Vandaag een wit overhemd aan. De laatste keer dat ik mijn witte overhemd droeg, was met Kerst.

Dat was te zien want mijn Kerst manchetknopen zaten er nog aan. Ik draag niet vaak wit. Wel graag donker, blauw of zwart zijn de meest voorkomende kleuren in mijn garderobe. Zwarte overhemden, broeken, zwarte truien, zwarte colberts, zwarte jassen.

Zwart kleedt zo mooi af. Veel donkerblauw ook. Rood, oranje en roze zijn niet mijn kleuren. Ook geen ruitjesoverhemden alsjeblieft. En spijkerbroeken, daar heb ik het nu toch echt wel mee gehad. 95% van de mensheid loopt in jeans. Ik heb mijn garderobe uitgebreid met, eindelijk, wat lichtere tinten. Een paar lichtblauwe overhemden, een kakibroek.

Het is weer voorjaar.
Elk jaar was het omstreeks deze tijd zover: de grote schoonmaak.

Gordijnen, vitrages en de ramen werden gewassen, bovenop de kasten en binnenin de kasten, onder de bedden en in de kelder. Alles werd aan een grondig onderzoek onderworpen; hebben we dit nog wel nodig? Later toen ik zelfstandig woonde volgde ik dit stramien. Kleding bekijk ik kritisch; draag ik dit nog wel? Draag ik het nooit of wil ik het niet meer dragen, dan breng ik het meestal naar de kledingcontainer van het Rode Kruis of mijn vrouw neemt de kleding mee als ze naar Thailand gaat. Opruimen wat ik niet nodig heb. Boeken en muziek idem dito, ik bewaar alleen de boeken, platen en cd’s die ik nog een keer wil lezen of horen. Zo voorkom ik dat ik met een enorme hoop spullen zit waar ik niets mee doe. Vind ik overbodig. Mijn broer had dat nog meer dan ik, hij bewaarde nooit wat. Met Koninginnedag stond ik eens met tweedehands kleding op de Noordermarkt, zakken met kleding kreeg ik van hem mee om te verkopen, zo ook zijn trouwkostuum.

De voorjaarsschoonmaak van mijn moeder heb ik dus in ere gehouden. Keukenkastjes, de kelder, de kledingkast en de boekenkast komen aan bod. Het is nodig dat ik vaker mijn papieren orden, want ik bezit een overstelpende hoeveelheid lesmateriaal waarmee enkele kasten ordners gevuld zijn. Schuifladen worden al snel rommelladen, je gooit er van alles in waardoor je niets meer kunt vinden, daar moet ik dus ook doorheen. Foldertjes, elastiekjes, enorm veel pennen, zakdoekjes, sleutels, paperclips, stiften, batterijen en zo. Kaarten, brieven, blocnotes, postzegels en dergelijke. Vuilnisbak ernaast, papierbak ernaast. Weggooien wat niet meer nodig is en opgeruimd staat netjes.
Geeft een opgeruimd gevoel en je kan alles makkelijker vinden.
Regelmatig bijhouden, zodat je tijdens de grote schoonmaak niet voor verrassingen komt te staan.
Ze spreken beide Farsi, de Afghanen en de Iraniërs in mijn groep. Samen hebben ze een paar jaar in het asielzoekerscentrum Ter Apel gezeten voordat ze in Almere konden wonen. In de pauze maak ik graag een praatje met ze. Geen gesprekken over koetjes en kalfjes bij de koffie.
Of het waar was, wilde ik weten, wat in de kranten stond; dat er meer dan twee miljoen drugsverslaafden in Iran zijn.

Nog veel meer, zei de Iraniër. De Afghaan voegde eraan toe dat zijn land de grootste heroïne producent ter wereld is. Een miljoen verslaafden telt Afghanistan.
Iran is het land waar ook steeds meer mensen door religieuze rechtbanken opgehangen worden voor drugs, moord, prostitutie, pornografie,homoseksueel contact tussen volwassenen, afvalligheid van de islam en overspel. Voor zover bekend zijn in Iran in 2013 660 personen geëxecuteerd (het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger).

