Zoals ik al een paar dagen terug schreef, kwamen er veel herinneringen boven nadat ik het eerste hoofdstuk van dit boek had gelezen. Het deel dat speelt in 1986, als de hoofdpersoon Philippe, de vader van de familie waar au-pair Eloise werkt, terwijl hij haar achtervolgd, schijnbaar dwangmatig, samen met haar slachtoffer wordt van een islamitische terreur aanslag op warenhuis Tati. Ze overleven de aanslag ternauwernood en zwaargewond, Eloise gaat terug naar Tübingen in Zuid Duitsland en Philippe naar zijn vrouw maar blijkt door de aanslag geestelijk zo beschadigt (cou-cou) dat hij nooit meer de oude wordt.

Het tweede deel ‘het verhaal van Marie’ gaat over de volgende au-pair in de familie Lambert en speelt in 1989, zij verblijft op hetzelfde kamertje 6 hoog en doet hetzelfde werk, nu in een kleiner appartement waar de familie naartoe is verhuist omdat Philippe zijn goedbetaalde baan bij Renault niet meer kon uitoefenen door zijn geestelijke toestand.
Het derde deel van het boek gaat over de twee jaar voorafgaand aan de au-pair tijd van Marie, toen ze op de foto-academie zat, waar ze geliefd foto object was van de wat oudere Flo. Twee jaar lang volgt hij haar en fotografeert hij haar om uiteindelijk een boek met foto’s van haar uit te brengen, die ze pas voor het eerst ziet op de feestelijke presentatie van het boek. Marie was zonder het te weten, middelpunt van de presentatie.
Ze voelt zich gebruikt en bedrinkt zichzelf die avond, kotst tenslotte voor haar huisdeur in de zak waarin het fotoboek zit, dat ze daarna in de vuilnisbak gooit. Ze stopt met de foto academie en gaat bij McDonalds werken totdat ze een advertentie leest van au pair in Parijs, waarop ze reageert en aangenomen wordt.
Het volgende hoofdstuk gaat over Marie en Philippe, de laatste gaat scheiden van zijn vrouw, want hij is totaal de weg kwijt sinds de herdenking van de aanslag in aanwezigheid van President Mitterand. Marie kan voorlopig nog blijven en op een avond komt ze drijfnat van de regen terug in haar kamertje op de 6e verdieping, waar Philippe haar tot haar schrik opwacht. Gelukkig heeft hij niets kwaads in de zin, maar hij wil haar waarschuwen voor Vrijdag de 13e. Marie luistert, maar neemt hem niet serieus.
Na de au pair periode gaat Marie terug naar Nederland, haalt een onderwijs akte Frans en werkt als docente Frans op een middelbare school in een dorpje bij Groningen.
Het laatste hoofdstuk begint als Marie in 2015 totaal onverwachts een uitnodiging krijgt voor een feestelijke presentatie in Parijs van de heruitgave van het fotoboek. Het is op 14 November en ze vertrekt op 13 November met de trein naar Parijs.
Die avond is er de verschrikkelijke islamitische terreuraanslag met de 90 doden in Bataclan tijdens het concert van Eagles of Death Metal. Daarnaast schieten de terroristen wild in het rond in het uitgaansgebied, er vallen bommen in cafés met veel doden en gewonden. Google maar even op ‘2015 Paris attacks’.
Marie overleeft, maar Flo, die in een van de cafés aanwezig is, verliest zijn gezichtsvermogen. Dit voor de man die van kijken – fotograferen zijn beroep heeft gemaakt.
Het is een boek dat je pakt, goed geschreven van deze Sascha Bronwasser. Wel een boek met een zwart randje; de verbazing, naïviteit en de schrik van de onwetende en het ongeloof dat de wetende ten beurt valt.
3x eerder zag ik de band van Spinvis eerder: Op de Parade in Amsterdam, in de Meervaart in Amsterdam Osdorp en in Het Paard van Troje in Den Haag.

