Nederlands leraar

Spannende tijd was het toch, Sinterklaastijd. Half november begon het al, dan kwam hij aan op televisie. Met de hoofdpiet gespeeld door Piet Römer, die vol met grapjes zat. Maar Sinterklaas kwam ook in ons dorp. Op een wit paard, een stel zwarte Pieten om hem heen, die de kinderhandjes met pepernoten en schuimpjes vulden. De kindertjes stonden al een uur te wachten, velen hadden een tekening in hun hand om aan Sinterklaas te geven.
De zwarte pieten deden grappige dingen; ze sprongen in het rond en huppelden op en neer. Een soort clowns die alles en iedereen voor de gek hielden. Als kind keek ik ernaar met verbazing en ontzag; die Pieten, die durfden wel veel.

Bij ons thuis werd dubbel Sinterklaas gevierd; één keer voor het bedrijf en één keer privé.
Privé herinner ik me nog goed de spanning als je ’s ochtends in je schoen mocht kijken, om te zien of Zwarte Piet er wat in gedaan had. De zak met cadeautjes die langzaam voller werd in de weken voor 5 December.
De voorbereiding van de Surprises met gedicht. Het gedicht waarin je alles kon zeggen over je broer, zus, vader of moeder, zonder dat hij of zij wist wie het geschreven had. Ik schreef trouwens gedichten van een paar A viertjes, dus niet van dat benauwde. Datzelfde gold voor de surprises, waar soms wekenlang aan gewerkt werd. Het zorgde voor veel hilariteit en schaterlachen op Sinterklaasavond bij ons thuis.
Op 5 December aten we ’s avonds altijd Boerenkool met worst, spek, zilveruitjes, augurkjes, piccalilly, mosterd. Dus het hele pakket. Biertje erbij. Gezellig.

Later op de avond werd na een paar surprises een pauze ingelast voor warm gevulde speculaas en Glühwein. Natuurlijk stonden de schaaltjes met pepernoten al klaar. Een chocoladeletter zat steevast in het pakket. Sinterklaasliedjes werden, toen we nog klein waren, natuurlijk hardop gezongen. Daarna zette mijn moeder de plaat met Sinterklaasliedje op van de Damrakkertjes.
Bij het Sinterklaasfeest van mijn vaders bedrijf heb ik een aantal keren voor Zwarte Piet gespeeld, dat vond ik eigenlijk erg leuk, want je kon zo gek doen als je wilde. Er waren twee varianten; we gingen bij het personeel op bezoek of het personeel kwam op het bedrijf. Mijn taak als Zwarte Piet was het vasthouden van de staf en het boek van Sinterklaas, de kinderen snoepgoed geven en hardop meezingen met de sinterklaasliedjes. Het begon natuurlijk altijd steevast met ‘Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht, want we zitten allemaal even recht’. Dan ‘Zie ginds komt de stoomboot’, Sinterklaas Kapoentje en al die andere liedjes. Kinderen zongen soms ook een liedje voor Sinterklaas. Dat deden sommige kindertjes vol overgave, anderen waren ineens heel verlegen als ze bij de Sint moesten komen. Dan bleven ze op veilige afstand staan en kwam er geen woord uit. Dan was het mijn taak om ze op weg te helpen met zingen, soms hielp het maar soms bleven stil en dan gaf ik ze wat snoepgoed en kregen ze hun cadeautje toch wel.

Bij het bezoeken van het personeel ging het anders. Daar werd Sinterklaas menig borreltje aangeboden, naarmate het aantal bezoekjes verstreek vertoonde Sinterklaas een steeds vreemder gedrag. Ook nam hij het niet zo nauw meer met de teksten uit het grote boek en verzon hij ter plekke allerlei verhaaltjes die hem te binnen schoten, hetgeen voor veel verbazing onder de ouders zorgde.

Het Zwarte Piet outfit zag er mooi uit; fel paars met roze, een zwarte krullenpruik, gouden oorringen en rode lippen. De broek was een pofbroek, eronder had je een maillot aan. De pruik begon na een uurtje wel te kriebelen, dus als we op huisbezoek gingen deed je die in de auto snel af.
Sinterklaas spelen is een heel ander verhaal; dan moet je langzaam lopen en praten met een zware stem. Je hele bewegingsmotoriek moest rustiger dan je gewend was. Nu zou ik het er waarschijnlijk makkelijker vanaf brengen dan destijds, toen ik als 18 jarige voor Sinterklaas speelde. Ik weet nog goed hoe die baard kriebelde, om gek van te worden. De kinderen mocht je dat natuurlijk niet laten merken, die geloofden natuurlijk in de goedheiligman. Maar soms, op een onbewaakt ogenblik, kon je toch even snel met je hand onder de baard krabben tegen de jeuk.