“Ondanks tekenen van openheid na de verkiezing van president Hassan Rohani bijna een jaar geleden, is de mensenrechtensituatie in het land dramatisch verslechterd”, zegt Taimoor Aliassi, VN-vertegenwoordiger van de Associatie voor Mensenrechten in Koerdistan.
Per inwoner gerekend telt Iran het hoogste aantal executies ter wereld, lees ik op Google.
Je wordt er even stil van.
Je wordt een dagje ouder, eerbied voor jouw grijze haren. Als man wordt je na je veertigste vroeg of laat kaler of kaal. Een vleesmatje van boven is een bekend verschijnsel. Geen gezicht als je daar soms nog grijze haren en een staartje bij ziet, de oude hippies blijven het pertinent vertikken om hun haren te laten knippen. Lang haar is mooi bij jonge mannen, als ze ouder worden is het vaak geen gezicht. In de tijd dat lang haar populair was had ik het ook zo lang mogelijk, over mijn schouders. Als je voorover zakte had je altijd haren voor je ogen hangen. Het opzij doen van deze ‘gordijnen’ was een handeling geworden die je honderden keren per dag onbewust uitvoerde.
Toch kan grijs haar ook heel goed staan, zie George Clooney.
Kaal ook, zie Pim Fortuyn
of Humberto Tan. 
Maar de meeste mannen worden er helaas niet mooier op, integendeel. De algemene fysieke toestand van een persoon speelt natuurlijk ook een grote rol. Ben je al te dik en niet moeders mooiste, dan is het geen lolletje om ook nog grijs te worden. Als je dan ook geen haar meer van boven hebt, ziet het er nog minder uit. Sneu, vooral als men dat tracht te compenseren met een snor. Met een baard is weer een ander verhaal, daar heb ik het niet over want ik hou niet zo van baarden. Hoewel een baard soms ook goed kan staan.
Blij dat ik nog haar van boven heb, al moet ik vaststellen dat mijn haargrens de laatste jaren bijna onmerkbaar een aantal millimeters naar achteren is opgeschoven. Mijn nichtje die kapster is, gaf me het advies het vooral aan de zijkant en van achteren kort te houden.
Het is natuurlijk erfelijk, maar gelukkig heb ik wat haardracht betreft meer het haar van mijn vader, die gelukkig wel grijs, maar nooit kaal van boven is geworden. Mijn broer is een paar jaar ouder en het wordt nogal dun aan de bovenkant bij hem. Ga ik ook die kant op of blijft het bij mij bestaan, die kruin van mij, denk ik soms in een verontrustende bui. Toch is het een goed gevoel dat ik in ieder geval nog gezegend ben met een goed gevuld bovenhoofd, althans gedeeltelijk, want heb ik wel altijd twee diepe inhammen gehad, zoals Jack Nicholson. Een leerling van de tweede klas VMBO had het eens over een andere leraar en zei; ‘meester hij lijkt op U, ook twee van die inhammen in zijn haar’.

Ik weet niet waardoor ik nog niet kaal van boven ben, maar ik houd al dertig jaar mijn hoofdhuid gezond met haarwater, die ik na het wassen in mijn hoofdhuid masseer; Dr.Dralle Berken Haarwater.

Goed spul, je kikkert er meteen vanop. Heb ik voor de eerste keer gekocht bij Figaro Pasqual, een Italiaanse kapper, door wijlen Johnny van Doorn zo treffend omschreven in zijn boek ‘Door de weken heen’.

Ik heb niets tegen scooters, als ze maar rekening houden met anderen. Fietsers bijvoorbeeld.
Het overkomt me regelmatig dat ik op een fietspad rijdt en dan heel snel naar rechts moet, terwijl een scooter rakelings langs me heen schiet. In het goede geval wordt ik nog gewaarschuwd door een felle tuut toon, maar soms ook niet. Dan fiets je gezellig met je vrouw op het fietspad en we schrikken ons wezenloos van zo’n scooter die heel hard van achteren op ons afkomt. Als je niet snel genoeg aan de kant bent wordt je soms nog uitgescholden ook.
Ik fietste eens met een flinke vaart door de Kinkerstraat toen ik van achteren aangereden werd. Ik stopte en een scooter achter me ook. Op mijn vraag waarom hij tegen de achterkant van mijn fiets aanreed kreeg ik als antwoord dat ik niet aan de kant ging. ‘Ik heb niets gehoord’ zei ik. ‘ik heb getoeterd’ zei de scooterrijder. ‘Niets gehoord’ zei ik. De man reed weg. Ik had hem nog willen vragen of hij het dan normaal vond om tegen mijn fiets aan rijden, maar waarschijnlijk was het beter dat ik het hem niet gezegd heb, want hij kwam nogal agressief over.
Op de pont naar Amsterdam Noord. Bij het verlaten van de pont gaan de scooters al voordat de boot aangelegd heeft vooraan staan met de motor alvast aan, zodat je als fietser erachter volop wordt bedwelmd door hun stinkende scooter-uitlaatgassen. Er iets van zeggen is in dit geval ook niet veilig, in het beste geval hoor je iets van ‘waar bemoei je je mee’, maar meestal wordt je uitgescholden.

