Stond op de deksel van de pan die in de keuken op een leeg kratje bier stond. Telefonisch had mijn vrouw me er ook al op gewezen.
Ze had op de markt een kilo krab gekocht, verse krabbetjes dus. Dat betekende dat de krabbetjes nog leefden!
Nu meende ik ook enig getik uit de pan te horen. Als een horrorfilm met een levend begraven iets dat eruit wil.
Rillingen die dan over je rug lopen. Ik vond het niet echt prettig in de keuken met die levende krabbetjes in de pan. Ik probeerde het keukenbezoek tot een minimum uit te stellen en deed alleen de noodzakelijke dingen die ik daar moest doen. Gelukkig zijn de krabbetjes vandaag gekookt, zodat in ieder geval niet meer leven.
Dat was een paar jaar geleden wel anders. Toen had mijn vrouw een paar levende kreeften gekocht en gekookt.
Ook iets waar ik niet graag getuige van wil zijn. Op het moment dat ze de pan in gaan ben ik overal te vinden behalve in de keuken.
Maar goed, de zondagochtend na het koken liep ik nietsvermoedend naar de gootsteen om een slokje water te drinken.
Op het moment dat ik me voorover wilde buigen om te drinken, zag ik vlak voor me in de gootsteen een half gekookte kreeft zich oprichtte.
Ik schrok me wezenloos en gilde als iemand in doodsangst.
Ik ging ervan uit dat de kreeften niet meer leefden, maar deze dus nog wel. Wat een schrik!
Nu ben ik sowieso een watje wat krabben en kreeften betreft.
Ik ben altijd stomverbaasd als ik zie hoe mijn vrouw smakelijk een krabbetje in haar mond doet.
Met veel gekraak zit ze ervan te genieten.
Ik kan dat niet, krabsalade vind ik wel lekker en krabvlees ook, maar om zo’n klein krabbetje helemaal op te eten is niets voor mij.
Ik ben een watje die alleen kant en klaar eet, dat wil zeggen zonder schalen, huid of graatjes.
Als die eruit zijn dan kan ik er wel van genieten.
Inktvis, mosselen, oesters, garnalen, krab en kreeft, dat is het lievelingseten van mijn vrouw.
Als ze het voor mij kant en klaar serveert, gekookt of gebakken en wel, kan ik er ook smakelijk van genieten.
Dat dan weer wel.
Ik heb het altijd met ze te doen; dikke mensen die ik in de sportclub zie. ‘Ga door, goed zo! Ga door!’ zou ik wel uit willen schreeuwen.
Soms zie ik ze met rood hoofd zwetend op de loopband, hoewel ze maar een slakkengangetje lopen. Het valt me op dat ze meestal alleen zijn en dat andere sporters soms moeite hebben om hun lachen in te houden als ze de dikkerds aan de gang zien. Tja het ziet er belachelijk uit, maar ik bewonder ze want ze proberen het tenminste.
Ik bak er zelf ook niet veel van hoor! Op de loopband hou ik het maar 3 minuten vol, dan ben ik op. Maar, denk ik dan, beter 3 minuten dan helemaal niks!
Respect voor dikke mensen die gaan sporten! Dat het verdomd zwaar is, dat het afzien is en zeker voor mensen als jij, dat het een enorme stap is naar de sportschool en vooral door te gaan. Respect!
Ik zal je niet uitlachen als je prestaties lachwekkend zijn.
Ik zal je in gedachten moed toespreken, ik zal je het beste wensen.
Ik heb namelijk diep respect voor mensen zoals jij die hun leven willen verbeteren. Die hun lot in eigen handen nemen en hun gedrag en consumptiepatroon vrijwillig aanpakken.
Dat is niet makkelijk, de meeste dikkerds blijven dik. Enkele lukt het om af te vallen. Jij kan het, het begin is er. Pak je moment, ga door!
Je bent echt goed bezig!
Lang leve de dikke mensen die gaan sporten!