Nederpop.

13.08.2020

Blog

Boudewijn de Groot, Ramses Shaffy, Armand. Drie zangers die met een uitstekende dictie en verstaanbaarheid kwalitatief hoogstaande teksten melodieus ten gehore brengen/brachten.

Spinvis is voor mij de Nederlandse artiest die met zijn plaat ‘Tot ziens, Justine Keller’ een van de beste Nederlandstalige platen aller tijden heeft gemaakt.

Nederpop.
Begin jaren ’80 de hele nederpop rage:Doe Maar, Toontje Lager en Het Goede Doel. Leuke tijd was dat, ik zag Het Goede Doel optreden in het Vondelpark in Amsterdam, waar ze toen nog het Sinterklaaslied zongen;
‘Sinterklaas, wie kent hem niet? Sinterklaas, Sinterklaas en natuurlijk Zwarte Piet!’
Mag nu niet meer.

Een ander hoogtepunt van de Nederpop: Klein Orkest, vooral de plaat ‘Het leed versierd’

met de mooie strofe;
‘Laat mij maar alleen, ook al valt het soms niet mee. De eenzaamheid is soms erger met z’n twee’
Verder gaat het dan met:
‘En niemand die er zeurt: ‘wat ben je stil waar denk je aan. Wat ben je stil waar denk je aan. O no!’

Niemand die destijds zo treffend ons gestuntel met de meisjes weergaf als zanger Harrie Jekkers van Het Klein Orkest.

Frank Boeyen dat is een verhaal apart. We vonden zijn eerste hitje ‘Linda’ wel leuk. Alleen wat zong die nou? We verstonden er weinig van. Van het liedje ‘Kronenburger Park’ verstond ik alleen ‘de autolichten beschijnen haar lichaam’ en ‘alles blijft bij het oude’ en ‘zwart wit’; denk niet zwart, denk niet wit, maar in de kleur van je hart’. De rest van de tekst was onverstaanbaar.
Theo Maassen had er een leuke grap over;
‘Waar moet het nou naar toe met de wereld? Niemand weet het. Ja, Frank Boeyen weet het, maar die kan niemand verstaan!’
Mijn zusje wordt altijd boos als we het over het ‘gemompel’ van Frank Boeyen hebben. Ze is fan en heeft veel c.d.’s van hem gekocht. het is gewoon zijn Nijmeegse accent!’ zei ze altijd.

De rappers van tegenwoordig kan ik niet verstaan. En dan dat irritant drammerige toontje van ‘o ik ben zo zielig en niemand is aardig voor mij’. Zouden die gasten zelf ook niet doorhebben dat ze niet te verstaan zijn?

Reggae, Ska.

22.07.2020

Blog

Natuurlijk, Bob Marley, UB40 en Third World. Dan the Specials en Madness. Zie hier mijn 5 reggae en ska platen. Natuurlijk heb ik van Bob Marley and the Wailers ‘the best of’ of en ‘Bus to Babylon’, waarop het onvergetelijke ‘Stir it up’ veel en veel beter klinkt dan in de studio versie op het ‘the best of’ album.

Ik was erbij toen op Pinkpop 1978 Peter Tosh, ex bandlid van the Wailers, optrad en tevergeefs uitkeek naar Mick Jagger, die lekker stond te voetballen met de jongens van Massada. Peter Tosh had een hit aan hem te danken, ‘Don’t look back’, maar ik denk dat Tosh geen goede herinneringen aan dat optreden had. Mick liet hem barsten, Peter zette ‘I don’t look back’ verschillende malen in, maar Mick kwam niet. Naar verluid omdat er camera’s aanwezig waren en daar was Mick niet van gediend. Vreemd hoor, je zou denken als je er toch bent, wat maakt het uit? Ach, Peter Tosh. Daarna had hij nog een hitje met ‘I’m the toughest’ en toen was het gedaan met de roem van Peter Tosh. ‘Legalise it’ kan ik me nog herinneren, op de hoes stond hij op een plantage met marihuana planten.