De band is gegroeid, de versies van de liedjes zijn beter geworden en het klinkt, zoals ik inmiddels gewend ben van Spinvis, opvallend zuiver.
Een gemêleerd publiek van alle leeftijden, gisteren in Caprera Bloemendaal. Prachtige locatie, dit openluchttheater in de duinen. Op 10 Mei was ik hier ook al bij Ellen ten Damme. Was prima, maar het duurde erg lang, zo’n twee en een half uur. En dan zit je er al een uur van tevoren om een goede plaats te hebben. Kortom het was mooi, met als absolute hoogtepunten haar Adele en Shirley Bassey songs en haar persiflage op Blondie en Kiss, maar had een half uurtje korter gekund. Om het maar even kort en krachtig te zeggen: ‘je krijgt er een houten reet van’ wat de stoelen zijn hard en niet comfortabel, het strekt tot de aanbeveling, zoals de geroutineerde Caprera bezoeker dat inmiddels ook doet, om een kussentje mee te nemen.
Al duurde het wel even voordat het begon, zo rond half negen. Weer zaten we vanaf zeven uur te wachten, dus we waren blij dat ze eindelijk begonnen. We werden zeker niet teleurgesteld, elk nummer was verrassend goed, anders en soms beter dan op de plaat eigenlijk. Geweldig de twee dames van de band, de celliste en violiste met prachtige stemmen. Vocaal stak het vooral goed in elkaar en klonk het erg mooi en zuiver.
Mooi nieuw arrangement, goed opbouw en prachtige samenzang van mijn (en van velen) het beste Spinvis nummer ‘Kom terug’ van de onvergetelijke plaat ‘Tot ziens, Justine Keller’.


Ik zag het refrein op nogal wat t-shirts voorbijkomen en vanzelfsprekend werd het uit volle borst meegezongen;
Reis ver
drink wijn
denk na
lach hard
duik diep,
kom terug.
We komen graag terug bij concerten van Spinvis! Wat een klasse, wat een souplesse, on-nederlands goed, beste nederlandstalige act van dit moment.