Dat is natuurlijk waar, een winnend lot uit de loterij, dan heb je geluk gehad en… je kan gelukkig van je geld genieten. Bij de hoofdprijs is dat een behoorlijk tijdje.
Maar is het ook geluk?

‘Geluk, geluk is een hangmat waarin je, lui ligt in een wezenloze stilte’ zong Frank Boeijen in het liedje ‘Linda’.
Er zit wel wat in, gewoon even chillen in de hangmat kan voor even een geluksgevoel brengen.
Voor even ja, net als zoveel dingen je voor even geluk kunnen geven; iets leuks doen of kopen of eten of krijgen.
Maar de hoogte van je lot bepaald de lengte van je geluk.
Geld maakt niet gelukkig, maar het helpt wel.
Tot nu toe heb ik geen geluk gehad in de staatsloterij, of toch wel? Een paar keer heb ik het aankoopbedrag van het lot, 20 Euro al geheel of gedeeltelijk (10, 15 euro)terug gewonnen.
In het casino heb ik ook een paar keer verloren en een paar keer gewonnen. Kwestie van op tijd stoppen. Met 100 euro in the pocket rijdt je toch een stuk leuker die parkeergarage uit. Om op de terugweg een stuk leuker boodschappen te gaan doen in de Appie.
Heel gelukkig gooi je dan de lekkerste biertjes en delicatessen in je karretje. Fijn gevoel, dat is geluk.
De geluiden die het ruisen van de golven en het waaien van de wind opleveren, geeft ons een rustgevend en kalmerend gevoel. Een dagje aan zee maakt me kalmer, positiever en rustiger. De zeelucht en het uitzicht van de zee zorgen voor innerlijke kalmte.
Alsof dat nog niet genoeg is, stimuleert de zeelucht ook nog eens de aanmaak van serotonine in ons lichaam. Dat is een neurotransmitter die verantwoordelijk is voor een positief effect op ons humeur én die ons stressniveau naar beneden haalt. Gewoon een dagje rondwandelen aan de zee en de frisse zeelucht goed in- en uitademen kan helpen om wat minder stress te hebben en alles wat meer te relativeren.
De zeelucht zou de werking van een gen dat verantwoordelijk is voor die kanker en een te hoge cholesterol afremmen.
Jodium komt als element voor in zeeën en oceanen en is een spoorelement dat zorgt voor een goed werkende schildklier.
Tja je hoeft maar even te googelen om bevestigd te worden in het standpunt dat een wandeling op het strand goed is voor je. Dat is het gewoon.
Toen ik student was ging ik elke zondag naar het strand om een lange wandeling te maken. Nu ik in Haarlem woon is het nog maar 9 km van het strand, dus de gelegenheid om vaker naar het strand te gaan. ’s Winters ook? Juist ’s winters, want de koude frisse zeelucht is een verademing en het gevoel dat je hebt na een uurtje gelopen te hebben, is te omschrijven als prettig. Een goed gevoel in je hoofd en in je lichaam.
In je lichaam door te bewegen en in je hoofd door even lekker uit te waaien.

Je voelt het meteen aan je huid als de zon schijnt op het strand. Op 1 Maart liepen we op het strand in de zon. Ik vroeg me voorafgaand aan de wandeling af of ik nog zonnebrandcrème mee zou nemen. ‘Hallo! Zonnebrandcrème?’. Mijn vrouw moest lachen, dat is wel wat overdreven voor een uurtje in de zon lopen vind je niet? Ik moest haar gelijkgeven.
We zullen het dit jaar wel weer meemaken, net als elk voorjaar als de zon begint te schijnen: na een paar dagen zon zie je massaal mensen met rode hoofden die te lang in de zon hebben gezeten zonder aan zonnebrandcrème te denken. Of een veel te optimistisch ingeschatte lage factor hebben gesmeerd. Begin nou eens met factor 50 in plaats van 15! Bespaart een hoop roodheid en kriebel.