Sinds een jaar of drie woon ik in Osdorp. Als woningzoekende in Amsterdam ben je als nieuwkomer aangewezen op de vrije huurmarkt, waar je woningen vanaf 1000 Euro per maand kan huren. Veel geld, maar voor een sociale huurwoning moet je minstens 10 jaar ingeschreven staan. Dus moet je wel als je hier je werk hebt. Ik kwam vanavond om half tien moe thuis van mijn werk. In de entree van het pand stond een scooter alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, een paar druppels olie lagen er al onder. Er hangt een mededelingenbord met een telefoonnummer voor spoedgevallen. Een mevrouw neemt de telefoon op. Na mijn uitleg krijg ik een verzuchting aan de andere lijn te horen en daarna de mededeling dat er niets aan te doen valt. Hoe ik ook uitleg dat het brandgevaarlijk is, dat ik het nummer van de scooter kan doorgeven zodat de dader achterhaald kan worden, het maakt niet uit. Mevrouw voelt zich niet geroepen om enig medeleven te tonen noch om enige actie te ondernemen. Teleurgesteld en kwaad verbind ik de verbreking.
Het beloofde vandaag mooi weer te worden. Meteen druk in de supermarkt, zakken met kolen vliegen de deur uit. De omzet van bier en vlees stijgt, barbecues en tuinmeubels komen tevoorschijn uit kelders en schuren. Terrasjes, parken en stranden stromen vol. Het wordt druk in de tuincentra, plantenbakken met viooltjes verschijnen op balkons.
Voor winterkleding was het net iets te warm. Maar op de fiets, als de wind aantrok was ik blij dat ik mijn winterjas nog niet in de kelder had gehangen. Voor zomerkleding was het nog een beetje te fris.
Je ziet het elk jaar weer; mensen willen heel graag dat het zomer is, maar de zomer zelf werkt nog niet zo mee.
Het begon met veel zon vandaag, maar al snel nam de bewolking het over, zodat we weer in de bekende grijze luchten zaten vanmiddag. Geen slechte temperatuur voor de barbecue, maar ook niet ideaal. Dat stukje zon geeft vaak net dat stukje extra dat nodig is om het feest compleet te maken.
De lentekriebels. We hebben ze al maar de natuur nog net niet helemaal, behalve de treurwilg, die is als eerste groen.

Nog even een paar weken geduld, dan wordt de rest van de bomen ook weer groen.
Ik verbaas me er elk voorjaar weer over.

Mijn Duitse vrienden Thomas en George waren in Rotterdam aangekomen. Vanuit Frankfurt via Keulen via Arnhem naar Utrecht gefietst en van daar de trein gepakt naar Rotterdam.
Ik was gisteren bezig met de belastingaangifte en een verjaardag van mijn schoonzus, maar om half tien vertrokken vanuit Scherpenzeel naar Rotterdam, waar ik om half elf aankwam. De laatste keer dat ik in Rotterdam was, woonde ik er nog. Tien jaar lang was het rondom het Centraal Station een grote bouwput, nu lag er een geweldig nieuw station.
![IMG_0124[1]](https://www.nederlandsleraar.nl/wp-content/uploads/2014/03/IMG_01241-300x225.jpg)
We treffen ons op het terras van Bazaar in de Witte de Withstraat.
![IMG_0112[1]](https://www.nederlandsleraar.nl/wp-content/uploads/2014/03/IMG_01121-300x225.jpg)
Vanuit de Bazaar rijden we in mijn Fiat Seizento over de Zwaan voor een mooie look op de skyline van Rotterdam.

