Nederlands leraar

Muziekcassettes.

24.05.2020

Blog

Ik moet er honderden hebben gehad, ik haalde cd’s bij bibliotheken en nam die op met cassettes, ook muziek van vrienden en radio. Toen ik een auto kreeg, bouwde ik er eerst een cassetterecorder in met grote boxen. Wat draaide ik toen? We hebben het over 1978, dus denk aan new wave; de debuutplaten van Elvis Costello, Dire Straits, Joe Jackson en Talking Heads waren allemaal goed.

Toch luisterden we ook, vooral in de auto, naar Pink Floyd ‘The Wall’, eindeloos geluisterd in de auto. En Supertramp met ‘Breakfast in America’ en Manfred Mann’s Earthband met ‘Solar Fire’.

Als ik denk aan 1978, denk ik vooral aan de plaat Lust for Life van Iggy Pop, heel veel geluisterd in de auto en Lou Reed – Transformer.

Frappant. Beide platen zijn geproduceerd door David Bowie. Zowel Iggy Pop en Lou Reed hebben geen betere plaat meer gemaakt. Bowie was ons idool, al zijn platen waren goed in de 80’s; waarbij ik vooral de soulplaat ‘Young Americans’ geweldig vond. Bowie hebben we 2 keer live gezien in de 80’s, in de Kuip. Geweldige concerten.


Muziekcassettes, op een C90 konden 2 lp’s, drie kwartier aan elke kant. BASF, Philips, maar vooral TDK cassettes. Dus als vrienden een plaat hadden gekocht, of als je zelf een plaat had gekocht ging je die opnemen en in de auto luisteren. In de auto klinkt muziek goed. Compilatie cassettes – ik maakte ook cassette met diverse nummers achter elkaar die ik leuk vond, ik schreef de nummers ook op de cassette omslag, heel klein allemaal. En ik versierde de cassette ook met plaatjes die ik uit de ‘OOR’ uitknipte, het muziektijdschrift waarop ik geabonneerd was.
De beginperiode van de muziekcassettes was dus pak weg 1973 en ik heb ze dertig jaar lang bij elke verhuizing meegesleept, ik ben zo’n 18 keer verhuisd in mijn leven. Later kwam de cd speler in de auto, dus ging ik die meer draaien.

Het moet 2008 geweest zijn, ik woonde weer in Amsterdam. Bij de verhuizing keek ik aan tegen een doos met cassettes, die ik nooit meer draaide. Ik gooide hem gewoon helemaal bij het grofvuil, ineens had ik er genoeg van. De CD had definitief zijn plaats ingenomen. Vooral omdat je ook met cd’s platen op kon nemen. Dat heb ik dus ook gedaan, inclusief het schrijven van de titel en nummers op de cd en al dan niet versierd met plaatjes.

Ik woonde in Duitsland en het was 1994 toen ik overging op de aanschaf van een Cd-speler. En dus een verzameling CD’s begon op te bouwen. Ik moet er in totaal honderden hebben gehad. Vele heb ik verkocht in tweedehands platenwinkels, je kreeg er niet veel voor maar ik vond het toch leuker om weer wat nieuwe muziek in huis te hebben.
De CD periode duurde van pakweg 1994 tot 2014, ik heb er nog een stuk of 80 over.

Toen kwam de vinyl weer in de belangstelling en schafte ik weer een Pick up aan. Sinds 2019 koop ik alleen nog vinyl. Vinyl is het veruit beste geluid, de mooiste verpakking en leuk om te verzamelen. Het is hard gegaan. Mijn overgebleven platen van de seventies vulde ik snel aan. Inmiddels heb ik 210 platen, de meeste uit de 70’s, 80’s en 90’s.

Koek en pap.

22.05.2020

Blog

Alleen die naam al, Picolientje. De met roomboter gevulde koek van Albert Heijn bij de broodafdeling trok vandaag ineens weer, na jarenlang links te laten liggen, mijn aandacht. Daar had ik nu wel eens zin in, bij een verse cappuccino. Lange tijd dacht ik ‘doe maar niet, is ongezond’.
Jarenlang geen koek meer op, geen chocola ook trouwens. In mijn leven vele soorten koeken gegeten. Ik moet daarbij denken aan de volgende koeken;’
Bastogne – bij het kopje thee ’s middags uit school.
Victoria – idem
Choco Prins – idem
Stroopwafel – bij de koffie
Gevulde koek – bij de koffie
Jodenkoek – bij de koffie
Eierkoek – bij de thee of koffie
‘Koekje erbij?’ vroeg de moeder van onze vriend vroeger als we in de pauze koffie kwamen drinken.
Wij hadden thuis een koektrommel, daar zaten meestal kaakjes in, kleine koekjes.