‘Bien que les attentats a la bombe ne sont plus a l’ordre du jour, ils sont loins d’etre rares’. Mijn docent Frans was onder de indruk van deze vertaling van de nederlandse zin;
Hoewel de bomaanslagen niet meer vrijwel dagelijks voorkomen, zijn ze nog helemaal niet verdwenen.
Mijn Franse vriendin had me geholpen met vertalen. Ze hielp me met mijn Frans, gelukkig maar, want zonder haar had ik nooit mijn propedeuse Franse Taal & Letterkunde gehaald aan de VU in Amsterdam.
Het was bij een studentenuitwisseling dat ik haar had leren kennen; Anne Champonnois uit Palaiseau. Er was een uitwisseling van tien dagen tussen studenten Nederlands van het Sorbonne in Parijs met studenten Frans van het VU in Amsterdam.
Het moet 1987 geweest zijn dat ik op de trein die haar terug zou brengen stapte;
‘ik ga met je mee naar Parijs!’ zei ik tegen haar, want ik was helemaal hotel de botel verliefd op haar. ‘Coup de foudre’ heet dat in het Frans.
Stomverbaasd maar blij en zeer vereerd keek ze me aan. ‘ik droom’ zei ze maar het was echt.
Mijn herinneringen aan mijn tijd in Parijs komen helemaal terug sinds ik het boek ‘luister’ van Sascha Bronwasser lees, dat gaat over au pairs in het Parijs van 1996 en 98.
Het eerste verhaal gaat over een Duitse au pair, Eloise uit Tübingen. Mooi stadje vlakbij Stuttgart, ik ben er meermaals geweest. Gezellig centrum met een leuke markt, leuke winkelstraten met cafés en terrassen. Ook heb ik een zus met die naam evenals mijn moeder, roepnaam Els.
Helaas loopt het niet goed af met Eloise, ze is een van de slachtoffers bij de bomaanslag op warenhuis Tati. Ze overleeft het wel maar op het nippertje.
‘Quelle horreur!’ zou Anne gezegd hebben. Wat een verschrikking inderdaad.
Alle herinneringen komen weer terug als je in dat sfeertje zit van Parijs eind jaren tachtig, toen ik er ook regelmatig kwam. Dat wil zeggen ik bezocht haar elke twee maanden vijf dagen in het appartementje boven op een berg in Palaiseau, dat zo’n 15 km ten zuiden van Parijs ligt. Met de RER was het een klein half uurtje naar het centrum van Parijs. Daar woonde ze met haar moeder, die werkte bij EDF (Électricité de France) en bijna met pensioen zou gaan. Ze was klein en rond, dat wil zeggen haar hoofdje was mooi rond met krullen, bruine krullen. Als ze lachte was ze wonderbaarlijk mooi.
Vier jaar lang was het aan, ik moet zeker meer dan 30 keer op en neer gereisd zijn om me in haar armen te kunnen sluiten. Dankzij haar heb ik de Franse cultuur pas echt leren kennen. Dat begon al bij het bezoek aan Parijs, waar ik dingen te zien kreeg die men gewoonlijk niet te zien krijgt als toerist, zoals bijvoorbeeld het stadsdeel ‘Le Marais’,
Palais des Versailles, Musee d’Orsay, Centre Pompidou, Le Louvre en al die andere bezienswaardigheden, natuurlijk bezochten we die ook. Wandelen in Jardin Luxembourg, kijken in Galerie Lafayettes en eten in de beste kleine restaurantjes in straatjes achteraf.
Feesten, geweldige feesten; Coup de baton, dus je ging met een meisje dansen en als iemand met de stok drie keer op de grond stampte, moest je wisselen van danspartner. Feesten, dat kunnen ze goed die Fransen, verschillende oudejaarsfeesten meegemaakt dat alles klopte; mooie meiden, champagne rosé, muziek, gezelligheid. Onvergetelijke feesten meegemaakt. De paar slechte feesten vergeet je dan maar.
Prachtige stad, maar wat een drukte, wat een gekkenhuis, al die clochards, daklozen in de metro en als we een dagje op stap waren geweest en ik met een papieren zakdoekje aan mijn vinger in mijn neusgat stak, kwam hij er zwart uit.
Eten, wat heb ik goed gegeten daar. Vooral in het weekend, het begon al met verse baguette en een kom café au lait. Dan naar de markt, waar de boodschappentassen al snel gevuld werden bij de ene na de andere marktkraam; verse vis, worst, kaas, groente en tal van andere lekkernijen.
Dan begon je op Zondagmiddag om half 1 met het diner, vreemd genoeg stond de tv altijd aan, want de dames Champonnois keken samen naar Jacques Martin, een gezellige dikkerd met een showprogramma vol artiesten. De vader des huizes was trouwens aan bed gekluisterd, nogal een dramatisch verhaal waarin alcohol een vervelende rol speelde. Beter om hier verder niet op in te gaan om het leuk te houden.
Middenpunt en lieveling van de familie was de hond Di-Dick waarmee we gingen wandelen tussen het hoofdgerecht en het dessert. Daar was ik heel blij mee want het was een hele zit dat middageten, van 13 tot 15, soms 16 uur bracht je vrijwel onafgebroken door aan de eettafel. Als je terugkwam was er de kaasplank met rode wijn, de taart met champagne en dan koffie met een digestief. Dan had je dus al drie gangen en het hoofdgerecht achter de rug. Eten, dat kunnen ze goed, die Fransen. Al duurde het me soms te land, maar allemachtig, wat heb ik heerlijk gegeten daar.
Paasvakantie naar Dreux, waar het gezin een buitenhuisje had. In de Meivakantie naar Deauville in Normandië en in de zomervakantie Cap d’Agde aan de Cote d’Azur samen met de hond, mama en Oma. In de kerstvakantie met een groep jongeren skiën in de Franse Alpen.
Volop cultuur: bioscoop (Manon des Sources Jean de la Florette met Yves Montand en Gerard Depardieu, concert (Francis Lalanne) en theater (Jean Paul Belmonde – Caen).
De treinreis duurde 6 – 8 uur uur en dan las ik meestal een boek helemaal uit. Soms ’s avonds, dan vertrok de trein in Amsterdam om 10 uur en kwam in om 6 uur ’s ochtend op het Gare du Nord aan. Prachtig was Parijs altijd ’s ochtends zo vroeg als de zon opkwam.
Giethoorn stond al jaren in de planning maar het kwam er nooit van, tot gisteren. Waarom hebben we dat niet eerder gedaan? Zelf heb ik Giethoorn 2 keer eerder bezocht, een jaar of 30 geleden inmiddels en nog een keer eerder. Mooi is het zeker, maar op zo’n warme dag als gisteren natuurlijk erg druk. Na een tussenstop in Batavia stad om wat te shoppen, kwamen we om een uur of twee bij het botenverhuurbedrijfje aan waarop ik gegoogeld had. Je kon natuurlijk nog in tientallen anderen verhuurders gaan, maar wachten moest je zeker met die drukte. Het is dan ook aan te bevelen om in het zomerseizoen een bootje online te reserveren. Maar goed, na een uurtje wachten mochten we voor 2 uurtjes in een ‘fluisterboot’ voor 60 Euro, wat eigenlijk nog wel meevalt, aangezien je voor een uurtje varen in Haarlem 50 Euro moet neerleggen.
Goed, op pad dus. Prima tijd, van half 4 tot half 6, want de zon is dan niet zo heel fel meer, maar toch lekker warm. Ideaal ook voor mooie foto’s. We mochten een QR-code scannen en een app downloaden, maar daar werden we niet veel wijzer van. Sterker nog, nadat we de verschillende routes hadden bekeken zochten we tevergeefs naar de wegbewijzering en moesten we 2 keer om de weg naar het centrum van Giethoorn vragen. Gelukkig was het heerlijk op het water met het zonnetje en een zacht briesje.