Maar het is net als met de ‘Black Saturday’ begin Augustus; de mensen weten dat er dan elk jaar een file staat van honderden kilometers naar het zuiden, maar ze gaan er elk jaar toch weer in staan. En ook dit jaar zullen honderden hoofden zich weer lekker vrijwillig rood laten verbranden in de voorjaarszon…
Grappig trouwens ook dat veel Aziatische mensen, ik merk het aan mijn vrouw, helemaal niet zo gek zijn van in de zon zitten. Op het strand zit ze liever onder een parasol en draagt ze ook nog een hoed. Van haar hoorde ik dat ze liever een lichte huid wilde hebben. Een donkere huid krijg je snel als je veel buiten werkt in de zon. Dat vinden wij hier juist mooi, een kleurtje krijgen. Ik zie elk jaar weer mensen fanatiek bezig met smeren en zonnen, het is nooit genoeg!
Ook kwam ik er pas laat achter dat je net zo goed onder een parasol bruin kan worden als pal in de zon. Veel zwemmen is ook goed, of wandelen of tennissen op het strand. Dan word je mooier egaal bruin. Met andere woorden, de kleur is mooier verdeeld over de huid van je hele lichaam.
Want dat is wat we willen: bruin worden, want bruin is sexy. Witte benen worden ‘melkflessen’ genoemd en dat is zeker geen compliment.
Hoewel je voorzichtig om moet gaan met de brandende zon, is volledig vermijden ook niet gezond. Zonlicht zorgt voor een beter humeur en levert belangrijke stoffen zoals vitamine D.
Daarbij worden we gewoon vrolijk van de zon.
Wat me het meeste verbaasd, is de vrolijkheid, de uitbundigheid en de blijheid. Dat zie ik bij geen andere religie zo sterk als bij het Boeddhisme.
De monnik die wat staat te kletsen op het podium maakt een relaxte indruk en lacht veel. De drie mannen die zich tot monnik lieten inwijden hadden een serene uitstraling om zich heen hangen, een rustgevende gelatenheid waarmee ze alles om zich heen lieten gebeuren.
De drie mannen ondergingen het ritueel glimlachend, het verzamelde publiek, waaronder veel Thais Nederlandse echtparen zoals wij, gingen in de rij staan om een plukje van het haar van iedere man af te knippen. De schaar werd aangereikt en doorgegeven door lieftallige dames en de haren mochten in een mandje gedeponeerd worden, eveneens voorgehouden door een lieftallige dame.


De bijeengekomen dames zagen er prachtig uit, de zon die opgewekt scheen, de muziek en de dans deden de rest.

Dansen, zingen en lekker eten. Wat een prachtige, positieve en blije cultuur is die Thaise toch. En dan die schitterende kleding, in die heerlijk felle kleuren.



Bij ons bezoek aan München stond natuurlijk de biertuin in het Engelse Park bij de Chinese toren op het programma. De ‘Englischer Garten’ is het grootste park van de stad. De rivier Isar stroomt er met hoge snelheid doorheen. Naast het ‘Haus der Kunst’, een monumentaal museum uit de Nazitijd, stroomt het riviertje onder een brug door, waar altijd veel mensen staan te kijken naar de surfers, die een balanceer act uitvoeren op het water.
IMG_4695[1]
De ‘Biergarten’, waarbij een blaasorkest vanuit de Chinese toren voor een stemmig muziekje zorgde, kende ik natuurlijk goed uit de tijd dat ik in München woonde, van 1997 tot 2005. De stad is inmiddels flink veranderd, was me al opgevallen toen we in het centrum liepen;
‘Wir schaffen das’ van Angela Merkel was hier niet onopgemerkt voorbijgegaan, zo werd me duidelijk. Buiten het feit dat het wel twee keer zo druk was als 20 jaar geleden, zag je ook dat het aantal moslims in het straatbeeld flink was toegenomen. Die zag je hier 20 jaar geleden nauwelijks, maar nu overal, behalve in de Biergarten. Daarnaast constateerde ik een flinke toename van bedelaars en daklozen.
