Na de lunch een tukje doen. Zo tussen een uur of 1 en 3 zijn de meeste mensen die op kantoor werken moe.

Mijn vader deed het vanaf zijn vijftigste, na de lunch even liggen. Jarenlang dronk hij ook nog een jonge borrel na het eten. Mijn moeder vond het trouwens ook heerlijk om s’ middags even te slapen. En ik moet zeggen, ik vind het nu ook een enorme opkikker om na de lunch even plat te liggen en mijn ogen te sluiten. De Spanjaarden noemen dit Siësta.

Het hoeft niet lang te duren, een half uurtje is al genoeg om nieuwe krachten te genereren voor de rest van de dag. Als je al een drukke en lange ochtend achter de rug hebt, wat bij mij het geval is als ik uit Almere kom, dan is het bijzonder prettig om een dutje te doen. Vooral als je, net als ik, s’ avonds ook werkt.

Het is trouwens wetenschappelijk bewezen dat een middagdutje heel gezond is. Toen ik in Duitsland bij de ADAC werkte, kwam ik erachter dat ze daar een ruimte met speciale ligstoelen hadden, om in de middagpauze even een kwartiertje plat te gaan liggen. Dat kwam de productiviteit van het personeel ten goede, aldus mijn collega. Wel moest je je inloggen en uitloggen en hadden de stoelen een weksysteem, anders zouden er teveel mensen in een te diepe slaap vallen en dat was natuurlijk niet de bedoeling.
Op parkeerplaatsen in Duitsland en Frankrijk zag ik het ook; stenen ligstoelen bij parkeerplaatsen om even te relaxen, chillen zoals dat tegenwoordig heet. Je hoeft ook niet meteen te slapen, al ga je maar gewoon even lekker liggen. Daarna heb je weer volop nieuwe energie.
Wat was er mis met de cassettebandjes? Op de design en de praktische bruikbaarheid viel weinig aan te merken. OK, het cassettebandje raakte soms in de knoop in je cassetterecorder, maar dan kon je hem weer met een potlood of met je vinger opwinden. Ik moet toch zeker een paar kilometer cassettebandjes opgewonden hebben in de jaren ’70, want ik bezat vele cassettebandjes en er ging er vaak eentje in de knoop. De C90 was mijn favoriet, daar konden meestal precies twee elpees op.

BASF was mijn merk, later TDK.


Een paar jaar geleden heb ik een doos vol cassettebandjes bij de vuilnis gezet, na mijn zoveelste verhuizing. Het werd teveel allemaal, naast de elpees en cd’s.
Mijn eerste cassettebandje was trouwens een C60, mijn eerste cassetterecorder een Nordmende. Die had ik bij muziekwinkel Buddingh in Scherpenzeel, waar ik als tiener woonde, gekocht voor een heel bedrag, 120 Gulden. Meneer Buddingh zei met een ernstig gezicht; ‘ik verkoop dit graag, maar als er iets mee is moet je er meteen mee komen’. Met een microfoontje zat ik op Maandagavond voor Avro’s Toppop te wachten tot Ad Visser zijn mond hield en het liedje uit de top 10 begon. Soms kwam mijn vader thuis en hoorde ik bij het beluisteren van de hits achtergrondgeluiden als het dichtslaan van deuren, gehuil van mijn kleine zusje of vrienden of geblaf van honden. De diode-kabel kende ik toen nog niet. Dat was een enorme vooruitgang, die diodekabel. Je kon hem in je cassetterecorder doen en in een pick up en dan direct opnemen, waarbij je er gewoon doorheen kon praten. Mijn broer had een bandrecorder, dat vond ik een enorm onhandig ding. Een gevaarte met grote banden. Ook hij nam in het begin met een microfoon muziek op. Daarvoor zette hij een kartonnen doos op zijn kamer waarin hij de speakers van de pick up en de microfoon plaatste. Zijn vriend nam stapels elpees mee die hij opnam. Golden Earring, Earth & Fire, Creedence Clearwater Revival, de Doors, Rare Earth, dat werk. Hij zette dan de plaat op en de recorder aan en verliet stilletjes zijn kamer.
Later toen ik studeerde heb ik veel plezier gehad van cassettes bij colleges. Ik nam dan zo’n college op en luisterde het thuis af, zodat ik in alle rust alles netjes op kon schrijven.
Bijna nergens kan je zo lekker muziek luisteren als in de auto, daar had ik ook steevast een koffer onder mijn stoel met een twintigtal cassette erin. Van alles wat, maar ook veel compilaties; verschillende nummers die alle favoriet waren. Ik vond het nogal vervelend dat er op bijna alle elpees een aantal sterke nummers staan, soms minder, soms meer. En een aantal zwakke nummers. ‘Opvullers’, om de elpee vol te krijgen. Ik vroeg me toen af en doe dat nog steeds, waarom een artiest een album maakt met een aantal slechte nummers erop. Soms een dubbelelpee met een aantal slechte nummers erop. Maak dan een enkele elpee met alleen maar goede nummers dacht ik dan. En dat denk ik nog steeds eigenlijk. Was de druk van de platenmaatschappij zo groot dat de artiest niet kon wachten tot hij een hele plaat met uitsluiten goede nummers kon maken?
Er zijn uitzonderingen natuurlijk, elpees die van begin tot eind geweldige nummers hadden;
Rubber Soul van the Beatles, Dark Side of the Moon van Pink Floyd
De beste dubbel elpee aller tijden is naar mijn mening Blonde on Blonde van Bob Dylan
De beste dubbel live elpee aller tijden is wel ‘Made in Japan’ van Deep Purple
De cassettes, ik schreef de nummers op de buitenkant en de titel op de rug van het cassettedoosje. Later ging ik zo’n doosje nog beplakken met plaatjes uit de Popfoto of de Muziek Express.

