Het was 1973 en ik zat op Don Bosco, een katholiek jongensinternaat annex middelbare school in Leusden bij Amersfoort. Het geheel werd gerund door paters. Na school gingen we onder toezicht huiswerk maken, voor en na het eten een uurtje. Op Zondag waren er kerkdiensten, waarvan ik er een enkele heb meegemaakt want het was niet verplicht.
S’ avonds na het studie uur hadden we vrij tot 22 uur, dan moesten we naar de slaapzaal. Deze tijd werd gevuld met spelletjes of t.v. kijken.
De t.v. stond in een klein t.v. zaaltje, waar zo’n 20 jongens in konden. Als er geen voetbal of Top Pop was, zaten er maar enkele jongens te kijken naar een of andere duffe film of quiz. Maar als ‘De Stille Kracht’ kwam met Hugo Metsers en Pleuni Touw, dan was het zaaltje te klein want die gingen soms uit de kleren (je moest er wel lang op wachten een het duurde ook heel kort) en iedereen wilde de tieten van Pleuni Touw maar wat graag zien om er al dan niet luidruchtig commentaar bij te leveren.
Daarnaast kon je tafelvoetballen, wat mijn favoriete tijdverdrijf was, ik moet in die jaren vele uren tafelvoetbal gespeeld hebben. Daarnaast waren pingpongen of biljarten populair. In de zomermaanden werd dan buiten gevoetbald.
We beschikten over een gezamelijke huiskamer, waar je spelletjes kon doen als dammen, schaken, sjoelen of Mens Erger Je Niet. En, tenslotte stond er een pick-up waar je zelf platen voor mocht meenemen.
Het eerste jaar was bijna iedereen nog Deep Purple fan, de elpee ‘Deep Purple in Rock’ lag vaak op de draaitafel, naast ‘Ten Years After – Recorded Live’.
Het tweede jaar begonnen zich kleine groepjes te vormen, de ‘Soul kikkers’ en de ‘Blues kikkers’.
Dat kwam mede door de komst van een lange jongen uit Curacao, Lex Janga genaamd. Hij kwam met de, volgens hem, ‘beste elpee aller tijden’ en dat was de live elpee van James Brown – ‘Revolution of the Mind’. Vrijwel dagelijks schalde de dubbel live elpee van James Brown door de gemeenschappelijke ruimte.
Daarnaast waren er een paar jongens, die, zo werd gefluisterd ‘drugs rookten’ en die Jimi Hendrix draaiden en de dubbel elpee van de Rolling Stones – ‘Exile on Main Street’. Die werden door de zelfbenoemde ‘soulkikkers’ de ‘blueskikkers’ genoemd.
Beetje vaag allemaal. Later ben ik de soul muziek pas echt gaan waarderen. Nadat ik jarenlang platen van Deep Purple, Led Zeppelin, Uriah Heep en Black Sabbath had gedraaid. Dat soort muziek, eigenlijk hardrock. Symfonische rock draaide ik ook met mijn vrienden; vooral natuurlijk Pink Floyd, maar ook de eerste platen van Genesis (met Peter Gabriel als zanger) en de eerste platen van Yes en Emerson, Lake & Palmer.
Ongeveer een jaar of tien later begon ik me te interesseren voor soul. Het begon met Motown. Stevie Wonder, Smokey Robinson & the Miracles, Supremes, Four Tops en ja, James Brown.
De plaat ‘Revolution of the Mind’ schafte ik ook aan. ‘Soul Power’, ‘Sex machine’, ‘Hot Pants’. Het was feestmuziek en het swingde als een trein. Sindsdien maakt soul een onlosmakelijk deel uit van mijn platenverzameling. Natuurlijk ook de ‘Queen of Soul’ Aretha Franklin, volgens mij de beste zangeres aller tijden.
Mijn favoriete zanger is Al Green, verder hou ik van Curtis Mayfield, Stevie Wonder en Marvin Gaye.
Fietsen is heerlijk, ik doe het graag en veel. Soms zie ik dan langs sloten, grachten of kanalen vissers zitten vissen. Onbeweeglijk staren ze op hun hengel. Dat is niks voor mij, ik fiets liever.
De uitspraak van de ie en de i is best lastig voor buitenlanders. Wanneer mijn vrouw het heeft over fietsen of vissen en dan weet ik niet altijd over welke van de twee het gaat.