Op naar de Biertuin, want het is waar, een mooi moment als je met zo’n Mass, een literglas bier, in de biertuin gaat zitten.
IMG_4698[1]
Over de doeltreffendheid van zo’n Mass, een literglas bier, valt te twisten. Wij Nederlanders houden van een koud biertje en met zo een literglas is het bier niet echt koud meer als je het glas bijna leeg hebt. Nee, zeggen de Duitsers, je moet gewoon sneller drinken! Kortom, voor de geoefende en snelle bierdrinker is het hier een must.
Wel was het erg druk in de biertuin en vooral bij de kassa’s. Wat grappig was, dat twee pikzwarte Afrikanen, de haantjes en varkenspoten stonden te bakken in de keuken. Goed geïntegreerd, deze mannen!
In de drukte ook Nederlandse gezinnen, ik hoor een dochtertje tegen haar ouders roepen: ‘Krakeling, ik wil zo’n grote krakeling!’. ‘Nee, dat zijn Brezels’, zegt haar vader. ‘Die wil ik! En patat met een kippenpoot natuurlijk.
Mijn vrouw en ik kozen voor een ‘Schweinehaxe met Rotkohl en Knodel’, een klassieker. Eten in München betekent grote glazen en grote porties met grote borden. Met zijn tweeën hadden we ruimschoots genoeg aan een Bier en een Schweinehaxe.
Pinnen is wel een dingetje daar. In Nederland houd ik mijn pinpas kort aan de zijkant van de pinautomaat, het duurt hooguit 10 seconden voordat ik een piep hoor, waarna de bon verschijnt.
Nadat je 10 minuten in de rij voor de kassa hebt staan wachten met je bierpul en je dienblad met eten, hoor je de vraag: ‘ Bar oder Karte?’
‘Karte’ antwoord je dan vanzelfsprekend, want in Nederland betaal je al 20 jaar alles probleemloos met de pin. Dan komt er een pinautomaat tevoorschijn uit de oude doos, waar boven je je kaart legt. Eerst deed ik dat kort, zoals ik gewend ben in Nederland.
‘Liegen lassen, Karte liegen lassen!’ werd ik door de kassière toegeschreeuwd. Het was de bedoeling dat ik mijn pinpas langer op het apparaat liet liggen, maar de manier waarop mij dit kenbaar werd gemaakt stond me helemaal niet aan. Duitsers die schreeuwen, daar heb ik een hekel aan. Zeker als ik op vakantie ben.
‘Freundlichkeit kennt kein Zeit!’ riep ik de kassière toe.
Rafting is met een grote rubberboot met een groepje van 8 personen van een snelstromende bergrivier, in dit geval de Isar bij Munchen, met de stroom meegaan en je af en toe even uit de boot laten vallen om je mee te laten drijven met de stroom. Je hebt daarbij zo’n wetsuit aan, want het water is natuurlijk ijskoud.
Had het zo’n 20 jaar geleden al eens gedaan, in Oostenrijk. Geweldig om dat nog eens mee te maken.


Ditmaal hadden we tochtje op 65 km van Munchen, van Lenggries naar Bad Tolz. Prachtige bergen, groene weiden en naaldbomen, idyllische dorpjes met grote bakken rode geraniums voor de ramen. Kleine weggetjes,mooie pleintjes, rustig en schoon.
Je stapt niet zomaar de rubberboot in, maar krijgt uitgebreide instructie van een leuke, jongedame. Dan stap je met acht personen in de boot. Je draagt een helm en een wetsuit, want de rivier Isar, die uit de Alpen komt, is ijskoud. Op een gegeven moment laat iedereen zich achteruit de boot vallen en zich een stukje meedrijven met de stroom. Het was de bedoeling, wat ik niet wist, dat je dan na vijf minuten weer de boot instapte. Dat was mij ontgaan; ik liet me door destroom heerlijk meedrijven, als een droom zag ik de toppen van de bomen langs de kant en de blauwe lucht en bergen aan me voorbijgaan. Een soort trip, een paradijselijk genoegen maakte zich van mij meester en ik vergat waar ik was en ook dat ik weer naar de boot moest. Uiteindelijk zag ik die in de verte en ik begreep dat ik daar naartoe moest zwemmen, want de anderen zaten er al in.