De pet is een stuk gekleder dan de muts. De pet is voor buiten. De pet is onmisbaar voor de fietser. Met de pet zie je er als oudere veel beter uit dan met een cap. De cap is voor kinderen. Niets zo misplaatst als een cap voor ouderen.
De pet kan een attribuut zijn, een image, maar ook gewoon een middel tegen een koud hoofd. Dat laatste is bij mij de reden van het aanschaffen van een pet. Een capuchon is goed voor de regen, maar bij een koude wind is een pet een must.
De pet als image van Koot en Bie, de alpinopet;

Image van Madonna, de che guevarapet;

Vroeger zag je vaker petten, vooral oude mannen droegen een pet.

Tegenwoordig is de pet weer in opkomst.
Een pet kan goed staan bij heren;

en bij dames;

In München, waar ik jarenlang woonde, schafte ik mijn eerste pet aan, een Kangol. Je kon hem achterstevoren opzetten. Tegenwoordig zet ik hem meestal met de klep naar voren op en met de kangaroo naar achteren. Ik heb als tiener een tijdje de bijnaam ‘skippy’ gehad, zoals de kangaroo uit de gelijknamige australische tv serie van die tijd. Dus ik vind dat kangarootje helemaal niet verkeerd.

Sinds kort heb ik weer net zo een Kangol Pet als in München en ik ben er heel tevreden mee als hij op mijn hoofd zit en ik fiets. Hij moet natuurlijk wel goed zitten zo’n pet en niet afwaaien. Maar dat doet mijn pet niet. Hij zit goed, mijn pet.Ook als ik loop trouwens of op de tram wacht.