Erg fijn ook dat we genoeg zonnecrème en koud drinken mee hadden, zo was het heerlijk toeven. In het centrum van Giethoorn, wat was het klein eigenlijk, een lang stuk met tientallen bruggetjes waar je onderdoor moest, soms met bukkend hoofd.
Natuurlijk was het file met het grote aantal bootjes, dus moest je heel langzaam varen en nogal eens even stoppen. Maar, dat moet gezegd worden, de sfeer was tof, iedereen was vrolijk en uitgelaten op de boten, sommigen al flink aangeschoten maar niet zoveel dat ze vervelend werden.
De grote hoeveelheden hortensia’s voor de huizen waren een lust voor het oog en de gazonnetjes waren netjes gemaaid. Nee, dat heeft ondanks het massa toerisme, toch wel zijn charme. Trouwens geen Chinezen gezien op een enkeling na. Wel een Thaise vrouw met een Nederlandse man (net als wij) maar die maakten ruzie met elkaar zei mijn vrouw. Wel hebben we tijdens het wachten gezellig gepraat met een mevrouw die uit Alkmaar kwam, met haar dochter en een vriendin. Ik zag wel dat ze Aziatisch was en ze kon naar mijn idee ook een Thaise zijn, maar mijn vrouw zei dat ze Filipijnse was.
‘Ik ben lekker op stap met mijn vriendin, mijn man wil alleen maar thuis blijven’ zei ze lachend. Ze waren via de Afsluitdijk gekomen. ‘Goed gedaan, zo zie je nog eens wat van Nederland’ zei ik, waarbij mijn vrouw instemmend knikte. Dat vond zij nou ook, altijd maar thuis zitten is zo saai.
Op de terugweg hebben we in het rustige nabijgelegen dorpje Vollenhove bij de plaatselijke Chinees heerlijk buiten op het terras gegeten.
Lachen, gieren, brullen deze twee heren. Genoeg tegenstellingen maar ook genoeg dingen waarover ze het roerend eens zijn, deze Rob Hoogland en Arthur van Amerongen.´Progressief is het nieuwe conservatief en Islam en Woke zijn extreem rechts´ citeer ik uit een van de verhalen.

Verloren gegane momenten van geluk, zoals de eerste kampeernacht van beide heren, een drama. De bespreking van de actualiteiten, bekende Nederlanders en tendensen) woke, palestijnse betogingen en de overwinning van de PVV als reactie daarop.
Hoogland, al 40 jaar columnist van de Telegraaf, de wat oudere verstandigere man, gek op een borrel op zijn tijd en veel nostalgie, zowel wat betreft de media als de muziek; Gladys Knight & the Pips – ‘The way we Were’ is inderdaad een prachtig nummer.
Beide heren zijn bewonderaars van de journalistes Marieke Tweekerke en Mischa Blok en gaan daar makkelijk mee om in hun fantasieën.
‘Iedereen die ouder wordt gaat daar qua uiterlijk meestal niet op vooruit’ aldus Hoogland, uitzondering daarop is Michelle Pfeiffer, inmiddels 65 jaar. Als je haar gaat googelen valt inderdaad op hoe goed ze er nog uitziet.
Van Amerongen, de man die in Portugal woont en alles deed wat niet goed was; drugs, drank in grote hoeveelheden en iemand die bepaald geen blad voor zijn mond neemt.
Op een gegeven moment zijn beiden helemaal gestopt met de alcohol en op streng dieet. Uitgebreide omschrijvingen zijn te lezen over deze radicale wijziging.
Van alles en nog wat komt aan bod; de teloorgang van de NPO, de reactie op de Patseraanpak van burgemeester Aboutaleb van Rotterdam, die dure auto’s staande liet houden met het verzoek aan te tonen dat die wagen hun eigendom is; Femke Halsema; ‘Deze vorm van proactief controleren wordt in Amsterdam niet uitgevoerd vanwege de schijn van etnisch profileren’. Hoogland: ‘ik hoorde die hese, bekakte stem er jammer genoeg meteen bij en dacht: kennelijk dicht mevrouw Halsema patsers zelf automatisch een niet-witte huidskleur toe’.
Van Amerongen: ‘Amsterdam-West geniet een aparte status bij burgemeester Halsema, heer Hoogland’.
Satire, ironie en humor, die zijn zeer aanwezig in ‘het grote foute jongensboek Deel 3’.
Het wordt nooit saai, iedereen en alles wordt op de hak genomen, om en om reageren de heren op elkaars verhalen. Hilarisch, dit boek
Lale Gül heeft een tweede boek geschreven. Het eerste sloeg in als een bom natuurlijk. Schockerend, provocatief, uitdagend. Ook wel recht voor zijn raap, maar om zo´n boek te schrijven heb je vooral veel lef nodig.
Een greep uit de massa haatvolle reacties die het boek heeft uitgelokt kan je op de omslag van haar nieuwe boek lezen, een en al doodsbedreigingen. Het boek heeft veel woede en haat opgeroepen. Lale heeft haar vrijheid, maar moest haar privéleven en familieband daarvoor opgeven.