Vissen vind ze inderdaad interessanter dan fietsen, logisch want ze ik kok en vis staat vaak op het menu bij ons thuis. Toch vind ze fietsen interessanter sinds ze zelf meer fietst. We fietsen ook vaker samen.
De R, dat is bekend, is moeilijk uitspreekbaar voor Aziaten. Ik herinner me de afhaalchinees, die altijd vroeg; ‘Sambal bij?’ omdat ze eRbij niet uit kon spreken. ‘Ja, graag sambal erbij!’.
Daarnaast is de uitspraak van de ui nog steeds een ding. Een huis met een tuin klinkt dan als ‘een haus met een taun’.
De UU, dat is bekend, blijft een van de moeilijkste klinkers voor buitenlanders.
De UU wordt maar wat vaak uitgesproken als OE. Iedereen kent de mop van Ali op inburgeringsles, die leest; ‘ik moet de hoer deze maand nog betalen’. Waarop de docent zegt; ‘wat vind je vrouw daarvan?’
De eu is ook een lastige, meestal hoor ik; ik sta in de koken, ipv in de keuken.
‘Ik sta te koken in de keuken’ zeg ik dan altijd.
De G, in combinatie met de R, is er ook een. Het zachte erretje uit het Gooi komt nog wel een om de hoek kijken, ook lelijk, EJJJG lelijk.
De IJ is voor Engelstaligen ook een dingetje. Wij zijn blij wordt dan; Wai zain blai. Terwijl de Nederlandse IJ veel hoger klinkt. Of de EI, want die klinkt hetzelfde.
Het gekke is dat, wanneer ik mijn Thaise vrouw vraag om ‘Wij zijn blij’ te zeggen, ze iets voortbrengt wat lijkt op; ‘Wѐ zѐn blѐ’.
Wanneer ik dan vraag om alleen de IJ uit te spreken, lukt het haar dan wel, maar als er medeklinkers omheen staan, lukt het eenvoudig weg niet.
De klinkers goed uit kunnen spreken is het begin van goed Nederlands spreken. Vele lessen met beginners ben ik dan ook begonnen met klinkers uitspreken, ik maakte er dan een leesblad van;
Want je kan over een enorme woordenschat beschikken, als je de woorden niet goed uitspreekt, dan snapt niemand waar je het over hebt. Behalve docenten Nederlands soms, want die hebben een geoefend oor.
Maar niet altijd. Dat je een Nederlandse naam niet goed verstaat als die door een buitenlander wordt uitgesproken, is mij ook wel eens overkomen. Ik stond op mijn fiets voor het stoplicht op de Dam te wachten, toen een Amerikaanse toerist op me afkwam met de vraag:
‘Sorry sir, do you know the Kresneppelskai’?
Als de man een Chinees geweest was, had ik waarschijnlijk net zoveel verstaan.
‘Sorry, I don ’t know’ moest ik dus wel antwoorden. Toen het licht op groen sprong en ik verder fietsend omhoog keek, zag ik ‘Hotel Krasnapolsky’.
Kortom, de goede uitspraak is alles.
De beste dodenherdenking van na de oorlog, in ieder geval degene die het meeste indruk maakte. Was het niet vanwege de lege Dam, dan wel door de speech van de Koning. Voor de eerste keer kwam hij goed over, met krachtige stem. Ineens stond die baard hem eigenlijk best goed. Ook zijn houding was veel beter. Het deed me de nogal cliché- matige speech over de Corona crisis gelukkig vergeten. Vooral, en dat wordt ook alom geprezen in de landelijke pers, was het heel goed dat hij de hand in eigen boezem stak. Oftewel, hij gaf toe dat zijn oma Wilhelmina niet veel deed tegen de Jodenvervolging, waardoor velen teleurgesteld in haar raakten. Moedig om dat te zeggen en niets dan lof voor deze eerlijkheid.
Ik moet in dat verband even terugdenken aan mijn schooltijd op de moedermavo, waar we een discussie voerden over het begin van de oorlog en de vlucht van het Koningshuis naar London.
Dick, een gepensioneerd KNIL er, die elk jaar nog voor achterstallig soldij op het binnenhof ging demonstreren, had er geen goed woord voor over. ‘Landverraad’, zo zei hij stellig. De rest van de klas schrok ervan, gewend om alles wat met het Koningshuis te maken heeft te bewonderen.
Mijn vader was dezelfde mening toegedaan. ‘Op het moment dat de nood het hoogste is, laat je je volk in de steek’. Een laffe daad.