Nee, dan the Specials. ‘A message to you roadie’ was al een hit en daarna volgde er nog vele, evenals bij Madness en UB40. Feelgood muziek. Bij festivals de ideale stemmingmakers.

Third World was vooral bekend door de hit ‘Now that we found love’ waarvan de remix nog een keer terugkwam in de nineties. Dansplaat, die ik nog wel eens draai op een feestje.

De ideale mix van reggae en lounge wordt gemaakt door de Thievery Cooperation. Deze band heeft een relaxte sound en bestaat ook al meer dan twintig jaar. In München zag ik ze nog optreden, geweldig. Een paar jaar geleden kwam de plaat ‘The Temple of I and I’ uit, opgenomen in en met musici uit Jamaica. Fijne plaat.

Soul

21.07.2020

Blog

Ik ben een fan van soul, goeie soul muziek. Rap kan ik niets mee, weliswaar heb ik wel eens aardige stukjes horen rappen door Kanye West, Kendrick Lamar en The Roots, maar daar houdt het dan mee op. Ik kan geen hele LP met rap muziek aanhoren. Ik vindt het niet te pruimen. Ook de Nederlandse rap niet, onverstaanbaar gemompel is het meestal. Ik kan absoluut niet verstaan wat ze rappen. Maar dat ze veel te klagen hebben is wel duidelijk. Nee, rap is niet aan mij besteed. Evenals techno en house trouwens; hoofdpijn herrie.

Nee, soul. En dan die goeie ouwe soul. Allereerst denk ik dan aan mijn grote favoriet; Al Green. Wat een stem! Die man zingt vanuit zijn tenen. Luister maar eens naar de plaat ‘Al Green gets next to you’, geweldig! Kijk ook eens op youtubehttps://www.youtube.com/watch?v=SOrHdFXfXds&t=1431s
Best live show ever van Al Green. Dit is soul zoals soul bedoeld is, dit is zingen en dansen op het hoogste niveau, dit is kwaliteit.

De ladies of soul, dus niet Candy Dulfer en de andere drie soulmeiden die elk jaar in het Ahoy te zien zijn met oude soul hits, ook erg leuk, maar de echte ladies of soul zijn volgens mij Aretha Franklin en Tina Turner.

Aretha Franklin met het onvergetelijke ‘you make me feel like a natural woman’, ; ‘respect’ en ‘say a little prayer’. The ‘queen of soul’ en terecht een geweldige zangeres. Jammer alleen dat ze na die eerste paar goeie platen nauwelijks meer een consistente plaat meer afgeleverd heeft, haar latere werk viel helaas nogal tegen.

Tina Turner was mijn heldin van de jaren ’80. Geweldig, wat een power vrouw! Als je nu nog eens een live optreden uit die tijd ziet, klinkt het opvallend goed en wat een uitstraling had die vrouw. Nee, daar kan geen Beyonce tegen op.

Verder kan ik Curtis Mayfield – ‘Superfly’ aanbevelen. Ook een geweldige zanger, Curtis Mayfield.

Ook zijn plaat ‘Curtis’ met het onvergetelijke ‘move on up’ is een aanrader. Verdere favorieten van mij zijn Marvin Gaye – ‘What’s going on’, Otis Redding, Joe Tex en natuurlijk James Brown, waarvan de live platen ‘In Dallas’ en ‘Revolution of the Mind’ tot de beste soulplaten aller tijden behoren.
James


Stevie Wonder natuurlijk, vooral ‘Songs in the key of life’ is een geweldige plaat. ‘Talking book’ is ook prachtig. Deze man heeft zoveel goeie platen gemaakt.

Ik ben tevens nog in het bezit van een plaat van de Isley Brothers uit 1966: ‘This ol’ heart of mine’, zwarte muzikanten, maar de voorkant van de plaat laat een witte jongen en meisje op het strand zien. De doelgroep was duidelijk een wit publiek.

Michael Jackson – ‘Thriller’.

Ja, wie heeft die plaat niet. Hij ziet er nog redelijk uit op deze plaat, maar heeft al de nodige plastische chirurgie ondergaan om maar minder zwart te zijn, raar eigenlijk. Maar aan MJ was wel meer raar, zoals we de laatste jaren uitvoerig hebben kunnen horen en zien. Hij hield iets te veel van jongetjes, laten we het daar maar op houden. Maar ‘Thriller’ was een meesterwerk.