Tot slot nog een paar spreekwoorden met petten;
– iets in petto hebben = iets achter de hand hebben
– Jan met de pet = eenvoudige afkomst
– daar neem ik mijn petje voor af= bewondering voor iets hebben
– met zijn pet er niet bij kunnen = iets niet kunnen begrijpen
– daar valt mijn pet van af = daar ben ik erg verbaasd over
– dat gaat boven mijn pet = daar snap ik niets van
– ergens met de pet naar gooien = niet precies en slordig werken
Het duurde even voordat de trein kwam naar Almere vandaag. Op Lelylaan simpelweg de mededeling: er rijdt geen trein naar Lelystad. Als je drie keer per week, zoals ik naar Almere rijdt, weet je dat er dus ook geen trein naar Almere-centrum rijdt, want daar komt hij altijd langs. Meteen de telefoon erbij, tegenwoordig kun je dan gaan googelen op ‘ov9292 reist met je mee’. Niks bijzonders te zien, normale dienstregeling volgens de website. Schiet je dus weinig mee op, ze reizen alleen met je mee als alles goed loopt. Dus dan eerst maar de trein naar het Centraal en daar naar een informatiestand waar men wist te melden dat er om 08.47 een trein naar Almere Centrum rijdt. Eenmaal in de trein gezeten kwam ik erachter dat het een stoptrein was die op alle tussenstations stopte; Muiderpoort, Science Park, Diemen, Weesp, Almere Voorpost, Almere Muziekwijk en dan pas Almere Centrum, waar ik om 09.17 arriveerde. Stevig doorlopen en ik was net om 3 minuten voor half tien in het leslokaal. Hoop gestress en gedoe met de trein. De informatievoorziening liet weer eens te wensen over.
Via de media is het in de openbaarheid gebracht; The Lau, de sympathieke zanger van The Scene, heeft longkanker en niet lang meer te leven. Dramatisch was zijn uitvoering van ‘de wereld is van iedereen’ in het RTL Late Night programma. Ook is hij blij nog op Pinkpop te kunnen staan dit jaar.
Ik vind The Lau een goede zanger en bezit zelfs drie cd’s van The Scene. Goeie rock en een hartverscheurende stem. Maar wat hij precies zingt kan ik niet altijd verstaan vanwege zijn gemompel. Niet dat het erg is, want de muziek maakt veel goed.
Bij Frank Boeijen is het wat anders, waar hij over zingt is me meestal een raadsel, want ik versta er niets of weinig van. ‘Kronenburger Park’, zijn grootste hit, is een aardig nummer, maar waar gaat het over? ‘lalalahet kronenburgerpark, jalalalalalalalalala de autolichten beschenen haar lichaam en alles blijft bij het oude zolalalalalaal. Ik weet niet of jij ooit liefde hebt gekend. Jalalalalala etc. Ga je weer op reis, een seconde naar het paradijs en vraag niet naar de weg, want iedereen is de weg kwijt’. Dat zijn de woorden die ik altijd opving als het liedje weer eens op de radio kwam. Dat het om een verslaafde prostituee in het Kronenburgerpark bij Arnhem ging, vernam ik in een interview. Uit de verstaanbare tekst kon ik het niet opmaken.
Dat is bij Boudewijn de Groot en Armand heel wat beter, die zijn heel goed te verstaan en articuleren de woorden duidelijk. Met het voordeel dat je de liedjes helemaal mee kunt zingen.
Vandaar besteed ik tijdens mijn lessen altijd veel aandacht aan verstaanbaarheid; Uitspraak, klemtoon, melodie. Met mijn vrouw ben ik al drie jaar aan het oefenen; Wij zijn blij (voor de IJ), een huis met een tuin (voor de ui) en een broodje ei met ui (verschil tussen de ij en de ui).
De ee (geen fles maar vlees), de i (geen vies maar vis), de aa (vak, vaak) etc.
Vandaag een wit overhemd aan. De laatste keer dat ik mijn witte overhemd droeg, was met Kerst.

Dat was te zien want mijn Kerst manchetknopen zaten er nog aan. Ik draag niet vaak wit. Wel graag donker, blauw of zwart zijn de meest voorkomende kleuren in mijn garderobe. Zwarte overhemden, broeken, zwarte truien, zwarte colberts, zwarte jassen.

Zwart kleedt zo mooi af. Veel donkerblauw ook. Rood, oranje en roze zijn niet mijn kleuren. Ook geen ruitjesoverhemden alsjeblieft. En spijkerbroeken, daar heb ik het nu toch echt wel mee gehad. 95% van de mensheid loopt in jeans. Ik heb mijn garderobe uitgebreid met, eindelijk, wat lichtere tinten. Een paar lichtblauwe overhemden, een kakibroek.

Het is weer voorjaar.
Elk jaar was het omstreeks deze tijd zover: de grote schoonmaak.

Gordijnen, vitrages en de ramen werden gewassen, bovenop de kasten en binnenin de kasten, onder de bedden en in de kelder. Alles werd aan een grondig onderzoek onderworpen; hebben we dit nog wel nodig? Later toen ik zelfstandig woonde volgde ik dit stramien. Kleding bekijk ik kritisch; draag ik dit nog wel? Draag ik het nooit of wil ik het niet meer dragen, dan breng ik het meestal naar de kledingcontainer van het Rode Kruis of mijn vrouw neemt de kleding mee als ze naar Thailand gaat. Opruimen wat ik niet nodig heb. Boeken en muziek idem dito, ik bewaar alleen de boeken, platen en cd’s die ik nog een keer wil lezen of horen. Zo voorkom ik dat ik met een enorme hoop spullen zit waar ik niets mee doe. Vind ik overbodig. Mijn broer had dat nog meer dan ik, hij bewaarde nooit wat. Met Koninginnedag stond ik eens met tweedehands kleding op de Noordermarkt, zakken met kleding kreeg ik van hem mee om te verkopen, zo ook zijn trouwkostuum.