Pap
Ik ben grootgebracht met Brinta bij het ontbijt. Bij de warme melk deed ik toen nog een beetje suiker. Ik at het elke ochtend, jarenlang en ik vond het heerlijk.
Brinta was de ontbijtpap.

Later heb ik nog wel eens wat Cornflakes en Muesli gegeten, maar nooit zolang als ik Brinta at.
Mijn moeder maakte thuis voor het toetje bij het avondeten heerlijke Griesmeelpap, Karnemelkse pap, Gortse pap en rijstepap. Het hele huis rook naar die pap. ‘Eten we vanavond pap?’ was eigenlijk een overbodige vraag. Elke week aten we wel een keer als toetje pap.

Soms haal ik nog wel eens zo’n beker griesmeelpap of Karnemelkse pap. Vaag komen dan de herinneringen naar boven door die unieke smaak uit mijn jeugd. De pap was toen nog warm en deze komt uit de koelkast.

De warmste Hemelvaartsdag sinds het begin van vorige eeuw, las ik in de krant. 26 graden, dat is geen temperatuur om thuis te blijven. Prima fietsweer dus. En dan niet naar een van de overvolle parken van Amsterdam, maar de stad uit, zover mogelijk de stad uit. Via Halfweg, waar we ons verbaasden over het mooie kerkje in de architectuur van De Stijl.


Ook zag ik toevallig de naam van het plaatselijke jongerencentrum; Don Bosco.


Grappig, ik heb 3 jaar op een katholiek internaat gezeten met die naam. Even googelen levert snel resultaat;

Giovanni Bosco werd op 16 augustus 1815 geboren in een dorpje in de buurt van Turijn. Hij werd geboren in een roerige tijd in Italië. De arbeidsomstandigheden en de lonen waren slecht en in de steden was er een hoge werkloosheid. Veel jonge jongens zwierven zonder familie en onderdak op straat.

Don Bosco, priester gewijd in 1841, trok zich het lot aan van deze straatkinderen. Hij zocht ze op. Ook nodigde hij hen uit met hem de enige vrije dag, de zondag, door te brengen met spel en geloofsonderricht, muziek en zang. Hij maakte met hun bazen contracten over werktijden, redelijk loon, vrije tijd en goede verzorging. Helaas riep elke oplossing weer andere problemen op. De jongens konden niet lezen of schrijven en kenden geen vak. Daarom begon hij een ambachtsschool in de avonduren. Jongens die geen dak boven het hoofd hadden bezorgde hij een thuis. In het begin deed hij alles zelf. Soms werd hij geholpen door vrijwilligers. Hij stichtte later een kloosterorde met enkele medewerkers (salesianen).
Tsja, Don Bosco. Zo’n stortvloed aan informatie krijg je over je heen als je even gaat googelen, maar het klopt wel en ik vond het toch leuk om op mijn 60e, tijdens een fietstochtje, weer even geconfronteerd te worden met mijn schooltje van 48 jaar geleden.

Het Geuzenbos, Spaarndam, wat een prachtige uitgestrekte landschappen ontrollen er aan je ogen als je vanuit Amsterdam richting IJmuiden fietst. Schitterende bossen met brede fietspaden.

En; rust, geen lawaai van scooters en auto’s, geen geschreeuw van kinderen. Stilte en bomen, mooie hoge bomen boven het fietspad. Genieten, niet meer en niet minder.