Rafting, ik kan het ieder aanbevelen!
Ik laat hem nogal eens in mijn auto liggen, mijn telefoon. Mijn portemonnee ook wel eens als ik hem in het dashboardkastje heb gelegd. Dan loop ik terug naar de parkeerplaats en haal hem er uit. Met een zucht, want het was weer eens zover.
Gisteren had ik voor het sporten mijn ring afgedaan (cadeautje van mijn vrouw). Ik had de ring in het kluisje gelegd, no. 44 direct om de hoek. Na lekker te hebben gesport vergat ik natuurlijk helemaal de ring. Dat kwam omdat ik de ring eigenlijk nooit afdoe en dit keer wel. Dus na het sporten de ring totaal vergeten.
Aanvankelijk merkte ik niets. Mijn vriend Hans kwam op bezoek en we gingen een rondje lopen in de stad, waarbij we de platenzaak Sounds aandeden. Het leuke is dat je daar nog tweedehands platen kan kopen en nog leuker; er staan ook twee pick-ups waarop je ze kan luisteren. Dus ik luisterde daar naar een dubbel lp Greatest Hits van Wilson Pickett. Geweldige plaat, alleen zaten me er teveel krassen in. Mijn vriend wilde twee nieuwe langspeelplaten van Iggy Pop en MC5 kopen. Alleen had hij zijn portemonnee vergeten. ‘Ik schiet het wel even voor’ zei ik en thuis zou hij me dan contant terugbetalen. Zo gezegd zo gedaan.
Toen we buiten liepen zei ik nog: ‘hee, ik dacht dat ik nog een zonnebril bij me had, heb ik die ergens laten liggen?’.
Erger was de schok toen ik er ’s avonds achter kwam dat ik mijn ring niet meer omhad.
Sukkel! Schreeuwde ik tegen mezelf. Hoe dom kan je zijn, op 1 dag je zonnebril en je ring vergeten, hoe krijg je het voor mekaar?
Ik besloot om niks tegen mijn vrouw te zeggen. Ik kon ze tenslotte nog terugvinden, alhoewel ik die kans niet groot achtte.
Hoe het dan gaat op zo een avond, je zit jezelf in stilte te vervloeken en gaat nog eens nauwkeurig na hoe en waar je je kwijtgeraakte objecten voor het laatst in je handen had.
Ik besloot om de volgende ochtend vroeg op te staan en meteen langs de sportschool te gaan. Zenuwachtig liep ik naar binnen, me geen illusies makend, hij zou wel weg zijn.
Ik zag het drama al voor me als ik het aan mijn vrouw moest vertellen. Een ring met diamanten, die haar heel veel geld gekost had, liet ik zomaar slingeren in de sportschool. Ik schaamde me dood voor zoveel sukkeligheid.
De opluchting was des te groter toen de ring er nog gewoon lag, op precies dezelfde plaats in het hoekje! Blijkbaar had niemand kluisje 44 gebruikt. Ik dankte de voorzienigheid, mijn beschermengel en Jezus onze lieve Heer, want op zulke momenten wil ik nog wel eens in het bovenaardse geloven.
De ring was natuurlijk het belangrijkste, maar vanmiddag ging ik toch even terug naar de platenwinkel Sounds. Wie schetst mijn verbazing, toen ik hem terugvond in de bak voor de plaat van Wilson Pickett. Niemand had in de tussentijd in de bak gekeken en hem ontdekt. Ik ben een geluksvogel.