Andere koningshuizen, zie België, werden ongemoeid gelaten door de Duitsers. De beslissing van de Belgische Koning om in België te blijven, was dan ook zeer moedig te noemen en werd door de Belgen zeer gewaardeerd. Dat hij verder weinig invloed kon uitoefenen op de gebeurtenissen, is bijzaak. Het gaat om het principe, je blijft bij je volk, juist in moeilijke tijden.
Het zijn van die kleine woordjes die in de spreektaal ertussen gekropen zijn en die het wat smeuïger doen klinken. Wat ze nu eigenlijk betekenen valt soms moeilijk te zeggen, maar als ze weggelaten worden klinkt de Nederlandse taal ineens erg droog en staccato.
‘Even’.
Even denken , Even wachten of Wacht even = momentje, ogenblikje
Ook in andere context; even kijken, even een boodschapje doen, even bellen = het duurt beslist niet lang, maar het duurt maar even. Dat is de strekking van dat ‘even’.
‘Effe’.
In het Amsterdams wordt ook ‘Effe’ gebruikt, wat staat voor iets dat je ‘effe’ doet, maar wat een enorme prestatie is. Bijvoorbeeld: een hele nieuwe woonwijk wordt ‘effe’ uit de grond gestampt.
‘De hele ringweg moet nieuw worden geasfalteerd. Effe’.
‘Effe’ is hier dus iets wat niet eventjes te doen is maar wel een hele klus is.
‘Effe’ in deze context is dus juist het tegenovergestelde van ‘even’.
‘Joh’.
‘Goed gedaan joh’. Hee jongen, hoe gaat-ie?. Nou man, wat een toestand. Als vrienden elkaar begroeten.
‘Jongeman’.
‘Zo jongeman, wat zijn we hier aan het doen?’ Iemand die deze vraag stelde was vaak van hogere afkomst. De persoon in kwestie kon een burgemeester of politie agent zijn. Het klinkt nogal bekakt voor een eenvoudige boerelul (om het maar eens goed duidelijk te maken).
Vreemd genoeg is het meestal het mannelijke geslacht dat joh, jongen of man achter een zin krijgt, bij meisjes of vrouwen helemaal niet. Toch hoor je soms vrouwen onderling dingen zeggen als;
Leuk weekend gehad joh, lekker naar het zwembad geweest met de jongens. Dus ‘joh’ in plaats van ‘meid’. Het woordje ‘meid’ hoor je de laatste jaren trouwens wel weer vaker.
‘Jongen’.
‘Gelachen jongen!’ Nou dat kan ik me wel voorstellen, zoals er dan na een smakelijke anekdote lachend gezegd wordt met vrienden onder mekaar.
‘De jongens’, daarmee worden vaak zowel de dochters als de zonen bedoeld, de kinderen dus. Die worden aldus aangeduid als een vader of een moeder het over de kinderen heeft.
In mijn studententijd had ik een Franse vriendin en gebruikte ik nogal veel het woordje ‘joh’. Dus bijvoorbeeld ‘ik heb nou toch een goeie plaat gekocht joh!’ hetgeen spreektaal was en waarmee ik mijn enthousiasme onderstreep met dat drieletter woordje ‘joh’. Toen zij het onbewust zelf ging gebruiken werd ze daarop geattendeerd door en Nederlands vriendinnetje, die het gebruik van ‘joh’ helemaal niet kon waarderen.
‘Hoor’.
‘leuke vakantie gehad?’ ‘Ja hoor, lekker 3 weken naar Frankrijk geweest, heerlijk!. Hoor betekent eigenlijk niets, je kan het ook weg laten, maar het klinkt gewoon lekkerder. Zo van ‘hoor je me?’. Maar let maar eens op hoe vaak het woordje ‘hoor’ wordt gebruikt, hoor!
Hѐ?
‘Hѐ?’ diende te allen tijde te worden vermeden, al moet ik zeggen dat ik het zelf soms onbewust toch gebruik, bijvoorbeeld; ‘lekker weer hѐ?’ . In deze context geeft het woordje in het kort aan dat verwacht wordt dat de gesprekspartner het er helemaal mee eens is. hѐ? Betekent hier zoiets als; ‘vind je ook niet?’.