Skieen, Schaatsen, Wandelen, Skeeleren, Rodelen; ook nog beoefende sporten waar ik veel plezier mee heb gehad. Schaatsen, dat deden we vroeger op de ijsbaan van het dorp, het was nog in de tijd dat het ’s winters steevast vroor en sneeuwde. Schaatsen dus, op Friese doorlopers die je onder je schoenen moest binden. Koek en zopie. Warme chocolademelk kan ik me nog goed herinneren. We waren een jaar of 10 en hadden al veel pret met inzepen van elkaar, dus met sneeuw vooral de meisjes sneeuw op hun gezicht en hoofd plakken en dan wegschaatsen want dan wilden ze hetzelfde bij jou doen.
Urenlang konden we daarmee bezig zijn, als het donker werd zo tegen 6 uur, gingen we naar huis. Met rode gezichten en in een uitgelaten stemming. Heerlijk, dat schaatsen. In de opeenvolgende jaren was er telkens ijs in de winter. Toen ik net in Amsterdam woonde, heb ik op de Zondagen nog op het Flevomeer geschaatst, op hoge Noren inmiddels. Ik was geen goede schaatser maar ook geen slechte. Ik vond het al heel wat om in een rustig gangetje over het ijs te gaan, het hoefde niet zo snel.
Op de Herengracht het ik ook nog geschaatst, dat ik inmiddels tien jaar geleden. Of ik nog eens zal schaatsen valt te bezien, in geen jaren meer ijs in de winter gehad, mijn schaatsen staan al bijna te roesten. Ik zal ze nog eens goed oppoetsen. Misschien nog eens, wat ik vroeger ook wel deed, naar de kunstijsbaan?

Rolschaatsen en skeeleren heb ik ook een paar keer gedaan. Op rolschaatsen met vier wieltjes als kind en als 35 jarige meneer in München wonend op de skeelers, met drie wieltjes. Samen met het zoontje van mijn vriendin, die toen een jaar of tien was. De goede balans vinden was essentieel. Ik heb er te weinig mee geoefend om er echt goed in te worden. In die jaren zag je ’s zomers grote groepen skeelers.

Skiën is een heel ander verhaal. We gingen vroeger, van mijn 7e tot mijn 15e, elk jaar skiën in Oostenrijk. Hotel Stern in Imst, Tirol. Het eerste jaar, ik was 7 jaar, brak ik op de derde dag mijn been en lag ik in het ziekenhuis in Oostenrijk. De volgende jaren ging het steeds beter met skiën, we hadden ook elke dag ski lessen en leerden snel. Toen ik 20 jaar later in München woonde, gingen we vaak op Zondag skiën. Het ski gebied was maar een half uurtje bij ons vandaan. Als je dan 4 uur geskied had zonder pauze, was het wel genoeg en ging je moe en voldaan naar huis. Verschillende keren ook naar Oostenrijk – Skiwelt ‘Wilder Kaiser’ Brixental – gegaan om daar te skiën. ’s Ochtends vroeg weg, dan stond je om half 9 al op de berg. Niks mooiers dan een zonnige, besneeuwde berghelling zonder toeristen, want die kwamen pas om 10 uur en dan moest je lang in de rij staan voor de lift. Uitkijken over de helling, met alleen maar sneeuw, de zon op je gezicht, de frisse berglucht inademen en dan gaan met die banaan. Ik ben geen goed geoefende skier, maar ik kan het best aardig. Net als schaatsen.

Wandelen deden we ook vaan in München, en dan met name in de Alpen; Chiemsee, Starnberger See, Rosenheim, Berchtesgaden. Bergwandelingen, soms met de kabelbaan omhoog en dan naar beneden lopen. Vaker de berg omhoog lopen, een uurtje of 4, 5 soms 6. Dan kwam je op de top, meestal was daar een terras bij een restaurant met prachtig uitzicht. De zon scheen, je voelde je benen. En dan een groot glas ijskoud bier. Genieten!

In 1985 nog met mijn zus en ouders op vakantie naar Sell am See in Oostenrijk geweest, in de zomer. Toen al gerodelt, met mijn vader en zusje.
Rodelen is heel leuk, vorige zomer in Steinbach am Attersee in Oostenrijk. Daar hebben we nog gerodeld.
Je gaat in een noodgang de berg af op de rodelbaan, in een klein karretje, met een rem. Geweldige ervaring.

Mens Erger Je Niet
Veel gespeeld, in het begin met de dobbelsteen gooien, later met een dobbelsteen die je niet kon kwijtraken; hij zat onder een plastic kapje waar je op moest drukken. Leeftijd van 4 tot 10 jaar.

Pesten
it kaartspelletje heb ik vrij lang gespeeld, ik denk van 8 tot 12 jaar.

Liegen
Dit kaartspelletje heb ik ook vaak gespeeld, net als liegen en op dezelfde leeftijd.