Miroslav komt uit Bulgarije en werkt als schoonmaker in Haarlem, ’s ochtends van 6 tot 12 maakt hij drie cafés schoon in het centrum. Miros is zeer geliefd onder het personeel van de cafés, merkte ik toen ik met hem een zaterdagmiddag meeging om een biertje te drinken. Lachende gezichten. ‘Miros – alles goed?’ hoorde ik van vele kanten toen we de cafés binnenwandelden. Het leuke van Miros is dat het een zeer sociaal persoon is die, ondanks zijn gebrekkige Nederlands, heel makkelijk contact maakt met iedereen.
Zo vertelt hij een ieder die het maar horen wil over de ideale vakantielocatie: ‘Sunny Beach’ in Bulgarije, discotheken en luxe hotels uit het betaalbare segment. Inderdaad ziet het er heel gezellig uit op de foto’s die hij laat zien op zijn telefoon. ‘Sunny Beach’ blijkt heel populair onder Nederlandse middelbare school leerlingen, die nadat ze hun diploma hebben gehaald, graag een week gaan ‘zuipen’ in een zonnig, maar ook betaalbaar oord. Daarvoor is Sunny Beach de perfecte locatie. Google maar eens op ‘Sunny Beach’ Bulgary.
Miros is een vrolijke fluiter die wat maakt van z’n leven. Hij is net in Bulgarije op bezoek geweest en stuurde me foto’s van, wat ik later begreep, ‘truffels’ die je daar in de grond kan vinden. Daarnaast van barbecueën en een onduidelijke fles (zelfgestookte?) alcohol. Een vervallen huisje in de natuur op de achtergrond. Hij gaat nog een keer terug, zo vertelde hij, om het ‘dak te repareren’. ‘Natuurlijk, Miro, heel belangrijk; het dak’. Hij denkt de klus in een dag of 10 te kunnen klaren. Wel eerst twee dagen rijden, maar Miros heeft goede vrienden in Wenen, waar hij overnachten kan.
Miros heeft een aardige vrouw, Theodora, met wie hij overigens niet getrouwd is maar wel al langere tijd samenwoont. Zijn moeder woont ook bij hem in huis en de vader van Theodora. Ja, in Oost- Europa zorgt men nog voor hun oudjes!
Theodora mag van haar vader niet naar de discotheek, die Miros graag bezoekt op de vrijdag- en zaterdagavond. Daar blijft hij dan tot een uur of 12 of langer als het gezellig is. Dan staat hij de volgende dag weer om 5 uur op en werkt tot 12 uur, waarna hij een paar uurtjes gaat slapen.
Miros werkt hard en geniet van het leven. Vol trots liet hij mij zijn nieuwe auto zien; een knalrode Audi.

Hij had voor de gelegenheid ook knalrode kleding aangedaan, waardoor hij eruit zag als een soort Spidersuperman van de Red Devils. Gevoel voor stijl kan hem daarbij niet ontzegt worden.
Nee, die Miros die redt zich wel!
Mijn eerste Stonesconcert was in 1975, ik was toen 16 jaar. Dat was in het stadion van FC Den Haag. Ik was met Robbie Noorman, mijn toenmalige vriend en we gingen met de trein. We stonden vooraan urenlang te wachten en het dak ging er helemaal vanaf toen ze uiteindelijk opkwamen. De uitvoering van het nummer ‘Hot Stuff’ staat me nog goed bij met een Mick Jagger die door zijn knieën zakkend en zijn armen wijd uitelkaar, een dans uitvoerde die indruk maakte. Ook staat me nog bij dat hij eerst een emmer water over zichzelf heen gooide en later over het publiek, als een apostel liet ik me dopen door dominee Mick.
De terugweg was een chaos, natuurlijk mistten we de laatste trein vanuit Utrecht naar Amersfoort, waardoor we gedwongen werden een slaapplaats te zoeken in Utrecht, die vonden we uiteindelijk in een bouwkeet, die we deelden met een dakloze. ’S Ochtends namen we de eerste trein om een uur of 6.