Natuurlijk even naar de Kubus-woningen kijken op de Blaak en dan naar Delftshaven, naast Rotterdam, alwaar we een heel rustig, klein en mooi stukje authentieke grachten met oude zeilschepen bekeken.

en in een gezellige kroeg even een biertje dronken.
![IMG_0115[1]](https://www.nederlandsleraar.nl/wp-content/uploads/2014/03/IMG_01151-e1396180527540-300x225.jpg)
Inmiddels was het half twee en mocht ik tevens overnachten in Hotel Bellevue, aan de noordkant van het station. Een oase van rust aan deze kant, een groot contrast met de andere kant waar alles nieuw, groot en druk is.
![IMG_0116[1]](https://www.nederlandsleraar.nl/wp-content/uploads/2014/03/IMG_01161-e1396180642881-225x300.jpg)
Een broodje en een kopje koffie op het station en daarna a fietsten mijn vrienden verder naar de kust.
![IMG_0127[1]](https://www.nederlandsleraar.nl/wp-content/uploads/2014/03/IMG_01271-300x225.jpg)
Dutise vrienden van mij zijn op dit moment vanuit Keulen op de fiets in Arnhem beland, vandaag willen ze naar Rotterdam fietsen. Morgen treffen we ons in Den Haag. Een andere vriend van mij is vorig jaar met zijn dochter van dertien vanuit Den Haag naar Scherpenzeel in Gelderland gefietst. Langs de Rijn liggen goeie fietspaden.
Vroeger fietsten we voor de lol, mijn vriend en ik waren 12 jaar, van het dorpje Scherpenzeel naar Hattemerbroek bij Zwolle. Dat was ook zo’n kilometer of 70. Schoolreisjes deden we vroeger ook op de fiets, met de vijfde en zesde klas van de lagere school gingen we vanuit Scherpenzeel naar Oldenbroek in de Veluwe. Dat was ook zo’n zestig kilometer verder.

We fietsten trouwens ook naar de middelbare school in Amersfoort, 15 kilometer verderop. Het hele jaar door, ook bij regen en slecht weer. S’ochtends om 7 uur vertrokken we met een groepje. Het was wel hard trappen elke dag, maar we waren ook nooit ziek en hadden een prima conditie.

In Amsterdam zie ik de pubertjes van tegenwoordig verveeld op hun mobiele telefoons staan staren, massaal maken ze gebruik van het openbaar vervoer.
Het aantal ziekmeldingen is hierop terug te voeren; door het hoesten en niezen in de bus of tram worden anderen snel aangestoken. Door de te warme temperatuur in de tram worden de pubertjes slaperig. Door het zitten en hangen worden ze lui en slap. Met hun chagreinige blikken zien ze er al vroeg oud uit. Jammer.
Vanmiddag even naar het werkmanspaleis voor nieuwe broeken. Nieuwendijk 47 Amsterdam. In de winkel dezelfde vriendelijke Marokkaan en Surinamer die er al jaren staan. De winkel ziet er nog hetzelfde uit als 30 jaar geleden, dat heeft wel iets degelijks.

Levis draag ik al zeker meer dan dertig jaar en de zwarte Levis iets korter. Vroeger een hele uitgave, zo’n spijkerbroek; 70 Gulden was toen veel geld voor mij. Ik verdiende als huisschilder 350 gulden per maand in 1983. Nu kost zo’n broek 85 Euro, de Euro die ik van het begin af aan ben gaan beschouwen als een gulden, terwijl hij dus eigenlijk twee keer zo duur is. Dus de spijkerbroek van toen kost nu 2 x 70 gulden + 2x 15 gulden = 170 gulden. Maar daar denk je niet aan als je die broek koopt. Ben ik niet te oud voor een spijkerbroek. Ja, wel een beetje. Maar de gewone blauwe jeans draag ik nog nauwelijks. Nee, mijn favoriete jeans aller tijden is de zwarte Levis. Nu is daar sinds kort een nieuw model van uit waar ik aanvankelijk nogal sceptisch tegenover stond. Wat was er mis met het oude model? Men wil smallere pijpen en last but not least steekzakken, waar je zo lekker je handen in kunt steken. Ik moet zeggen ik heb er een week in gelopen en hij zit inderdaad als gegoten. Kom je al snel op de riem, die moet er ook goed uitzien, anders heb je een mooie broek met een ouwe, lelijke riem en dat ziet er niet uit.
Tsja Levis. Ik begon met een Lois spijkerpak. Lois was in de 70’s groot, popgroepen als de Golden Earring lieten zich erin fotograferen en stonden in de Rijam schoolagenda. Ik las een verhaal over Rod Stewart, die grote successen vierde in die tijd.