Kwartetten.
Dierenkwartet, autokwartet, sportkwartet. Als je er maar 4 van een serie bij elkaar had.

Yatzee
Dan moest je woorden maken met de letters die je pakte nadat je met de dobbelsteen gegooid had.

Rummikup
Een van de leukste spelletjes. Je moest met een dobbelsteen gooien en dan kon je met de opeenvolgende serie cijfers, al dan niet met joker, rijtjes leggen. Of 4 van dezelfde cijfers, maar met andere kleuren. Leek wel op pesten.

Monopoly
Dit spel heb ik heel vaak gespeeld, van 10 tot 15 jaar. Ik zorgde er altijd voor dat ik de Kalverstraat en de andere duurste winkelstraten van Nederland in mijn bezit kreeg.

Risken
Dit spel heb ik heef vaak gespeeld, van 18 tot 36 jaar. Nachtenlang speelden we door, kon behoorlijk spannend worden.

Dammen
Vaak gespeeld, maar minder dan monopoly

Mikado
Dit behendigheidsspelletje speelde je slecht met trillende vingers, je moest die houten pennetje oppakken zonder te bewegen.

Sjoelen
Vaak gesjoeld. Bij ons thuis stond een sjoelbak, dus ik was al geoefend toen het sjoelen begon op het internaat waar ik terecht kwam. Daar werd dagelijks gesjoeld.

Ping Pong
Vaker gespeeld dan sjoelen. Tafeltennis werd het wel genoemd. Op het internaat Don Bosco heb ik het zeker twee jaar fanatiek gespeeld, bijna elke avond.

Tafelvoetbal.
Vaker gespeeld dan sjoelen, maar minder vaak dan ping pong. Wel speelden we meestal 2 tegen 2, erg leuk vond ik het om met de keeper te scoren. Dat lukte soms.

Biljarten.
Bijna net zoveel als ping pong gespeeld. Met drie ballen welteverstaan. Dus met een witte bal de rode en de witte aanraken. Essentieel is wel dat je genoeg ruimte hebt, zodat je je keu(stok) kwijt kan. Thuis hadden we een biljart, maar daar kon je je keu niet kwijt. Lastig als je een flinke stoot wil geven. Ook moeten de keuen recht zijn. Veel gespeeld, maar meestal alleen met de drie ballen. Dat andere biljart met heel veel ballen met nummers erop, heb ik alleen een paar keer gedaan.

Trivial Pursuit
Dit was een kennis spel met veel vragen dat ik op latere leeftijd, in mijn studententijd, leerde kennen.

Voetbal.
Mijn oudste broer interesseerde zich niet voor voetbal, mijn jongere broer was er gek van. Ik zat er een beetje tussen in. Samen met mijn broer bezochten we de training van Ajax in de tijd van het ‘gouden team’ met Johan Cruyff, Sjakie Zwart, Piet Keizer, Wim Suurbier, Johan Neeskens en zo.
Je kon ze gewoon vlak voor je langs zien lopen, security was er toen niet of nauwelijks.
Ik herinner me ook nog een wedstrijd van Ajax tegen Benfica die Ajax met 3—0 won. Mooie tijden waren dat. Cruyff maakte Ajax kampioen en Cruyff ging bij Feyenoord spelen en maakte die ook kampioen! Legendarisch. Waren we op vakantie in Zuid-Frankrijk of Oostenrijk, zo gauw mensen hoorden dat je uit Holland kwam, was het ‘ Holland; Cruyff!’. Was een begrip.
Ik speelde midvoor bij VV Scherpenzeel, de mini’s. Voordeel was dat ik de langste was van het elftal. Toch een aantal doelpunten gemaakt, maar echt een goeie voetballer was ik niet. Een paar jaar was ik lid.

Judo
Mijn oudste broer hield van Judo, mijn jongere broer niet. Dus ging ik ook maar op judo. Ik vond het wel aardig, zo’n wit pak aan en zelfverdediging is altijd goed. Maar bijzonder gemotiveerd was ik ook hier niet, ik deed gewoon mee maar ik sloofde me niet uit. Ik denk dat ik toch nog de blauwe band gehaald heb voordat ik er de brui aan gaf.