IMG_4637
Mijn tweede Stonesconcert was in 1996, ik was toen 36 jaar. Dat was in Duitsland, op het fabrieksterrein van Volkswagen in Wolfsburg. Ik was met mijn toenmalige vriendin Liliana Mezina en we gingen met de trein. We stonden urenlang te wachten en tot overmaat van ramp begon het te regenen. Pijpestelen regende het toen de Stones opkwamen met de fantastische openingswoorden;
‘i’m gonna tell how it’s gonna be, you’re gonna give your lovin’ to me’ van het onweerstaanbare nummer ‘Not fade away’. Ik kende het sinds mijn twaalfde toen ik op mijn verjaardag de muziekcassette met het album ‘Big Hits High tide and green grass’ kreeg, waar ik met rooie oortjes naar lag te luisteren op mijn slaapkamertje. Daar sta je dan, 24 jaar later, het nummer uit volle borst mee te zingen in de stromende regen. Ook hier weer een geweldig concert.
De terugweg was wederom een chaos, de laatste trein was net voor onze neus weggereden en er kwam geen trein meer. Daar stonden we dan, met duizenden anderen, op het station van Wolfsburg. Er zat weinig anders op dan ter plekke op de grond te gaan zitten. ’s Ochtends namen we de eerste trein om een uur of 6.
Dat was de laatste keer dat ik de Stones gezien heb, dacht ik toen.
Inmiddels, Juli 2022, 26 jaar later, ik ben inmiddels 62, zag ik de Stones voor de derde keer. De prijs van een kaartje was inmiddels tot astronomische hoogte gestegen, maar mijn belangstelling evenzeer. Dit keer ging ik met mijn beste vriend Fred, die ik dit jaar ook alweer 50 jaar ken. OK, de show van 13 juni ging niet door, de show van 7 Juli werd het. Natuurlijk waren we al om 16 uur present bij de Arena, waarvan de deuren om 17 uur open zouden gaan. Tot onze verrassing kregen we een armbandje voor de ‘Golden Circle’ en stonden we op redelijke afstand van het podium. Natuurlijk een beetje afzien met dronken mensen die telkens voor probeerden te dringen, hier en daar wat duwen en stoten, maar uiteindelijk konden we het uitstekend zien toen de show begon. Wat voor een show, 2 uur lang ging het dak er helemaal af in de Arena. Heel fijn om mijn favoriete nummers te horen van hun beste platen; ‘Sticky Fingers’ met het geweldige ‘Can’t you hear me knockin’, van ‘Let it bleed’ zelfs vier nummers: ‘midnight rambler’, ‘gimmie shelter’ en ‘you can’t always get what you want’. Daarnaast ook nog het door Keith gezongen ‘You got the silver’. Ook het geweldige ‘Exile on Mainstreet’ album, volgens velen de beste Stonesplaat, kwam uitgebreid aan bod: ‘Happy’ gezongen door Keith, ‘Tumbling Dice’ en het country nummer ‘Sweet Virginia’.
Mick was in topvorm en bewees maar weer eens de beste frontman aller tijden te zijn. Keith en Ronnie oogden wat ouder. De kniebuigingen en karatetrappen van Keith bleven dit keer achterwege, maar om nou met de NRC recensie mee te gaan en te zeggen dat het voor Keith allemaal niet meer zo hoeft, dat vind ik te ver gaan. Zijn spel en bewegingen waren inderdaad minimaal, maar hij speelde perfect en was goed bij stem.
Na het concert ging ik rustig naar huis met mijn auto, die in de parkeergarage stond. Thuis dronk ik nog een biertje, nog even nagenieten. Dat doe ik nog steeds, Vrijdag heb ik alle recensies gelezen, die vrijwel allemaal lovend waren. Gisterenavond het ik bijna het hele concert op You Tube kunnen zien. Ja, het is 2022, maar we waren erbij!
Dit was mijn derde Stones concert en de beste, zondermeer. Alles klopte; het geluid en de show. De juiste nummers, kortom het was legendarisch, een onvergetelijke avond.