Harold Melvin & The Blue Notes, Smokey Robinson and the Miracles, the Four Tops; enfin de hele Motown stal is top. De plaat en de film documentaire getiteld ‘The Funk Brothers’ over de begeleidingsband van alle Motown hits in de jaren ’60 is een eerbetoon aan de muzikanten die meer hits verkochten dan Elvis en de Beatles bij elkaar.

Newspeak

14.07.2020

Blog

Newspeak

Newspeak is een fictieve taal in George Orwells roman 1984. Het is een taal die wordt gecreëerd en gecontroleerd door de totalitaire staat als een instrument om de vrijheid van gedachten en concepten die een bedreiging voor het regime vormen (zoals vrijheid, zelfexpressie, individualiteit, en vrede) te beperken.

Newspeak komt tegenwoordig steeds vaker voor in de Nederlandse taal. Zoals bijvoorbeeld ‘achterbuurt’ niet meer gebruikt mag worden. Eerst werd het ‘achtergestelde wijk’ en daarna ‘achterstandswijk’. Toen de pvda er zich mee ging bemoeien werden ze naar minister Vogelaar de ‘Vogelaarswijken’ genoemd.
De 40 wijken van Vogelaar betreft een lijst van 40 van de 140 Nederlandse probleemwijken die op 22 maart 2007 door minister Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie bekend werd gemaakt. Voor deze wijken werden voor de zittingsperiode van het kabinet-Balkenende IV extra investeringen voorzien om de stapeling van sociale, fysieke en economische problemen die zich daar voordeden te bestrijden. Vogelaar stelde korte tijd later voor de benaming ‘probleemwijken’ te vervangen door het iets minder negatief klinkende aandachtswijken.
Aandachtswijken dus. Later bleek er in deze wijken weinig tot niets verbeterd te zijn. Later werd de term ‘prachtwijken’ bedacht.

Ander hardnekkig probleem is het lastig vallen van meisjes en jonge vrouwen. Met name in Enschede en Scheveningen speelt dit al jaren. Nu zijn de dames het zat en willen dat er actie ondernomen wordt. Iedereen wist dat het voornamelijk Marokkaanse jongeren waren, maar dat woord mocht in de media niet gebruikt worden, dus zocht men naar allerlei beschrijvingen die eromheen draaien; ‘jongeren van allochtoonse afkomst’, ‘nieuwe nederlanders’ enz. Het nadeel van dit soort benamingen is dat men het probleem niet benoemt en daarmee zeker niet oplost.

In de Newspeak wordt de Nederlandse taal dus eigenlijk ontkent. De negatieve lading van woorden moeten eruit, zodat het geen negatieve klank meer heeft. Als het woord niet bestaat, bestaat het probleem ook niet, is de gedachte. Een gevaarlijke ontwikkeling.

Dit slaat, met de marxistisch-leninistische BLM beweging helemaal door; blanke man mag niet meer, dus witte man. Negerzoenen of Moorkoppen mogen niet meer. Straatnamen moeten veranderd, standbeelden vernield. Doel: chaos, niets is meer heilig.

De gaper deed dienst als uithangbord van apothekers, om klanten te trekken, maar tevens als kwaliteitsaanduiding voor de winkel. Aanvankelijk werd dit uithangteken op de luifel gezet, maar vanaf de 17e eeuw steeds vaker aan de gevel bevestigd, met name in Amsterdam kwam dit veel voor. De mond van de gaper staat niet open om te gapen, maar om een medicijn in te nemen. De grimas van veel gapers is te verklaren doordat het medicijn vies smaakt, althans dat is de heersende opvatting.

Als het er alleen maar op lijkt is het genoeg om het racistisch te maken. De volkskrant journaliste Sylvia Witteman begon in haar column te klagen over de Gaper. De kop was racistisch, punt uit. Naar tegenargumenten luisterde deze politiek correcte mevrouw niet.

Kan iemand een land noemen waar minder racisme is dan in Nederland? Heb ik wel eens aan een groepje Ghanezen in mijn klas gevraagd. Niemand kon daar postitief op antwoorden.

Natuurlijk, racisme is fout, daar zijn de meeste mensen het wel over eens. Maar dit soort betutteling en deze radicalisatie hebben een averechts effect. Zo is er al onderzoek naar gedaan en vind 80% van de NL bevolking dat anti-racisme van BLM en KOZP de polarisatie alleen maar versterkt. Ook in Amerika wordt al gewaarschuwd voor een averechts effect. De herverkiezing van Trump zou veilig gesteld zijn door de afkeer van het totaal uit de hand gelopen chaos die de anti-racisten (als echte marxisten eerst chaos, dan verandering) teweeg hebben gebracht.