Wel heeft ze ook veel losgemaakt, vooral bij vrouwen die hetzelfde gevoel hebben als zij.
Het vervolg op het eerste boek gaat vooral over de gevolgen van dat boek en ook wat het met haar gedaan heeft en hoe ze nu verder leeft. Dat het niet makkelijk was voor haar blijkt al snel uit de beschrijving dat ze de eerste talkshow op televisie bezoekt, daarna moet ze al snel haar ouderlijk huis ontvluchten en onderduiken.
Ze verteld over haar gesprekken met de psycholoog, die haar uit haar blokkade moet halen, want ze is behoorlijk door de war van alle commotie rondom het verschijnen van haar boek. Eenzaam, gefrustreerd, zoekt ze haar weg. De vrijheid blijkt niet zo makkelijk, ze moet moeilijke keuzes maken.
Pijnlijk is het als ze nog een keer, na aandringen van haar zusje, het ouderlijk huis bezoekt. Haar vader blijkt nog een verzoening niet in de weg te willen staan, maar haar moeder blijft nog steeds woedend en diep beledigd. Teleurgesteld verlaat ze het ouderlijk huis weer. Ik had toch wel een beetje medelijden met haar moeder, dat arme mensje wist niet beter dan dat ze altijd het beste met haar dochter voorhad. Ze bedoelde het goed, waarom moest het uitgerekend haar dochter zijn die dat boek schreef?
Verder gaat Lale op zoek naar de vriend van haar leven, nadat ze een aantal korte affaires heeft gehad. Ze vindt die met een jongen met Spaanse roots. Interessant zijn haar gesprekken met hem, hij vindt namelijk rust in het Katholieke geloof. Ze gaat ook op vakantie bij haar schoonmoeder die een bed en breakfast in Spanje is begonnen.
Het hoofdstuk ‘Swingers’ had ze van mij weg mogen laten, je krijgt de indruk dat er zo nodig ook wat erotiek in het boek moest, net als het eerste boek dat had. Dat was niet nodig, want het boek zonder dit ook al de moeite waard.
Je gaat je na het lezen van dit boek alleen wel afvragen ‘what’s next?’ want ze heeft nu wel ‘de ideologische veren afgeschud’ zoals wijlen minister president Kok dat zo mooi wist te zeggen. Dat is nu wel duidelijk geworden met haar tweede boek, dat gaat over de verwerking van haar eerste boek. Met haar derde boek zal ze dus met iets nieuws moeten komen.
Klompenpad Scherpenzeel.
Op klompenpaden.nl vindt u de mooiste wandelroutes over boerenland in de provincies Utrecht en Gelderland. Geniet tijdens uw wandeling van de rust, kleinschaligheid en de combinatie van cultuur en natuur. Alle wandelingen kunt u zowel vinden op de overzichtskaart, op naam of op lengte. Ieder Klompenpad heeft een eigen pagina met een fotoreeks die een indruk geeft van het landschap waar u doorheen wandelt. Daarnaast staat er een kaartje met de route die u eenvoudig kunt uitprinten.

Daarnaast kunt u de klompenpaden app downloaden, die wandelt met u mee en wijst u op interessante wetenswaardigheden tijdens uw klompenpad wandeling.
Deze informatie las ik en gisteren voegde ik de daad bij het woord door om te beginnen maar eens het klompenpad van Scherpenzeel,
het ´Broekerpad´, te gaan wandelen met mijn vrouw.
Een voor de hand liggende activiteit, daar ik zelf een groot deel van mijn jeugdjaren in dit dorpje in de Gelderse Vallei heb gewoond. Allereerst liggen mijn ouders daar nog begraven op Lambalgen, dus een bezoekje aan deze begraafplaats stond eerst op het programma. Bovendien konden we even op bezoek bij mijn broer en zijn vrouw, die net hun drie kleinkinderen op bezoek hadden. Zie je die ook weer eens een keer, want het moet gezegd worden, mijn vrouw belt drie keer per week met haar familie in Thailand, ik bijna nooit en ook zie ik de meeste familie weinig, behalve op verjaardagen en met de Kerstdagen.
Twee vliegen in een klap dus, drie eigenlijk, want een stukje jeugdsentiment kwam tijdens de wandeling ook nog eens om de hoek kijken.
Vertrekpunt was het Pleintje midden in het dorp bij de grote kerk, die stamt uit 1347 las ik in de app , vroeger zat daar het een bakker Postkantoor, een modezaak, het politiebureau en de Rabobank, maar tegenwoordig zijn deze verdwenen, op de bakker na. Een groot filiaal van het Kruidvat, een evangelische boekhandel, daar moet het Pleintje het tegenwoordig mee doen.
Het eerste wat ons opviel was de rust en de stilte. Sinds het dorp in de jaren 90 omringd werd door een ringweg en het verkeer in het centrum nog maar 30 km rijdt is het een oase van rust op de Dorpstraat.
Goed, we lopen vanaf het pleintje richting het Kasteel, een mooi wit kasteel omringd door een vijver met aan de voorkant ook een lange vijver met een grasveld eromheen.


