregeling volgens de website. Schiet je dus weinig mee op, ze reizen alleen met je mee als alles goed loopt. Dus dan eerst maar de trein naar het Centraal en daar naar een informatiestand waar men wist te melden dat er om 08.47 een trein naar Almere Centrum rijdt. Eenmaal in de trein gezeten kwam ik erachter dat het een stoptrein was die op alle tussenstations stopte; Muiderpoort, Science Park, Diemen, Weesp, Almere Voorpost, Almere Muziekwijk en dan pas Almere Centrum, waar ik om 09.17 arriveerde. Stevig doorlopen en ik was net om 3 minuten voor half tien in het leslokaal. Hoop gestress en gedoe met de trein. De informatievoorziening liet weer eens te wensen over.