Dat is nog acceptabel, lijkt me. Al moet je het niet te vaak horen. Wat echter absoluut niet kon, wat gebruik maken van het woordje ‘hѐ?’in de zin van; ‘wat zeg je?’. Als ik thuis bij het avondeten als kind het woordje gebruikte om te vragen wat iemand zei, kreeg ik steevast te horen dat dat een varkensvloekwoord was dat ik absoluut niet meer mocht gebruiken.
‘Hee’.
Laten we eerlijk zijn, hee is een vreselijk rotwoord om iemand mee aan te spreken die je niet kent.
Ik zal nooit vergeten dat ik na 10 jaar in Duitsland gewoond te hebben, in Amsterdam op het Damrak aangesproken werd met; ‘Hee, waar is het station?’. Ik deed net of ik het niet hoorde, maar ik ergerde me groen en geel. Als daarentegen een vraag begonnen wordt met
‘Dag meneer, mag ik u iets vragen?’ kan degene die dit zegt al mijn aandacht krijgen en zal ik hem of haar zo goed mogelijk informeren of verder helpen.
Als dan de vraag komt waar het station is, ben ik desnoods nog bereid om met hem of haar een stuk mee in de goede richting te lopen.
Je kan een oorlogsboek het hele jaar lezen, maar vaker wordt rond de tijd van de dodenherdenking en bevrijdingsdag een goed boek over de oorlog gelezen.
Erg goeie oorlogsboeken vond ik bijvoorbeeld vrijwel alle boeken van Armando. Vooral ‘In Berlijn’ en ‘De straat en het struikgewas’ zijn onvergetelijk en geven een duidelijk beeld van de gemoedstoestand van mensen in de oorlog.

‘De Aanslag’ van Harry Mulisch is een klassieker en de verfilming van Fons Rademakers werd een succes. Een minder bekend boek van Mulisch was ‘De toekomst van gisteren’, waarin hij Albert Speer interviewt, een zeer intelligente man, die hem Hitlers plannen ontvouwde voor na de oorlog.
Als Hitler de oorlog gewonnen zou hebben, dan ….vermeld de achterflap van het boek, waarop we een foto zien uit 1971 van een jonge Mulisch met Albert Speer.
‘Tijdens de oorlog maakte hij, de aanvankelijke architect van het derde Rijk, naam als minister van bewapening, beheerste het produktieapparaat van vrijwel heel Europa, was daarmee verantwoordelijk voor miljoenen dwangarbeiders uit talloze bezette landen, en op zeker ogenblik was hij in de hiërarchie de tweede man na Hitler. Ofschoon hij ten slotte plannen maakte om zijn Führer naar de andere wereld te helpen, kwam zijn vlijt hem in het proces Neurenberg toch te staan op twintig jaar gevangenisstraf’. Aldus begint Mulisch op bladzijde 174 van het boek. Daarna begint het interview met Speer, een man die al met zijn biografie ‘Erinnerungen’, geschreven in de Spandau gevangenins, grote indruk had gemaakt.
Als derde Nederlands schrijver mag Willem Frederik Hermans niet ontbreken; ‘Herinneringen aan een Engelbewaarder’, maar vooral ‘De donkere kamer van Damokles’ zijn indrukwekkende boeken van Nederlanders in oorlogstijd.
Deze week las ik ‘Eindstation Auschwitz’, een indrukwekkend ooggetuigeverslag van Eddy de Wind. Adembenemend, lees dat boek.
Meester, waarom ZIT in Nederlands zoveel? Goede vraag van een student; waarom zit in het Nederlands eigenlijk zoveel?
PLAATS –
Spullen zitten vaak; Je geld zit in je portemonnee, je boeken zitten in je tas. Je sleutels zitten in je jaszak en je telefoon zit in je broekzak.
Winkels zitten ook; ‘ken je Concerto, die platenzaak?’ ‘Eh ja, waar zit die precies?’ ‘Die zit in de Utrechtsestraat. O, zit die daar’.
Je zit op sport; ‘ik zit op voetbal en jij?’ ‘Ik zit op volleybal’. Dit betekent dat je lid bent van een voetbalclub of volleybalvereniging.
Je zit op school; ‘Mijn zoon zit op de Havo’. ‘O goed zeg, mijn dochter zit op de VmbO’.
‘In de zomer zitten wij altijd in Frankrijk’. ‘Waar zitten jullie precies?’ ‘O, in de Dordogne, daar zitten we elke zomer’.
Je zit en doet tegelijk iets;
je zit te bellen, je zit te eten, je zit naar een film te kijken, je zit muziek te luisteren of je zit te praten of bier te drinken.