Dit kasteel, dat tegenwoordig verhuurd wordt voor prive feesten, bruiloften of zakelijke evenementen, deed hiervoor dienst als gemeentehuis en werd in 1980, na een grondige renovatie geopend door Prinses Beatrix, die in een koets plaatsnam om door de Dorpstraat naar het nieuwe gemeentehuis te rijden.
Het moet in 1970 / 72 geweest zijn dat ik hier naar klas vijf en zes van de lagere school ging. Ik weet nog dat we in de winter in de gracht rondom het kasteel konden schaatsen, ook herinner ik me de bomen rond het kasteel, waar we in de pauze tikkertje deden.
Ik weet nog dat meester van de Hoeff ons overhaalde om volleybal te gaan spelen en ook dat we dat nog een keer gespeeld hebben in de toenmalige ´eierhal´, zoals de hal bij het marktplein heette, die later afgebroken werd.
Hoe heetten mijn vriendjes toen ook alweer? Ernest Vahle, die woonde op de Koepellaan,
René van Ekelenburg, die woonde op de Glashorst en Wimpie van de kapper, het zoontje van kapper van Middendorp. Met hem ging ik eens bramen plukken, een hele emmer vol en toen we terug naar huis fietsten zat hij bij mij achterop. Toen we thuiskwamen had hij alle bramen opgegeten.
Op mijn verjaardag kreeg ik van mijn drie vriendjes het singletje ‘El Condor Pasa’ van Simon & Garfunkel dat toen maandenlang op de eerste plaats van de top 40 stond. Singletjes kostten destijds 4 gulden en 50 cent, dus ze hadden anderhalve gulden per persoon betaald, een heel bedrag in die tijd voor een jongen van 11.

Het was in de tijd dat we elke week nog een Top 40 gingen halen bij muziekhandel Buddingh en plaatjes gingen luisteren, nadat we er drie hadden geluisterd, die door meneer Buddingh werden opgezet, kregen we meestal te horen: ‘en….heb je al een keuze kunnen maken?’.
Ik was dolblij met dit cadeau, alhoewel ik nog geen pick-up had, maar ik kon het op de koffergrammofoon van mijn moeder, die vaak platen draaide van James Last en Corry Brokken, afspelen. Ze vond het eigenlijk ook best we een mooi, rustig liedje
Grappig, die muziek van mijn moeder. Bij Corry Brokken kwam dat omdat ze bij haar op kostschool had gezeten. James Last kwam later, evenals Nana Mouskouri, Demis Roussos en Julio Iglesias. Nog later had ze de live cd van Neil Diamond, die ze vaak op had staan tijdens het koffiedrinken op Zondagmiddag om 12 uur. Een paar jaar terug hoorde in op de radio het nummer ‘Love on the rocks’ van hem en ik vond het ineens weer een prachtig nummer. Nu staat het in een van mijn Spotify playlijsten. Maar goed, ik dwaal af…
Bij de vriendjes uit die tijd hoorde ook nog Peter Spijker, zoon van de politieman en Floor, een jongen die niks mocht van zijn ouders, die waren een stuk braver. Ik zie ze allemaal terug op de klassenfoto uit die tijd die ik nog heb. Je kan me zien zitten vooraan op de grond, tussen Ernest en René.