Hij werd ook gevraagd om de Lois aan te doen. Wat dat opleverde? 250 gulden. ‘Hier met die broek’ schijnt hij gezegd te hebben. Grappig als je bedenkt dat hij in het Amstel Hotel sliep en voor een nacht 4 keer zoveel moest betalen.
Lois ging na een aantal jaren uit de roulatie. In de jaren 80 kwamen de bandplooibroeken, maar hielden niet lang stand. Een paar heb ik er gehad, ik voelde me er toch een beetje een watje in. De merken Lee, Wrangler, Big John en Deanim heb ik ook nog uitgeprobeerd. Verschillende winkels ook.
Maar na een tijdje kwam ik toch weer bij het Werkmanspaleis en Levis terug. Waarom? Je weet wat je krijgt en je wordt goed geholpen. En de broek? Die zit altijd meteen lekker.
Veel bedrijvigheid rond Schiphol, het is een beetje zoeken naar de juiste afslag. Was het nou N201 of N232? Allebei, zo blijkt al snel. Bij de benzinepomp zocht ik tevergeefs naar een autokaart, die worden door alle GSM ’s niet meer verkocht. Wel klein googlemaps kijken op zo’n I-Phone 4, zeker als je achter het stuur zit. Even stoppen op de parkeerplaats dan maar. Beelden van lang geleden schoten door mijn hoofd, denken aan de vele zoektochten die ik bij mijn vader in de auto mocht meemaken. De kaartenbak werd dan tevoorschijn gehaald uit de achterbak, heel Duitsland, Nederland, België en Frankrijk zaten erin. De benodigde kaart werd eruitgehaald en, bij droog weer, op de voorkap van de auto uitgespreid. Daarna volgde een langdurig staren op het wegenplan en het zoeken naar de bekende nummers en afslagen, uiteindelijk een wijzen met de vingers en dichterbij komen met het hoofd naar het wegenplan. Het viel niet altijd mee en je moest er wel goed naar zoeken, maar het was leerzaam en we kwamen altijd op de plek van bestemming.

Wat een kassen, verlicht ondanks dat het zonnetje toch scheen. Mooie weggetjes over dijkjes.
‘Four Seasons’ zie ik met grote letters op een bedrijfspand staan.

‘Power Grow’ is de naam van het door mij gezochte bedrijf, alwaar ik een afspraak heb met 4 Polen. Een jaar geleden had ik eens wat reclame voor mezelf gemaakt door brieven met mijn kwaliteiten rond te sturen. Ik was het al bijna vergeten, maar een paar weken geleden werd ik gebeld door Marco van ‘Power Grow’ met de vraag of ik zijn Poolse medewerkers Nederlands kon leren.
Tussen Aalsmeer en Uithoorn ligt De Kwakel, een klein dorpje tussen de kassen. De paprikakwekerij ligt op de Dwarsweg, helemaal aan het einde. Een immense hal en een paar auto’s met Pools kenteken. Toen ik uitstapte liep ik meteen op een Poolse man toe, Derik. Ja, hij wilde Nederlands leren. We liepen de kantine in, waar naast een aantal flessen, koeken, fruit en chocola nog twee vrouwen en een jongen zaten. Even voorgesteld en meteen het daarmee verbonden idioom uitgebreid de revue laten passeren en daarna gezellig doorgegaan met hebben en zijn. Dan het voorstellen nog eens met veel aandacht voor de uitspraak. Dan ik en jij en hij en jullie en zij en wij, verbonden met werk, doe, ga, moet en wil. Zinnen maken, Wie, Wat, Waar/hoe/wat. Daarna Tellen en Rekenen tot 100 en tenslotte tegenstellingen. CD speler met Audio en Audio naast de papieren achtergelaten voor de volgende week. Elke dag een keer lezen, het liefst hardop!
Na afloop, om half acht, praatten we nog wat na.
Derk is getrouwd, heeft vier kleine kinderen en woonde in Kudelstaart. Zijn kinderen spreken natuurlijk al veel beter Nederlands dan hij. Hij woont inmiddels al acht jaar in Kudelstaart. De jongen was misschien net twintig en de twee meisjes iets ouder. De jongen was nogal traag van begrip vergeleken met de anderen. Ik zei hem ’dat komt omdat je meestal alleen met die paprika’s bezig bent en nu moet je ineens enorm veel nieuwe informatie verwerken!’ waarop iedereen moest lachen. ‘Fouten maken is goed, want daar leer je van’. Nu lachte hij ook. Marco, de baas, was ook aanwezig. We babbelden nog wat na. Hij was zeer te spreken over zijn personeel; nooit ziek en doorgaan als het nodig is. Ik nam afscheid. Tot volgende week.