De gemeente Amsterdam is met een campagne tegen racisme begonnen. Het mocht wat kosten;
€ 1.180.000 voor 2020, € 1.360.000 voor 2021, € 1.083.000 voor 2022 en € 1.083.000 voor 2023″.
Meer dan 3 miljoen naar de gedachtenpolitie, hoeveel betutteling had u gehad willen hebben? En wat levert het op? Niemand die daar een concreet antwoord op kan geven. Zeer waarschijnlijk gewoon helemaal niets.

En dat alles aan het begin van de grootste economische crisis na de 2e wereldoorlog en met een nu snel oplopend begrotingstekort van 275 miljoen Euro. Terwijl bruggen en kades op instorten staan en bedrijven massaal mensen moeten ontslaan. Redenen te over voor snelle verandering van prioriteiten. ‘Pyongyeng aan de Amstel’ wordt de gemeenteraad al langere tijd genoemd en niet zonder redenen.

Je zou verwachten dat je voor dat geld wel een goed reclamebureau kan inhuren, niets bleek minder waar;

Uitgescholen? Waar is de d?

Gelukkig is de website Geen Stijl er nog die kan zorgen voor de broodnodige relativering.

Dit noem je satire. Een satire die de spot drijft met een bestaand kunstwerk of maatregel heet een parodie of persiflage. Van de naiviteit en de vooringenomenheid van de extreemlinkse Gemeenteraad die verantwoordelijk is voor deze overbodige geldsmijterij maakt deze site dankbaar gebruik;

Leuk boek, dat van Harold Hamersma; ‘Onder de rook van de Heineken – een jeugd in de Pijp’. Naast dat de man al een fantastisch beroep heeft als wijnproever, kan hij ook nog goed schrijven. Heel herkenbaar. Zoals hij de spelletjes beschrijft die hij als jongen speelde. De Bazooka kauwgum met het stripverhaaltje erin, die hij in ene boekje plakte. De Bazooka kauwgum was een nationale aangelegenheid, ook in Soest, waar ik mijn jeugd doorbracht, was de Bazooka kauwgum populair. Knalroze was-ie en het was een flinke hap waarmee je bellen kon blazen. Voor een stuiver bij het winkeltje in het zwembad, naast de salmiakstaaf en de veterdrop. Ik kom dan weer meteen terug in die tijd dat je zomers de hele dag in het Soester Natuurbad doorbracht. Het raketijsje en de spekkies maakten, naast vele andere lekkernijen, ook deel uit van het assortiment. Het was meestal warm en zonnig en je werd gedurende tien minuten bijna platgedrukt voordat je aan de beurt was. Van tevoren had je al beslist, anders duurde het te lang. Andere kinderen stonden vaak lang te twijfelen, waardoor de wachttijd nog langer werd. Had je hem dan eindelijk bemachtigd en was het je gelukt om uit het gedrang weer tevoorschijn te komen, dan wachten je vriendjes op je om te kijken wat je had. Ja, Bazooka’s waren er ook vaak bij.
Daarmee gepaard kwam de jaarlijkse controle van de tandarts en ja hoor, daar waren de eerste gaatjes. Over het verband tussen al dat zoete snoepgoed en de kwaliteit van je gebit werd in die tijd niet gerept.

Wat ik ook erg mooi vond, was Harold Hamersma’s beschrijving van het pijltjes schieten met een plastic elektriciteitsbuisje. Precies zoals wij deden, repen papier uit een tijdschrift die je half onder je broeksriem stak en waarmee je de pijltjes draaide, de punt met tuf in je mond vastplakken. Mikken op dameskapsels, zoals Hamersma dat beschrijft, deden we niet, want die waren er bij ons niet genoeg voorhanden. We mikten wel op openstaande ramen van huizen en vooral die van de fabriek Heugavelt tapijttegels, onze buurman. Daar stonden genoeg ramen open om er lekker op te mikken, totdat een of andere kantoorpief boos tegen ons begon te schreeuwen. Vonden we lachen. Nog meer lachen werd het met het witte bessen schieten, je kon ze zo plukken van de vele struiken, meestal plukten we eerst een emmertje vol om dan een geschikt mikpunt te vinden. Het leuke van de witte bessen was dat ze zo mooi op het raam uit elkaar konden spatten. Je kon ze ook lekker hard schieten en het maakte een mooi ‘plop’geluid.
Spannend werd het als we, brutaal geworden, over het hek heen klommen en pontificaal, voor de ramen staand, begonnen te schieten, grote hoeveelheden, zodat het voor diegene aan de andere kant van het raam steeds moeilijker werd om naar buiten te kijken. Hoogtepunt was altijd, wanneer iemand met een stofjas aan en een knalrood hoofd van de woede, naar buiten stormde om ons weg te jagen. ‘Goh, wat was jij snel over dat hek heen!, zei een vriendje me eens. Je vloog er gewoon overheen!’.