De voorjaarsschoonmaak van mijn moeder heb ik dus in ere gehouden. Keukenkastjes, de kelder, de kledingkast en de boekenkast komen aan bod. Het is nodig dat ik vaker mijn papieren orden, want ik bezit een overstelpende hoeveelheid lesmateriaal waarmee enkele kasten ordners gevuld zijn. Schuifladen worden al snel rommelladen, je gooit er van alles in waardoor je niets meer kunt vinden, daar moet ik dus ook doorheen. Foldertjes, elastiekjes, enorm veel pennen, zakdoekjes, sleutels, paperclips, stiften, batterijen en zo. Kaarten, brieven, blocnotes, postzegels en dergelijke. Vuilnisbak ernaast, papierbak ernaast. Weggooien wat niet meer nodig is en opgeruimd staat netjes.
Geeft een opgeruimd gevoel en je kan alles makkelijker vinden.
Regelmatig bijhouden, zodat je tijdens de grote schoonmaak niet voor verrassingen komt te staan.
Ze spreken beide Farsi, de Afghanen en de Iraniërs in mijn groep. Samen hebben ze een paar jaar in het asielzoekerscentrum Ter Apel gezeten voordat ze in Almere konden wonen. In de pauze maak ik graag een praatje met ze. Geen gesprekken over koetjes en kalfjes bij de koffie.
Of het waar was, wilde ik weten, wat in de kranten stond; dat er meer dan twee miljoen drugsverslaafden in Iran zijn.

Nog veel meer, zei de Iraniër. De Afghaan voegde eraan toe dat zijn land de grootste heroïne producent ter wereld is. Een miljoen verslaafden telt Afghanistan.
Iran is het land waar ook steeds meer mensen door religieuze rechtbanken opgehangen worden voor drugs, moord, prostitutie, pornografie,homoseksueel contact tussen volwassenen, afvalligheid van de islam en overspel. Voor zover bekend zijn in Iran in 2013 660 personen geëxecuteerd (het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger).

“Ondanks tekenen van openheid na de verkiezing van president Hassan Rohani bijna een jaar geleden, is de mensenrechtensituatie in het land dramatisch verslechterd”, zegt Taimoor Aliassi, VN-vertegenwoordiger van de Associatie voor Mensenrechten in Koerdistan.
Per inwoner gerekend telt Iran het hoogste aantal executies ter wereld, lees ik op Google.
Je wordt er even stil van.
Je wordt een dagje ouder, eerbied voor jouw grijze haren. Als man wordt je na je veertigste vroeg of laat kaler of kaal. Een vleesmatje van boven is een bekend verschijnsel. Geen gezicht als je daar soms nog grijze haren en een staartje bij ziet, de oude hippies blijven het pertinent vertikken om hun haren te laten knippen. Lang haar is mooi bij jonge mannen, als ze ouder worden is het vaak geen gezicht. In de tijd dat lang haar populair was had ik het ook zo lang mogelijk, over mijn schouders. Als je voorover zakte had je altijd haren voor je ogen hangen. Het opzij doen van deze ‘gordijnen’ was een handeling geworden die je honderden keren per dag onbewust uitvoerde.
Toch kan grijs haar ook heel goed staan, zie George Clooney.
Kaal ook, zie Pim Fortuyn
of Humberto Tan. 
Maar de meeste mannen worden er helaas niet mooier op, integendeel. De algemene fysieke toestand van een persoon speelt natuurlijk ook een grote rol. Ben je al te dik en niet moeders mooiste, dan is het geen lolletje om ook nog grijs te worden. Als je dan ook geen haar meer van boven hebt, ziet het er nog minder uit. Sneu, vooral als men dat tracht te compenseren met een snor. Met een baard is weer een ander verhaal, daar heb ik het niet over want ik hou niet zo van baarden. Hoewel een baard soms ook goed kan staan.
Blij dat ik nog haar van boven heb, al moet ik vaststellen dat mijn haargrens de laatste jaren bijna onmerkbaar een aantal millimeters naar achteren is opgeschoven. Mijn nichtje die kapster is, gaf me het advies het vooral aan de zijkant en van achteren kort te houden.
Het is natuurlijk erfelijk, maar gelukkig heb ik wat haardracht betreft meer het haar van mijn vader, die gelukkig wel grijs, maar nooit kaal van boven is geworden. Mijn broer is een paar jaar ouder en het wordt nogal dun aan de bovenkant bij hem. Ga ik ook die kant op of blijft het bij mij bestaan, die kruin van mij, denk ik soms in een verontrustende bui. Toch is het een goed gevoel dat ik in ieder geval nog gezegend ben met een goed gevuld bovenhoofd, althans gedeeltelijk, want heb ik wel altijd twee diepe inhammen gehad, zoals Jack Nicholson. Een leerling van de tweede klas VMBO had het eens over een andere leraar en zei; ‘meester hij lijkt op U, ook twee van die inhammen in zijn haar’.