Tevens Marianne van de dierenarts, de stoot van de klas, die al best wat ‘hout voor de deur’ had, zoals we dat toen noemden. Ali van Oostrum? En dat andere meisje, hoe heette ze ook alweer?
Met René en Ernest hadden we trouwens de ‘Ralstones’ opgericht, naar de Ralstone verffabriek waar de vader van Ernest werkte. Hij kon voor felle kleuren verf zorgen waarmee we onze fietsen konden verfen. We deden er trouwens ook een hoog stuur op om zo de blits te maken en gingen crossen in de bossen met onze fiets. Later bouwden we ook hutten in het bos.
Grapppig om in te zitten, vonden we, een kuil met wat planken die we van het bouwbedrijf van mijn vader mee hadden genomen op een trekkar, meer was het niet. Deden we gewoon. Later maakten we ook een vlot van planken en lege vaten om op het Valleikanaal te varen.
Met René fietste ik in de zomervakantie naar Hattem, waar we logeerden bij mevrouw van de Zon, die bij mijn vader op kantoor gewerkt had. We bleven daar een weekje omdat mijn moeder beviel van mijn zusje Simone. Was best een eind fietsen, maar vonden we leuk toen.
OK, tot zover het kasteel waar ik op school heb gezeten. Alles komt weer terug. Maar nu weer even terug naar de Klompenpad wandeling waar ik met mijn thaise echtgenote mee bezig was. Het is inmiddels 53 jaar later.



Het was heerlijk weer voor een wandeling, niet te heet en af en toe zon. Wat vooral mooi was; het vele groen om ons heen, het ver weg kunnen kijken en de stilte.
Op de app de nodige achtergrondinformatie over het landschap waar we doorheen liepen, we stopten even bij een boerderij om een bananenmilkshake van verse koeienmelk te drinken, heerlijk!

Verder tal van herinneringen aan lang vervlogen tijden, zowel historisch als persoonlijk. Zo kwamen we bij de bunkers langs het Valleikanaal, als verdedigingslinie deel uitmakend van de Grebbelinie, al in 1874 gebouwd en in de 20e eeuw onder de naam Valleistelling deel uitmakend van de Nederlandse hoofdverdediging. 40 km lang lig nu langs het Vallei en Eemskanaal een stuk militaire geschiedenis.
Ik hield me voor dat ik alles erover ga lezen en de plaatsen bezoeken en een rondleiding doen. Er is zelfs een fietstocht langs de Grebbelinie.
Frank Nellen heeft een goed boek geschreven. De onzichtbaren verteld over de teloorgang van het communisme in de Oekraïne. Heel herkenbaar voor mij, aangezien ik na de val van de muur een aantal jaren in de voormalige DDR heb vertoeft. Om precies te zijn in Dessau, Sachsen Anhalt.
De grote desillusie, de enorme mislukking van het catastrofale experiment van het socialisme dat vele miljoenen slachtoffers heeft gekost wordt hier langzaam zichtbaar gemaakt aan de hand van een paar gewone mensen, waar je anders nooit iets van hoort: ‘de onzichtbaren’.
De beschrijvingen van het dorpje waar nooit iets gebeurt, waar verveling en verval hoogtij vieren raakten bij mij een gevoelige snaar. Dan komt er een nieuwe jongen op school, Pavel, met de mooie verhalen en zijn mooie pak aan die het allemaal wel weet en de andere jongens die hem eerst verafschuwen maar later bewonderen. Natuurlijk heeft die een glansrijke carrière voor de boeg in het reel bestaand socialisme uit die tijd, we hebben het over de jaren ’70-80 van vorige eeuw.

Prachtig is de beschrijving van de burolampenfabriek, waar de hoofdpersoon werkt en als er bezoek komt van een commissaris van de communistische partij. Wekenlang wordt alles opgeknapt om het nog iets te laten blijken. De commissaris houdt zijn speech en eert met mooie woorden de directeur, die er de kantjes vanaf loopt en vrijwel nooit op zijn werk is. Igor, degene die altijd het meeste en zwaarste werk verricht, krijgt een speldje ‘held van het socialisme’. Zodra de commissaris weg is zetten de mannen het op een zuipen voor de rest van de dag en gaan ze straalbezopen naar huis.
Het is dezelfde Pavel die al in een vroeg stadium het bedrog en de corruptie van het socialisme aan de kaak stelt en in de bibliotheek van Kiev voor een massa studenten de beeltenis van Lenin van het balkon gooit.
Woedend is hij, die zo gelooft had in het goede van het socialisme voor de gewone man, nu blijkt dat juist die gewone man altijd de klos was tijdens de socialistische overheersing.
Het eindigt met de catastrofe van Tjernobyl, waar hij en de goedige Igor, zijn hardwerkende vriend die zich net als hij vrijwillig bij het leger gemeld heeft, nu de dieren rondom de kerncentrale moeten afschieten, geholpen door wodka, zogenaamd om de infectie te voorkomen. Halfbezopen lopen ze rond in het apocalyptische landschap.
Pavel heeft al zijn documenten en geschriften verzameld om het oude legerterrein waar hij uitzendingen doet via een radiozender en de oude verhalen verteld die hem opgestuurd zijn door vele gewone mensen. De verhalen die verteld moeten worden.
Ilja Leonard Pfeiffer heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt met dit boek. Tsjonge wat een kluif was dat, ik was er wel een paar maanden mee bezig om met tussenpozen, de 772 bladzijdes helemaal te lezen.
Om te beginnen; het was een mooi boek, goed geschreven, interessant, grappig en spannend. Allereerst het karakter Alkibiades; het eerste woord wat bij me opkomt is bravoure. Ook was hij ijdel, leergierig en slim.
Alhoewel hij ook de nodige fouten heeft gemaakt was het een boeiend personage. Geweldig de beschrijvingen van de vele oorlogen, intriges en verrassingen.