Vakantie thuis.

6.07.2020

Blog

2020 is het jaar van het thuisblijven, ook in de vakantie. Nou komt me dat helemaal niet zo slecht uit, om verschillende redenen. Zo ben ik net begonnen op een nieuwe school en moet ik daarvoor nog veel leren. Zoals een nieuw computerprogramma, nieuw lesmateriaal en het maken van een planning.

Dan is er dit jaar wat minder verdiend, zodat de tering naar de nering gezet moet worden. Wie de tering naar de nering zet, past zijn uitgaven aan aan zijn inkomsten. Meestal wordt er iets mee bedoeld als ‘we moeten even de broekriem aanhalen’, en wordt het dus gebruikt in situaties waarin er om wat voor reden dan ook (tijdelijk) minder geld in kas is. De tering is hier dus geen ziekte, maar het ‘verteren’ van je geld.

Dat leren daar heb ik nu de tijd voor. Het computerprogramma met een gebruiksaanwijzing van 120 bladzijden is al een flinke kluif, maar dan ook nog in het Engels, dus tijd om mijn Engels op te halen. Dat doe ik met Duo Lingo, op mijn telefoon, elke dag een half uurtje. Daarnaast schrijf ik de moeilijke woorden op. Een blik op de laatste woorden in mijn Engelse woordenschrift:
Thoroughly – nauwkeurig. Persuasion – overtuiging. Allegiance – trouw. Thoughtfully – bedachtzaam. Perseverence – volharding, doorzettingsvermogen.

Mooie woorden.

Bovendien is mijn vrouw druk bezig voor het inburgeringsexamen te leren en komt het ons beiden goed uit om deze vakantie eens goed te gebruiken voor het nuttige. Dat daarbij het aangename niet geheel wordt vergeten, is niet alleen gezellig, maar ook heel belangrijk om onze studie met plezier voort te zetten. We eten bijvoorbeeld erg lekker en luisteren naar goeie muziek s’avonds. Ik lees een goed boek.

We kijken soms naar elkaar en dan zijn woorden overbodig.

Dit wordt een hete zomer, zeiden we een paar jaar geleden. Sindsdien is elke zomer heter. Met dit weer hoef je niet meer naar Zuid Europa. Spaart je veel geld uit en wat is het eigenlijk mooi in Nederland. Het wordt alweer wat drukker met voornamelijk Duitse toeristen, viel me dit weekend op. Voor het eerst zaten we weer op een terrasje. 20 Juni. Genieten van het buitenzijn. Het weer leent er zich voor, net als fietstochten maken. Daar houden we ook van. Dus bij ons is het al duidelijk dat we deze zomer in Nederland blijven. Barbecue hier, barbecue daar, wel makkelijk als je vrienden hebt met een tuin. En de nieuwe haring is ook geweldig! Al een paar keer bij de viskraam geweest afgelopen week, om van deze delicatesse te genieten.

Zong Gerard Cox al 40 jaar geleden: T’ is weer voorbij die mooie zomer, die zomer die begon zowat in Mei’. Nou, dit jaar begon hij in April en de hele maand Mei was zonnig en warm. In hetzelfde lied: ‘haringgeur vermengt met zonnebrand’, ja dat is het zomergevoel in Nederland.