Ik weet niet waardoor ik nog niet kaal van boven ben, maar ik houd al dertig jaar mijn hoofdhuid gezond met haarwater, die ik na het wassen in mijn hoofdhuid masseer; Dr.Dralle Berken Haarwater.

Goed spul, je kikkert er meteen vanop. Heb ik voor de eerste keer gekocht bij Figaro Pasqual, een Italiaanse kapper, door wijlen Johnny van Doorn zo treffend omschreven in zijn boek ‘Door de weken heen’.

Ik heb niets tegen scooters, als ze maar rekening houden met anderen. Fietsers bijvoorbeeld.
Het overkomt me regelmatig dat ik op een fietspad rijdt en dan heel snel naar rechts moet, terwijl een scooter rakelings langs me heen schiet. In het goede geval wordt ik nog gewaarschuwd door een felle tuut toon, maar soms ook niet. Dan fiets je gezellig met je vrouw op het fietspad en we schrikken ons wezenloos van zo’n scooter die heel hard van achteren op ons afkomt. Als je niet snel genoeg aan de kant bent wordt je soms nog uitgescholden ook.
Ik fietste eens met een flinke vaart door de Kinkerstraat toen ik van achteren aangereden werd. Ik stopte en een scooter achter me ook. Op mijn vraag waarom hij tegen de achterkant van mijn fiets aanreed kreeg ik als antwoord dat ik niet aan de kant ging. ‘Ik heb niets gehoord’ zei ik. ‘ik heb getoeterd’ zei de scooterrijder. ‘Niets gehoord’ zei ik. De man reed weg. Ik had hem nog willen vragen of hij het dan normaal vond om tegen mijn fiets aan rijden, maar waarschijnlijk was het beter dat ik het hem niet gezegd heb, want hij kwam nogal agressief over.
Op de pont naar Amsterdam Noord. Bij het verlaten van de pont gaan de scooters al voordat de boot aangelegd heeft vooraan staan met de motor alvast aan, zodat je als fietser erachter volop wordt bedwelmd door hun stinkende scooter-uitlaatgassen. Er iets van zeggen is in dit geval ook niet veilig, in het beste geval hoor je iets van ‘waar bemoei je je mee’, maar meestal wordt je uitgescholden.

Sinds een jaar of drie woon ik in Osdorp. Als woningzoekende in Amsterdam ben je als nieuwkomer aangewezen op de vrije huurmarkt, waar je woningen vanaf 1000 Euro per maand kan huren. Veel geld, maar voor een sociale huurwoning moet je minstens 10 jaar ingeschreven staan. Dus moet je wel als je hier je werk hebt. Ik kwam vanavond om half tien moe thuis van mijn werk. In de entree van het pand stond een scooter alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, een paar druppels olie lagen er al onder. Er hangt een mededelingenbord met een telefoonnummer voor spoedgevallen. Een mevrouw neemt de telefoon op. Na mijn uitleg krijg ik een verzuchting aan de andere lijn te horen en daarna de mededeling dat er niets aan te doen valt. Hoe ik ook uitleg dat het brandgevaarlijk is, dat ik het nummer van de scooter kan doorgeven zodat de dader achterhaald kan worden, het maakt niet uit. Mevrouw voelt zich niet geroepen om enig medeleven te tonen noch om enige actie te ondernemen. Teleurgesteld en kwaad verbind ik de verbreking.