In plaats van wat BEN je aan het doen? Dat in de meeste talen gebruikt wordt, ZIT je in het Nederlands heel veel te doen.
Uitdrukkingen met zitten;
Zie je het nog zitten? – heb je er nog zin in?
Ik zie het wel zitten! – ik heb er wel zin in!
Hij ziet het helemaal niet meer zitten – hij is er helemaal klaar mee en wil er niets meer mee te maken hebben.
Het is weer eind april dus de herinneringsrituelen aan de 2e wereldoorlog staan weer op de kaart.
De oorlogsfilms die in de komende dagen worden uitgezonden, vormen een jaarlijks terugkerend fenomeen. Er zijn vele films gemaakt, sommige zijn echt goed, maar vele niet realistisch.
Steven Spielberg wist wel hoe het moest, getuige zijn onbetwist als beste oorlogsfilm beschouwde epos ‘Schindlers List’.

Op de tweede plaats gevolgd door ‘Saving Private Ryan’.

Onze Paul Verhoeven staat ook hoog genoteerd op mijn lijstje beste oorlogsfilms; zijn ‘Zwartboek’ is meesterlijk in het tonen van de vele grijstinten in deze periode.
Dus niet het grijs van kleur als wel van nuances in goed en fout. Het zwart-witte van vele vroegere oorlogsfilms wordt hier gelukkig achterwege gelaten.
Dieptepunt van de lange rij oorlogsfilms waar een overwegend zwart-wit beeld wordt geschetst is toch wel de Amerikaanse film met een mega budget ‘De Slag om Arnhem’.

Tientallen megasterren kwamen opdraven om voor mega salarissen een rolletje te spelen. Ik noem maar een Sean Connery, een Robert Redford, een Michael Caine, een Gene Hackman.
Mooie mannen met een uitstraling. De Duitsers in deze film worden bijna zonder uitzondering getoond als bloeddorstige, gewelddadige engerds. De regisseur van de film, Richard Attenbourough, niet de eerste de beste, heeft zich in deze film laten leiden door wat over het algemeen gangbaar was in die tijd; het good guys/ bad guys scenario.
Beste oorlogsfilm over de 2e wereldoorlog? Die zijn natuurlijk gemaakt door de Duitsers zelf; het een paar jaar geleden verschenen; ‘Unser Mutter, unser Vater’ toonde zeer realistch de verschrikkingen van de oorlog.
Maar vooral ‘Heimat’ van regisseur Edgar Reitz is een meesterwerk, alleen al het 940 minuten tellende eerste deel.
Een vervolgserie die op Zondagavonden door de VPRO werd uitgezonden. Mijn ouders, die de oorlog meegemaakt hebben, konden de serie ook zeer waarderen. Alles klopte aan deze film, de tijd, de personages en het verhaal.
Altijd al van een opgeruimde kamer gehouden. Sowieso, opruimen maakt me blij. Als ik alleen thuis ben, is altijd alles netjes opgeruimd. Dingen slingeren nooit zomaar ergens rond, alles heeft zijn vaste plaats en er is ruimte om me heen. Als het ook nog lekker ruikt, vind ik het helemaal gezellig.
Vroeger kwam ik wel eens op bezoek bij vrienden, aan hun kamer zag ik meteen wat voor mens zo iemand was.
Je had de chaoten, waar veel afwas op de aanrecht stond en te wassen kleding op de grond lag. Het stof was overal zichtbaar. Kranten, tijdschriften en cd ’s slingerden overal in het rond. Als je wilde zitten moest er eerst een stoel leeggemaakt worden. Overal rommel. De vriend in kwestie kon erg leuk en aardig zijn, maar in zo’n kamer hield ik het nooit lang uit. Een kopje thee en dan wegwezen.
Je had de onverschilligen, die het weinig kon schelen hoe het eruit zag. De hierboven genoemde chaos was het niet, maar harmonie en sfeer waren ver te zoeken. Of het was te stoffig en stonden er nog flessen of afwas hier en daar. Of het was wel opgeruimd, maar niet in harmonie. Cd’s die op de grond voor de stereo lagen, Lp’s die niet in de hoes waren gedaan en een boek, een tijdschrift of een krant die nog open op de bank lag. Als bezoek ga je daar dan geen commentaar op leveren, maar de sfeer in een dergelijke huiskamer vond ik aanzienlijk minder.