Tennis
Mijn jongere broer hield ook van tennis, dus ik dacht; tennis, ja waarom niet eigenlijk. Het was een nogal elitaire sport vond ik toen ik op de tennisbaan kwam. Een wit pak was essentieel. Ik deed het een paar zaterdagen en toen vond ik het welletjes. Ik had geen zin om een wit tennispakje aan te trekken en zonder dat mocht je het veld niet op.

Zwemmen
Mijn beide broers zaten op zwemclub ‘De Soester Duinkikkers’, dus was het logisch dat ik ook lid werd. Zomers baantjes zwemmen in het Soester Natuurbad buiten en s’winters binnen in het Sportfondsenbad Amersfoort. Mijn jongste broer hield voornamelijk van lang onder de douche staan. Dat vond ik ook niet verkeerd. Zwemmen heb ik altijd graag gedaan, maar ik prefereerde het individuele zwemmen, niet in groepsverband.

Paardrijden
Mijn moeder was fanatiek paardrijdster, dus lag het voor de hand dat ik ook op paardrijles ging. Leek me best aardig. Ik kreeg een zwarte kap op en rijlaarzen. De eerste middag mocht ik op een groot paard klimmen. Met tegenzin nam het paard me op zijn rug. Ik lag al snel weel beneden want het paard gooide me er vanaf. Toen vond ik er meteen niks meer aan.

Volleybal
Onze meester van de Hoef van klas 6 wilde ons enthousiast maken voor Volleybal en nodigde onze hele klas uit om het eens te proberen. In de eierhal, zoals de sporthal toen nog heette in het dorpje Scherpenzeel, gaf meester van de Hoeff, zoals hij heette, ons de eerste les. Ach, ik vond het ook best aardig om te doen, maar op een of andere manier wakkerde hij het vuur niet echt aan. Dus na een paar weken had ik er alweer genoeg van.

Gymnastiek
Ik was met mijn broers lid van D. O. T. O. wat stond voor Door Oefening Tot Ontspanning. We gingen aan de ringen hangen, we gingen bokspringen en nog wat andere oefeningen. Eigenlijk was het best leuk, vooral als we gingen apenkooien. Dan werden alle apparaten opgesteld en klimtouwen opgehangen en dan gingen we tikkertje doen. Bij DOTO hield ik het bijna een jaar uit.

Ik was 13 toen mijn vriend Pieter Kuiper me het singeltje van Deep Purple, ‘Child in Time’ liet horen. Dat maakte indruk. Ook kort daarna de elpee Deep Purple in Rock.

Zelf was ik al in bezit van ‘Fireball’, ook een goeie plaat van Deep Purple. Daarna maakten ze hun beste plaat; ‘Machine Head’ en de beste live lp aller tijden, ‘Made in Japan’. Toen was het afgelopen met de groep, althans voor mij dan. Er kwam nog een album ‘Burn’ met een nieuwe bezetting, best aardig maar niet zo goed meer als met Ian Gillan en Roger Glover. De serie elpees die er daarna nog uitkwamen waren eigenlijk allang niet meer het niveau van deze drie platen. Vorig jaar zag ik ze nog in de Ziggo Dome, waar een goed concert werd gegeven, wel zijn de oude nummers nog steeds het meest populair.
Heel anders was het bij Led Zeppelin. Ook die leerde ik kennen van mij vriend Pieter, die ze op zijn beurt weer had leren kennen van zijn neef, die een stuk ouder was dan ons.
Led Zeppelin dus. De elpeehoes zag er al heel interessant uit. Een muur uit een sloophuis, met afgebladderd behang. Daarop hing een schilderij van een oude man met een enorme bos takken op zijn rug.

Geen titel, geen naam, alleen die hoes. Onvergetelijk. Wat ook fijn was van Led Zeppelin, al hun platen waren goed! Led Zeppelin 1 t/m IV, dan ‘Physical Graffity’, ‘Houses of the Holy’ en ‘Presence’. Allemaal toppers en ook zo fijn; dezelfde formatie. OK, de laatste twee platen waren niet zo bijzonder meer; ‘In the evening’ en nog eentje met restjes die ze nog hadden liggen. Die heb ik dus niet. Maar ze hebben toch 7 elpees van hoge kwaliteit gemaakt. Toen Jon Bonham overleed, stopten ze ermee. Beter dan doormodderen met een andere bezetting.
Geweldige live band ook, Led Zeppelin. De eerste band die ik live zag op mijn dertiende. Verpletterende indruk. Daarna nog tientallen bands gezien, maar dit was de absolute topper. Januari 1973 moet het geweest zijn, in de Ahoy in Rotterdam.