Airco’s verkopen goed de laatste jaren, vanmiddag bij mijn Syrische kapper geweest in de Zeilstraat, hij is bezig met de inbouw van een airco, want met die zon pal op de ruiten ’s middags worden het tropische temperaturen bij hem binnen. Mijn kapper was dezelfde mening toegedaan; de zomers worden steeds warmer in Nederland. Hij informeerde of ik nog op vakantie ging, nee dus. Hij zat te denken om met zijn kinderen naar Disneyland Parijs te gaan. Efteling was hij al een paar keer geweest en Walibi ook. ‘Geweldig leuk! Maar denk aan de rijen, soms een half uur of meer wachten om een attractie te kunnen beleven’ zo vatte ik mijn ervaring met Disneyland samen. Maar, voor kinderen is dat geen enkel probleem. Het leukste vond ik toch wel de ‘Indiana Jones – Temple of Doom’ karretjes waarmee je met een noodgang door de mijnen ging.

Goeie film was dat trouwens, Indiana Jones, vooral ‘The Temple of Doom’. Ik was in die tijd, begin jaren ’80, toevallig met een vriend in de bioscoop gestapt, waar hij draaide. Wat een verrassing, we zaten op het puntje van onze stoel, van begin tot eind spanning en actie in die film.

7 jaar getrouwd, morgen vaderdag. Uitstekend weer, de oesters van Nam Kee. Uit de wok en in de zon. We waren voor de eerste keer op een terrasje dit jaar. Eerst even bij L’Affiche op de DaCosta Kade, mijn stamterras. In het zonnetje op het terras bij Nam Kee en wat was het warm zeg! Mediterrane temperaturen, om half zes nog zonnebrand opdoen. Zoals altijd smaakte het weer voortreffelijk bij Nam Kee op de Nieuwmarkt en op een terrasje in de zon maakte het speciaal.

Buiten eten heeft ook iets mediterraans. Bovendien viel het mee met de drukte nu de meeste toeristen er niet meer zijn. Wel wat Duitsers, maar vergeleken bij vorig jaar meer dan de helft minder toeristen. Dat maakt het een stuk prettiger op de fiets door het centrum. Lekker toch dat buiten zitten, vooral als je zoals wij op 9 hoog woont, zonder balkon. Met die zomers van de laatste jaren gaat het steeds meer de tropische kant op, hoef je niet meer naar Zuid Europa om wat zon te pakken, want die is hier overvloedig aanwezig.

Fiets

10.06.2020

Blog

Vanmiddag mijn fiets bij de fietsenmaker opgehaald. Al heel wat fietsen weggebracht en opgehaald bij de fietsenmaker in mijn leven. Vroeger mocht dat alleen als de ketting gebroken was of er een slag in je wiel zat. Een lekke band moest ik zelf plakken. Fluitje van een cent met de Simson reparatie set in het blikken doosje. Emmertje water er bij, appeltje eitje. Heel wat banden geplakt in mijn leven.
Toen ik aan de UVA studeerde, 1987, liet ik wel eens mijn band plakken in de Spuistraat, schuin tegenover de universiteit, half in een keldertje. Daar stond een man die al ver over de pensioengerechtigde leeftijd was banden te plakken. Knaak per stuk. Twee vijftig!
Tegenwoordig kost een band plakken bij de fietsenmaker minimaal € 17,50.

Altijd Gazelle gefietst, of Batavus. De ijzersterke Nederlandse merken. Het fijne van deze fietsen vind ik toch wel dat je gewoon rechtop kan fietsen, dus niet als bij een wielrenfiets of Mountainbike met een kromme rug. Nooit iets aan gevonden, fietsen met een kromme rug.
En versnellingen, minstens drie. Daar was je met name blij mee als je wind tegen had of tegen een brug op moest.

Aan een elektrische fiets wil ik me nog niet wagen, zo oud ben ik nou ook weer niet dat ik niet zelf kan trappen! Ik fiets als het even kan dagelijks een uurtje om te ontspannen. Ik ga niet als een gek zo snel mogelijk, maar gewoon in een lekker tempo zodat je een beetje om je heen kan kijken. Het is namelijk een mooie snelheid op een fiets, in een auto ontgaat je veel en op een fiets kom je op veel meer plekken.
Fietsen dus. Ik fietste als 10 jarige al makkelijk tientallen kilometers als het vakantie was.

Laatst naar IJmuiden gefietst, ook al eens naar Bloemendaal gefietst. Heerlijk. Ik blijf net zolang fietsen als ik kan. Mocht dat echt niet meer gaan of problemen geven, dan stap ik wellicht over op een elektrische fiets. Maar die tijd ligt nog ver voor me. Tenminste, dat hoop ik wel.