Trouwens, over sfeer gesproken. Bij de chaoten en de onverschilligen ging de chaos en rommel vrijwel altijd gepaard met een smaakloze inrichting, waar weinig aandacht aan was besteed.
Geen mooie foto of schilderij aan de muur, geen fruitschaal op tafel, geen bloemen of planten in huis. Planten maken de sfeer en bloemen de gezelligheid. Elke week een vers bosje bloemen maakt me blij.
Natuurlijk zijn huisdieren vaak gezellig, maar het kan ook teveel van het goede zijn. Als ik ergens kom en er zijn meerdere katten in huis, die soms op je knieën gaan zitten, vind ik het meestal storend. Als ik dan thuiskom heb ik kattenharen op mijn kleding zitten. Een kat alleen die rustig ligt te slapen in de vensterbank, dat vind ik dan wel gezellig.
Een hond die kwijlend met zijn bek voor je neus gaat hangen, nee liever niet. Er zijn natuurlijk ook beschaafde honden, die zich wat terughoudender opstellen. Laat ik voorop stellen dat het baasje of vrouwtje bij dergelijke honden in ruime mate over tijd beschikt om met het dier te gaan wandelen, liefs lang.
Dan heb je geen kind aan zo’n hond, als hij thuis is slaapt hij meestal. Nee, een kwelling is het als mensen een hond in huis halen waar ze eigenlijk geen tijd voor hebben. En dan vooral als je zulke buren hebt, wat ik meermaals heb meegemaakt. Zo’n hond zit dan urenlang erbarmelijk te janken of te blaffen en het baasje wordt dan nog kwaad ook, soms agressief, als je er iets van zegt. Terwijl het natuurlijk dierenmishandelaars zijn.
Bij de katten is dat een stuk minder, die kunnen zich aardig redden als ze een dagje alleen zijn. Maar ook daar komt de narigheid om de hoek kijken. In mijn studententijd had ik ook een poes in huis. Als ik dan thuis kwam van een lange dag studeren, hing er een stank in huis waar je bijna flauw van viel. Dus eerst als een gek de kattenbak verschonen en de vuilniszak naar buiten, dan de ramen open om goed door te luchten. Gelukkig had ik toen nog een klein tuintje, als je dat niet hebt is de poes helemaal voor 100% aangewezen op de kattenbak en dan kan je je lol op. Ook een krabpaal is een must, als je je bankstel in goede staat wenst te houden. Ook grote planten met kippengaas op de pot zijn ideaal, als je niet wil dat ze de plantenpotten als kattenbak gebruiken.
Al met al geldt voor huisdieren de regel dat je er tijd voor moet hebben. Mijn moeder zei vroeger altijd als ik begon te zeuren over hamsters, vissen of witte muizen die ik wilde hebben; als je er maar goed voor zorgt!
De kleine knaagdieren; leuk voor kinderen, maar het schoonmaken van het hok van zo’n dier is een essentiële voorwaarde. Als je dat een dag vergeet, verga je al snel van de stank. Ook heb je leuke en minder leuke marmotten, hamsters en witte muizen. Sommigen waren schattig en kon je aaien en in je hand laten zitten. Ze konden ook schuw en bijtgraag zijn, in dat geval kreeg het moeizaam opgebouwde vertrouwen met zo’n diertje een flinke knauw en begon de twijfel te groeien of je het nog wel leuk vond. Het aquarium, ook zoiets. Mooi om naar te kijken, maar wat een werk om het elke week te verschonen; met een krabbetje de groene alg weghalen en water bijvullen of eens in de maand het hele aquarium grondig schoonmaken. Niets zo ergerlijk als aquaria die al niet helemaal vol met water meer zitten, groenige aanslag op de ramen en stenen hebben en vissen die naar lucht happen.
Dus het plezier van een hond, kat of ander huisdier is afhankelijk aan de aandacht, tijd en zorg die je eraan besteedt. Dat houdt in dat je met alle liefde voer voor je dier haalt en een extra schoonmaakactiviteit bij de dagelijkse bezigheden in kan plannen . Alleenstaanden, bejaarden en gezinnen met kinderen kunnen er dan veel plezier aan beleven.
De kop van zo’n hond die je vragend aankijkt, de poes die bijna filosofisch uit zijn ogen kan kijken, echt heel gezellig, altijd.
Gezelligheid kent geen tijd, maar opgeruimd staat netjes.