Het begon met singeltjes. Rode singeltjes van de Efteling met sprookjes erop. Roodkapje, Hans en Grietje, Doornroosje en Sneeuwwitje. We luisterden er aandachtig naar, meerdere malen. Ik moet een jaar of 4, 5 geweest zijn. We gingen elk jaar naar de Efteling, vandaar.
Sjakie Schram met ‘allemaal op de bok’ – de chauffeur, de burgemeester en de kok, zo ging het verder. Ik moet een jaar of 7 geweest zijn.
Johnny en Rijk met ‘de Bostella’, ‘Jaa we dansen samen de Bostella, jaa we moeten lief zijn voor elkaar’ enz. Van Johnny en Rijk hadden we nog een singeltje, de hit ‘Het hele zakie loopt in z’n nakie’ bij ome Sjakie aan de Middellandse zee, zo ging het dan verder.
Verder was ‘Het schaap met de vijf poten’ van Annie MG Schmidt bij ons aanwezig met een heuse langspeelplaat. ‘Op de step, op de step, ben zo blij dat ik hem heb. En nou eens even zien, waar gaan we nu naar toe, naar Purmerend misschien, ik weet alleen niet hoe’ zong Wim Sonneveld.
Leen Jongewaard, met Piet Romer en Adele Bloemendaal. We vonden het prachtig. ‘in een rijtuigie, in een rijtuigie, helemaal naar Vinkeveen’. We zongen altijd mee.

Totdat de Monkees op televisie kwamen, op de Woensdagmiddag. In zwart wit. De namaak Beatles uit Amerika waren mateloos populair. We zongen op het schoolplein; ‘hee hee de Monkees, de Monkees zijn zo goed. Vooral die kleine Davy, die poept nog in zijn broek’.
Een singeltje van de Monkees zat er helaas niet in.

Toen gingen we op wintersportvakantie in Oostenrijk, het moet 1968 geweest zijn. Op Oudjaar speelde er een heuse band, dat vonden we natuurlijk geweldig. Ik zat met mijn broers vooraan toen ze begonnen te spelen, er werd volop gedanst.
Vooral het nummer ‘Ob-la-di Ob-la-da’ maakte diepe indruk op ons, dus toen we weer thuis in Soest waren, mocht ik naar de muziekwinkel om dat singeltje te kopen. ‘We hebben de originele niet meer, van de Beatles, wel deze van de ‘Marmalade’. Ik moest het even verwerken met mijn kleine achtjarige hoofdje. Dus de Beatles hadden dit liedje gemaakt, en Marmalade zong het ook.
Thuisgekomen bleek dat de ‘Marmalade’ het nummer best wel goed gecoverd had. Wel was het duidelijk dat de Beatles wel een belangrijke band waren, ze werden nagedaan en nagespeeld door anderen en die hadden er dan ook nog succes mee.

Dat was mijn eerste pop singeltje. Daarna duurde het een tijdje. Totdat ik in de zesde klas van de lagere school kwam. Ik nodigde drie vrienden uit voor mijn elfde verjaardag. Een singeltje kostte 4 gulden en vijftig cent in die tijd. Voor ons een heel bedrag. Mijn drie vrienden gaven mij met zijn drieen, dus ieder had 1 gulden vijftig betaald, de singel die al maanden op de eerste plaats van de hitparade stond; ‘El Condor Pasa’ van Simon en Garfunkel.

Verder kan ik me die tijd herinneren als het prille begin van de ‘beatmuziek’, zoals we dat noemden. Natuurlijk Beatles, maar ook Creedence Clearwater Revival. De lp ‘Cosmo Factory’ had mijn broer. Ook had hij de George Baker Selection met de hit ‘Green Bag’ en de Golden Earring met ‘Holy, holy, holy’. Dat waren de eerste popgeluiden in huis. Mijn andere broer had Focus op lp en Solution, twee nederlandse bands.