Wel moet ik eerlijk bekennen dat het me na een paarhonderd bladzijdes af en toe wel begon te duizelen en ik de draad en het nut van de opeenvolgende oorlogen al kwijt was.
Dat ik toch gefascineerd bleef doorlezen, had vooral te maken met de schrijfstijl van Pfeiffer, die op zijn minst onderhoudend is te noemen. Mooie zinnen, reflecties, plotwendingen en intriges. Ik heb er vele uren aan gewijd. Was ook weer eens een goede voortzetting van de Griekse mythologie, waar ik me een paar jaar terug in heb verdiept met het boek ‘Mythos’ van Stephan Fry.
Het mooie is dat ook in dit boek weer eens duidelijk wordt dat de Grieken aan de wieg van de beschaving stonden met het democratisch stelsel, dat tot vandaag de dag in de westerse wereld dienst doet. De randen en grenzen ervan, met de opkomst van het populisme en de dictatuur die op de loer ligt, blijken vandaag de dag nog net zo actueel.
Het trieste einde van zijn leven, beschreven door zijn vrouw Timandra en zijn vriendschap met de filosoof Sokrates, maar vooral de onverschrokkenheid en de bravoure van de hoofdpersoon maken dit boek onvergetelijk.
De namen en notenlijst van 142 bladzijdes, alsmede de 772 bladzijdes tekst roepen anderzijds wel de vraag op of het misschien wat korter had gekund. Daar valt tegen in te brengen dat we het hier wel hebben over een historische figuur die een geweldige impact heeft gehad.
Talking Heads – Heaven
Everyone is trying to get to the bar.
The name of the bar, the bar is called Heaven.
The band in Heaven plays my favorite song.
They play it once again, they play it all night long.
Heaven is a place where nothing ever happens.
Heaven is a place where nothing ever happens.
There is a party, everyone is there.
Everyone will leave at exactly the same time.
Its hard to imagine that nothing at all
could be so exciting, and so much fun.
Heaven is a place where nothing ever happens.
Heaven is a place where nothing ever happens.
When this kiss is over it will start again.
It will not be any different, it will be exactly
the same.
It’s hard to imagine that nothing at all
could be so exciting, could be so much fun.
Heaven is a place where nothing every happens.
Heaven is a place where nothing every happens.
Prachtig, ik was altijd al een fan van Talking Heads, dit nummer
is wel heel bijzonder, muzikaal en vooral tekstueel.
Onlangs nog gecoverd door The National, maar
het origineel blijft toch beter.
Moeilijke filosofische gedachten op een simpele manier beschrijven,
dat is een kunst.
De tekst lijkt te gaan over de hemel maar gaat juist
over ons leven hier op aarde.
Eerst wordt het vergeleken met een bar, de bar ‘Heaven’.
De band in de bar speelt mijn favoriete song, nog een keer en nog een keer,
de hele nacht lang.
Dat is wat je doet in het leven, dingen die je leuk vindt doe je nog een keer
en nog een keer, ‘de hele nacht lang’. Kan oneindig doorgaan dus.
Er gebeurt niet veel in het leven, de meeste tijd. Vaak is het saai;
‘Heaven is a place were nothing ever happens’.
Er is een feest (het leven) en iedereen is op het feest en iedereen gaat op hetzelfde
moment weg want als je doodgaat is er niemand meer.
Het is moeilijk voor te stellen dat niets zo opwindend kan zijn en zoveel
plezier kan geven. Ja, dit is het, meer is er niet, dit is het meest
opwindende en mooiste wat er is; het leven.
Als deze kus (het leven) voorbij is, zal het opnieuw beginnen (nieuwe levens),
het zal niet anders zijn maar in principe precies hetzelfde.
Het is moeilijk voor te stellen dat niets zo opwindend kan zijn en zoveel
plezier kan geven. Ja, dit is het, meer is er niet, dit is het meest
opwindende en mooiste wat er is; het leven.
Geniet van het leven, het duurt maar even.
Simpele voorstelling van zaken, kort samengevat en principieel juist.