Mijn eerste lp was een kadootje van Ome Jan, toen ik 10 was. Het was een plaat met een stoere cowboy erop die naar een ondergaande zon keek. ‘Country en Western’ stond erop. Hoewel we veel cowboy films zagen op tv, kon ik de muziek op de plaat maar matig waarderen.
Toen ik elf was, gingen we naar Duitsland op vakantie en zagen we in de bioscoop de film ‘Help’ van de Beatles. Vonden we geweldig. De lp kochten we ook. Bij muziekhandel Buddingh in Scherpenzeel. Was een hele uitgave die plaat. Zestien gulden. Maar dan stonden er ook veel liedjes op die we mee konden zingen. ‘hee you kad toe hijt jor lof awee’ . We zongen wat we hoorden, van de betekenis hadden we geen idee. ‘You’ve got to hide your love away’ lazen we op de hoes. Ook nog goed voor je Engels deze muziek.

‘Help’ was best aardig, maar later ontdekte ik dat het een van de zwakkere platen van de Beatles was, ‘Rubber Soul’ en ‘Revolver’ waren veel beter. Maar die kende ik toen nog niet. Een vriendje van me had de plaat ‘Magical Mystery Tour’, die was ook wel goed vonden we toen.
Toen werd ik 12 en voor mijn verjaardag vroeg ik iets nieuws. Ik had al een cassette recorder en ik vroeg toen cassette bandjes. Ik wilde graag popmuziek en die kreeg ik. Ik kreeg toen Santana, met die leeuw erop. Dat vond ik best goed. Maar de eerste complete lp op muziekcassette die ik echt geweldig vond en heel veel draaide, was ‘Big Hits, High Tide and Green Grass’ van de Rolling Stones.
rolling-stones-big-hits-high-tide-green-grass-orig-uk-mono-lp-unboxed-decca


Ik heb hem nu op lp en het blijft een feest die plaat, ook al heb ik hem honderden keren gedraaid. Ik zong alle nummers hardop mee; ‘Last time, Satisfaction, Paint it Black’, elk nummer was goed op deze plaat, die ik eindeloos bleef luisteren op mijn Nordmende cassette speler.
Ja, dat was de eerste lp die ik echt goed vond.

Fietsen.

15.05.2020

Blog

Fietsen doe ik graag, als het even kan elke dag. Dat zit er al van jongst af aan in. Wij fietsten bijvoorbeeld naar de middelbare school in Amersfoort. Dat was vanaf Scherpenzeel zo’n 15 kilometer. ’S Morgens om half zeven vertrokken we bij het zwembad. De school begon om 8 uur en we deden er een goed uur over. Tenminste, als het niet regende of hard waaide. We fietsten het hele jaar door, dus ook in de winter. Dat was soms wel even afzien, maar aan de andere kant was je goed wakker als je eenmaal in de klas zat. Niemand die er iets tegen had, eigenlijk. We deden het gewoon en er werden geen vragen over gesteld.

Wel kan ik me de korte periode herinneren lid te zijn geweest van de Valleirenners, de plaatselijke wielrenclub die door mijn vaders bouwbedrijf werd gesteund, in ruil voor trainingspakken met reclame van zijn bouwbedrijf op de rug van het trainingsjasje.
Gezamenlijk gingen we op de foto voor de krant. Ik had al een flinke pony tot over mijn wenkbrauwen, wat ik best stoer vond staan. Wat was dat? Voordat de foto genomen werd, kwam mijn moeder op me af met een natte spons, om mijn pony netje opzij te doen. De andere wielrenners moesten lachten. Wat een afgang! Wat een vernedering. Het is nooit meer iets geworden met mij en het wielrennen. Ik kon ze ook nauwelijks bijhouden die eerste keer. Nee, ik fiets graag, maar wel in mijn eigen tempo.

Nee, ik schilderde met mijn drie vrienden mijn fiets in verschillende kleuren en zette er een hoog stuur op. Vonden we stoer. De verf hadden we te danken aan de vader van Ernest, die werkte bij de Ralstone verffabrieken in Zeist. Hij gaf ons de verf en kwasten wist ik wel te vinden bij mijn vader in de schilders werkplaats. Dus op mijn verjaardag vroeg ik een hoog stuur en een toeter voor op mijn fiets. Op Woensdagmiddagen gingen we ermee crossen door het bos, dus over heuveltjes scheuren en dan een stukje door de lucht vliegen.

Als ik van Scherpenzeel naar Amersfoort fietste met vrienden, stopten we alijd even bij een boerderij, om een glaasje water te vragen. Dat was altijd bij dezelfde boerderij. Daar werd geopend door een omaatje die aandachtig luisterde naar mijn vraag; ‘Goedemiddag mevrouw, heeft u misschien een glaasje water?’ ‘Ja hoor, water genoeg!’ zei ze dan altijd en tufte een fluim van de pruimtabak uit haar mond op de grond. Tante Tuf noemden we haar daarom.

We fietsten ook met schoolreisje in de vijfde en zesde klas naar Oldebroek, waar we op een kampeerboerderij konden overnachten. Dat was ook een goeie 60 km fietsen.

Met mijn vriend René fietste ik, op 12 jarige leeftijd naar Hattemerbroek, zo’n goeie 75 km fietsen. Ging prima eigenlijk. Ik fietste ook de 25 km van Soest naar Scherpenzeel op een vrije woensdagmiddag met een vriendje, ik zal ook pas een jaar of 7 geweest zijn.

In Duitsland heb ik ook veel gefietst, maar de fietspaden waren daar een onbekend fenomeen. Je zag ze bijna niet. Met als gevolg dat een ritje door het centrum van München geen prettig gevoel gaf. Je werd bijna van je sokken gereden. Nee, in de stad moet je niet fietsen, maar de bospaden waren fantastisch, vooral als ze niet te steil waren. Dan ging je een eind fietsen en stopten we bij een terras, daar werd dan ‘Radler’ gedronken, citroen met bier. Iets lichter dan gewoon bier, zodat je nog kon fietsen.

Tegenwoordig fiets ik nog steeds graag en ik knap er nog steeds van op als ik een stuk heb gefietst. Bovendien zie je meer op de fiets dan in de auto en de snelheid is precies goed.

Een paar keer naar Zandvoort gefietst en dat beviel eigenlijk prima, je kan heerlijk fietsen op de heuvelweg door de duinen van Haarlem naar Bloemendaal. Echt een aanrader!

Een elektrische fiets? Nee, kom op zeg. Zo oud ben ik nou ook weer niet. Ik zie trouwens jongeren ook op elektrische fietsen rijden, wat een slap gedoe. Nee, voorlopig blijf ik nog gewoon op mijn Batavus fietsen zonder gekkigheid.

Oostenrijk.

14.05.2020

Blog

Onze laatste vakantie brachten we door in Oostenrijk, om precies te zijn in Steinbach am Attersee.

Felblauwe meren omringd door bergen met een strakblauwe lucht. Heerlijk eten, zoals de befaamde Kalbschnitzel maar ook de heerlijk gerookte ‘Steckerlfisch’ vers uit de meren. Het viel ons op dat alles schoon en netjes was, dat het verkeer rustig reed, dat iedereen elkaar groette en dat de natuur ongerept mooi was.

Met een groepje van 7 vrienden waren we bij een Gasthaus, een biologische boerderij, waar het goed toeven was. Overdag vermaakten we ons met zwemmen, duiken in het meer, zeilen, wandelen in de bergen, surfen(rechtop staan op een surfplank en dan peddelen), vissen en rodelen. ’S Avonds barbecue en dansen en nachtzwemmen.

Een actieve vakantie met alles erop en eraan. Wat wil je nog meer?

Vroeger gingen we met mijn familie elk jaar naar Oostenrijk om te skiën in de winter, zomers gingen we naar Zell am See. We maakten dan ook lange bergwandelingen.
De eerste keer dat we op wintersportvakantie gingen was in 1967, ik was 7 jaar en ik brak mijn been, in Innsbruck lag ik in een ziekenhuis. Ik kreeg elke dag veel kaarten, die stuurden mijn ouders me.
Ik vond het best interessant om na de vakantie op school te komen met mij been in het gips, vooral als ik dan vertelde dat ik mijn been met skiën gebroken had. Het was in die tijd nog niet zo gebruikelijk om op wintersportvakantie te gaan.

Mijn broer Frans haalde de krant, hij had de eerste prijs gewonnen met een skiwedstrijd. Ik weet nog goed hoe hij op de foto ging, met zijn skimuts op en ski stokken gewoon in onze huiskamer. Maar in de krant leek het net echt. Daar kon ik natuurlijk niet tegenop met mijn gebroken been.